Last Breath

Netflix

‘Christopher omschreef het als de ruimte ingaan, maar dan onder water’, zegt Morag, de vriendin van Chris Lemons. De Schotse dertiger is één van de drie duikers die in 2012 betrokken raakt bij een ernstig ongeluk op het schip Topaz. Chris heeft zijn schaapjes op dat moment behoorlijk op het droge: hij slaagde erin om van zijn grote passie, duiken, zijn beroep te maken, is een huis aan het bouwen en staat op het punt om in het huwelijksbootje te stappen. En dan wordt de levenslijn tussen het schip en de saturatieduiker, die zich op bijna honderd meter diepte in de Noordzee bevindt, op brute wijze doorgesneden…

Het is een unieke wereld, die in de zinderende documentaire Last Breath (85 min.) wordt opgeroepen. Van professionele duikers die onder water onderhoudswerk en reparaties uitvoeren. Het is een beroep met geheel eigen normen en waarden, codes én jargon. Als het duikondersteuningsvaartuig Topaz bijvoorbeeld in ’Dynamic Positioning’ (verankerd aan de zeebodem) is gebracht, kunnen de drie duikers hun ’bell’ (een soort aparte eenheid die vanaf de boot in de zee wordt afgezonken) verlaten om hun werk te gaan doen. Ze blijven intussen verbonden met hun basis via een ’umbilical’ (een soort navelstreng die zorgt voor warmte, licht en zuurstof en waarmee ze met hun collega’s kunnen communiceren).

Op die bewuste septemberdag in 2012, als de Topaz zich op enkele honderden kilometers van Aberdeen op zee bevindt, zorgt een computerfout ervoor dat de Dynamic Position crasht. Het schip raakt daardoor op drift. Als de umbilical van Chris vervolgens knapt, is hij aan de Goden overgeleverd. Én aan zijn twee directe collega’s in de bell: de ervaren Duncan Allcock, die hem wegwijs heeft gemaakt op de zeebodem, en de stoïcijnse Dave Yuasa, die ‘gewoon’ zijn werk doet. ‘Ik was niet erg overstuur over Chris’, herinnert die laatste zich. ‘Dit kan gebeuren. Hij was niet mijn beste vriend of één van m’n kinderen.’ En juist deze koele kikker wordt erop uitgestuurd om op zoek te gaan naar de collega die wel eens levenloos in het donkere water zou kunnen liggen.

Het is een absoluut horrorscenario voor alle betrokkenen, die het tragische ongeluk in deze bijzonder vernuftig geconstrueerde film van Alex Parkinson en Richard da Costa nog eens stapsgewijs doornemen. Daarbij kijken ze recht in de camera, de spanning en emotie van het moment herbelevend. Hun relaas wordt kracht bijgezet met een vloeiende combinatie van authentiek beeldmateriaal van het drama, onder anderen gemaakt met helmcamera’s van de crewleden, en speciaal voor de film gemaakte reconstructiebeelden. Zo ontstaat in deze lekker vet aangezette documentaire, één van de beste films die ik tot dusver zag in 2019, een bloedstollende race tegen de klok die niet had misstaan in een Hollywood-blockbuster. Kunnen ze Chris vinden? Is hij überhaupt nog in leven?

Last Hijack

Submarine

Mohamed Nur staart vanaf het strand verlangend naar de zee. De Afrikaanse man keert het water uiteindelijk de rug toe en loopt ervan weg. In zijn werkplaats bevestigt hij een haak aan een opvallend blauw touw. Als Mohamed dat touw de lucht inwerpt, neemt het hem mee de lucht in. De man van vlees en bloed is inmiddels in een geanimeerde versie van zichzelf veranderd. Zwevend door de lucht transformeert hij tot een enorme roofvogel, die zich daarna met zijn levensgrote klauwen op een vrachtschip stort.

Is het een herinnering van de Somalische piraat? Of fantaseert hij over een volgende schipkaping? De verbluffende openingsscène van Last Hijack (52 min.) werpt direct het centrale dilemma van deze film uit 2014 op en laat tevens zien dat dit verhaal op een bijzondere manier zal worden verteld: met een combinatie van traditionele documentaire-elementen en volledig geanimeerde scènes. De documentaire van Tommy Pallotta en Femke Wolting gaat bovendien vergezeld van een interactieve documentaire.

In Last Hijack Interactive, gemaakt door Mirka Duijn die daarvoor een Emmy Award voor won, kan de gebruiker met de voortdurend qat kauwende Mohamed het hele proces van een kaping minutieus doorlopen. Óf kiezen voor de herinneringen van kapitein Colin Darch, diens vrouw, Mohameds advocaat, zijn clanoudste, een journalist en/of een veiligheidsexpert. Óf zich nader verdiepen in de moderne historie van Somalische piraterij. Óf kijken en luisteren naar de berichtgeving over piraterij. Óf… Al grasduinend ontstaat een gelaagd en genuanceerd beeld van een kwestie die veel complexer is dan ie in eerste instantie lijkt.

De documentaire vertelt daarentegen een redelijk eenduidig verhaal. Van een man uit de Hoorn van Afrika die bevattelijk is voor het gemakkelijke leven en niet al te veel morele beperkingen ziet bij het verwerkelijken daarvan. Mohamed heeft inmiddels al de nodige vrouwen versleten, her en der kinderen achtergelaten en een chronisch gebrek aan geld dat alleen met oneigenlijke middelen is aan te zuiveren. Hoezeer zijn ouders ook op hem inpraten, de piraterij blijft onverminderd trekken.

‘Piratengeld is goedkoop’, zegt Mohamed als het burgermansleven zich toch weer eens opdringt. ‘“Made in Taiwan”. Het is binnen drie minuten verdwenen.’ Het lijkt alsof hij vooral tegen zichzelf spreekt. Terwijl de dertiger zich voorbereidt op alweer een huwelijk, blijft de zee echter toch lonken. ‘Waarom zou je bloedgeld gaan verdienen als het ook eerlijk kan?’, wil zijn nieuwe geliefde weten. ‘Wat moet ik dan gaan doen?’, stelt hij een wedervraag, kauwend op de onvermijdelijke qat. ‘Weer terug naar de steengroeve?’

Mohameds vader zet het met een groep geloofsgenoten alvast op een bidden. ‘We vragen God om hem op het rechte pad te brengen.’ En de kijker houdt zijn hart vast…