LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton

Maysles Films

Slechts een dikke halve eeuw geleden hadden Afro-Amerikaanse kinderen uit de Mississippi-delta in de maanden september, oktober en november nog gewoon schoolvrij, legt Reggie Barnes uit. Dan werden ze, ook al was de slavernij toch echt al bijna een eeuw afgeschaft in de Verenigde Staten, tegen een hongerloon aan het werk gezet op katoenvelden van witte landeigenaren.

Het is illustratief voor de maalstroom van armoede, misdaad en verslaving waardoor een deel van de zwarte bevolking van het Amerikaanse zuiden aan het begin van de 21e eeuw nog altijd wordt meegezogen. De oplossing zit in beter onderwijs, is de overtuiging van Barnes. Hij heeft de opdracht gekregen om het abominabele niveau van de scholen in het district Tallahatchie County op te krikken. Anders grijpt de Amerikaanse overheid in.

De legendarische documentairemaker Albert Maysles, die samen met zijn broer David de klassiekers Salesman, Gimme Shelter en Grey Gardens maakte, heeft voor LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton (90 min.), in 2002 genomineerd voor een Oscar, de handen ineen geslagen met Deborah Dickson en Susan Froemke. Zij kijken samen mee hoe de gedreven Reggie Barnes met de moed der wanhoop aan het werk gaat.

Ze sluiten ook aan bij Laura Lee Wallace, een struise Afro-Amerikaanse vrouw met, zegt ze vol trots, achtendertig kleinkinderen en ook nog eens vijftien achterkleinkinderen. Laagopgeleide mensen zoals ‘LaLee’ hebben geen cent te makken. Het kost al een godsvermogen om de kinderen, met geschikte kleding en pen en papier, überhaupt naar school te krijgen. Als alleenstaande mater familias moet zij alle zeilen bijzetten.

Via de onverzettelijke LaLee en haar soms nogal dwarsliggende nageslacht toont deze landerige film, voorzien van een lekker lome blues-soundtrack, hoe Tallahatchie nog een lange weg heeft te gaan voordat er definitief een einde is gemaakt aan wat met hedendaagse ogen toch echt derdewereldtoestanden lijken – en voordat Reggie Barnes er een adequaat functionerend schooldistrict van heeft gemaakt.

Never Stop Dreaming: The Life And Legacy Of Shimon Peres

Netflix

Als na ruim zes minuten de toch al behoorlijk aanwezige klassieke muziek verder aanzwelt en de titel van de documentaire – Never Stop Dreaming: The Life And Legacy Of Shimon Peres (129 min.) – in beeld verschijnt, heeft verteller George Clooney eigenlijk het complete levensverhaal van Peres al afgeraffeld: hij werd geboren in Oost-Europa, ontwikkelde zich in zijn nieuwe vaderland Israël van een onvervalste havik tot een prominente vredesduif en bleef tot op hoge leeftijd politiek actief.

In diezelfde zes minuten hebben drie Amerikaanse presidenten (Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama) alsmede de voormalige Britse premier Tony Blair, zangeres Barbra Streisand en Simon Peres’ zoon Chemi en kleindochter Mika al gul de loftrompet laten schallen over de hoofdpersoon, waarna die de kijker hoogstpersoonlijk nog een persoonlijke opdracht meegeeft. ‘Altijd optimistisch zijn, maar nooit tevreden’, zegt hij. ‘Toe maar, droom!’ En dan heeft deze lijvige (auto)biografie nog ruim twee uur te gaan…

Natuurlijk begint regisseur Richard Trank daarna gewoon weer bij het begin: ‘s mans geboorte op 2 augustus 1923 in het Joodse dorp Vishnjeva in (dan nog) Polen. Hij werkt vervolgens netjes zijn leven af totdat dit in 2016 vredig eindigt. Peres zal in die ruim negentig jaar betrokken raken bij vrijwel alle kerngebeurtenissen in Israëls woelige historie, met als dieptepunt de moord op premier Yithzak Rabin in 1995. Samen sloten ze twee jaar eerder een vredesakkoord met de Palestijnse leider Yasser Arafat.

De gelauwerde hoofdpersoon, zelf ook meermaals minister-president van zijn nieuwe vaderland, krijgt alle ruimte om zijn kant van het verhaal goed in de verf te zetten en wordt daarbij terzijde gestaan door zijn biograaf Michael Bar-Zohar. De film is goed gedocumenteerd en behandelt consciëntieus alle hoogte- en dieptepunten uit het veelbewogen bestaan van deze gelauwerde politieke overlever, maar is tegelijkertijd ook wel erg braaf en conventioneel van opzet. Maar dat was al na zes minuten al glashelder.

Erwin Olaf – The Legacy

Erwin en Teun / NTR

Hij noemt het één van de grootste dilemma’s van zijn leven. Z’n moeder is de allerlaatste fase van haar leven ingegaan. Intussen komt een fotoshoot in Palm Springs in de Verenigde Staten, die hij hoogstpersoonlijk heeft gefinancierd, zienderogen dichterbij. En Erwin Olaf, die zelf inmiddels ook de leeftijd heeft bereikt dat het tijd is voor een retrospectief, kan het zich niet veroorloven om die af te blazen. In meerdere opzichten.

De vergankelijkheid van het leven is een terugkerend thema in de documentaire Erwin Olaf – The Legacy (76 min.). Met zijn vroegere vriend Teun maakt hij bijvoorbeeld een reprise van Getting Close, een naaktfoto van hen beiden uit 1985. Toen kenden ze elkaar net. Op Getting Close Again (2018) zijn twee gelouterde mannen te zien. Mannen ook waarvoor het einde in zicht komt. Teun is ernstig ziek. Erwin zelf kampt met longemfyseem, een degeneratieve aandoening die hem regelmatig de adem beneemt en steeds meer begint te belemmeren in zijn loopbaan.

Eerder dit jaar was er in het Haags Gemeentemuseum en Fotomuseum een grote overzichtstentoonstelling van Olaf met de ambitieuze nieuwe fotoserie Palm Springs. Vanaf 3 juli volgt een expositie met eigen werk en werk van zijn voornaamste inspiratiebronnen in het Rijksmuseum in Amsterdam (waaraan hij inmiddels een deel van zijn beste foto’s heeft overgedragen, zodat die toegankelijk blijven voor toekomstige generaties). Intussen wordt de gevierde fotograaf in deze film van Michiel van Erp gedwongen om de balans op te maken en zich af te vragen hoeveel lucht er nog in zijn toekomst zit. Zijn arts raadt hem in elk geval dringend aan om een tandje terug te schakelen.

Erwin Olaf – The Legacy is dan ook niet zomaar een ‘sentimental journey’ door leven en werk van een belangwekkende Nederlandse kunstenaar. Het is een film over een man die beseft dat de tijd hem op de hielen zit. Elke ambitieus nieuw project kost meer kruim dan het vorige en zou wel eens het laatste in zijn soort kunnen zijn. Zo moest Olaf eerder dit jaar het regisseren van zijn allereerste speelfilm, een verfilming van Arthur Japins Een Schitterend Gebrek, vanwege zijn lichamelijke klachten staken. 2019, het jaar waarin hij zestig werd, lijkt daarom een uitgelezen gelegenheid te zijn om Erwin Olafs majestueuze oeuvre uitbundig te vieren. Deze boeiende documentaire past prima in dat plaatje.