Eyes Of Gaza

AJ360 / Prime Video

‘Press’ staat er, voor alles en iedereen zichtbaar, op hun scherfvest. Toch staat daarmee bepaald niet vast dat Mohammed Ahmed en de broers Abdulqader en Mahmoud Sabbah daadwerkelijk buiten schot blijven tijdens hun werk. Als Palestijnse journalisten opereren ze op zo’n beetje het gevaarlijkste werkterrein ter wereld. In barre omstandigheden proberen ze daar als de Eyes Of Gaza (49 min.) te fungeren.

De drie worden nu zelf door een lokale cameraman gevolgd voor deze film van de Syrische documentairemaker Mahmoud Atassi uit 2024. Vanuit een spaarzaam ingericht gezamenlijke appartement in Beit Lahia in het Noorden van Gaza, ver van hun eigen familie, oefenen ze met gevaar voor eigen leven hun vak uit. Ze gaan op pad om de schade van Israëlische luchtaanvallen op te tekenen en interviewen getroffen bewoners.

Zo arriveren ze in een volledig verwoeste wijk, waar een orkaan of aardbeving lijkt te hebben huisgehouden. ‘Dit is mijn levenswerk’, begint een oudere man direct te schreeuwen. ‘Voor wie ben ik dit kwijtgeraakt?’ ‘Dat God je moge helpen, oom’, probeert Abdulqader hem te kalmeren. Die is echter wanhopig en woest tegelijk. ‘Wat hebben jullie me gebracht?’ roept hij tegen de journalisten – en de wereld in het algemeen.

Een andere man bedankt hen dan weer omstandig. ‘Dit is een wapen’, houdt hij Abdulqader voor. ‘Journalistiek is een wapen van verzet. De vierde macht. Jij laat de tragiek van ons leven zien.’ De man heeft ook oog voor hun beroepsgroep. ‘Van sommigen van jullie is ook een martelaar gemaakt. En jullie hebben net zulke verwondingen opgelopen als wij. Moge God jullie beschermen en helpen om het goede te blijven doen.’

Daarvoor is dan wel een adequate telefoonverbinding nodig. En dat Mohammed, Abdulqader en Mahmoud mens en in leven blijven. Tussendoor voetballen ze in deze sombere impressie van hun werk en leven met kinderen, spreken getroffen inwoners moed in en bezoeken in het ziekenhuis een ernstig gewonde collega. Want het Israëlische leger spaart journalisten bepaald niet – of kiest hen zelfs gericht als doelwit.

Ondanks – of misschien dus wel juist vanwege – dat prominente ‘press’ op hun kogelvrije vest. Zij fungeren immers als de ogen en oren van slachtoffers, die hun verhaal met de moed der wanhoop willen delen met de wereld.

Gaza’s Twins, Come Back To Me

Alef / Een van de jongens/ BNNVARA

Via de foto’s en video’s die haar zus Isreen met haar telefoon doorstuurt, proberen de Palestijnse vrouw Rania Deifallah en haar echtgenoot Akram hun pasgeboren tweeling te leren kennen. Hamoud en Jowan hadden oorspronkelijk ook nog een zusje. Dat is in november 2023 echter overleden in het Kamal Adwan-ziekenhuis te Beit Lahia, in het noorden van Gaza. Door complicaties bij de bevalling of de continue bombardementen van het Israëlische leger, wie zal het zeggen?

Na hun geboorte moesten de twee andere baby’s aansterken in de couveuse. Toen het ziekenhuis vervolgens werd geëvacueerd, zijn zij, na een periode waarin onduidelijk was ’t of ze ’t überhaupt overleefd hadden, in zuid-Gaza terechtgekomen. Daar worden ze opgevangen door hun tante Isreen en de rest van de familie, die daar al eerder was beland. Een reisverbod houdt hun moeder Rania vast in Beit Hanoun, in het uiterste noorden van de Gazastrook. Daar wacht zij op de tweeling.

Intussen probeert de jonge vrouw met haar man en hun andere kinderen in barre omstandigheden te overleven. De rest van de familie lijdt al evenzeer door de oorlog en moet steeds verkassen naar een nieuw, min of meer veilig, onderkomen. In de indringende documentaire Gaza’s Twins, Come Back To Me (96 min.) volgt regisseur Mohammed Sawwaf, zelf woonachtig in Gaza, gedurende zestien maanden of het hen lukt om de ouders en hun kinderen te herenigen.

Terwijl de beide takken van de familie de dood te slim af proberen te zijn – effectief tegenover elkaar weggesneden door de filmmaker, die dicht op het verhaal zit – beginnen de kinderen zich ook te hechten aan hun liefdevolle tantes en grootouders. En moeder Rania moet van een afstandje toekijken. Óók als blijkt dat Hamoud achterloopt bij zijn zusje ‘Juju’. Hij is niet volledig ongeschonden uit de bevalling gekomen en heeft behoefte aan extra zorg, die niemand hem in deze helse situatie kan bieden.

Het kwetsbare jongetje zal gewoon moeten overleven, in de hoop dat er ooit betere tijden komen. Net als de rest van zijn familie. Aan woede of wanhoop worden verder verrassend weinig woorden gewijd. ‘We wachten allemaal gewoon op de dood’, laat Rania zich weliswaar een keer ontglippen, maar al snel herpakt ze zichzelf en is het parool weer: moedig voorwaarts. Samen. In desolate omstandigheden die mensen dwingen om te laten zien uit welk hout ze gesneden zijn.

Daarmee wordt deze film over de twee Palestijnse baby’s een lofzang op familie, het sociale netwerk en de gemeenschap. Het geheel blijkt weer eens meer dan de som der delen, aangetoond in bijzonder tragische omstandigheden. Samen zijn ze moediger, vindingrijker en liefdevoller dan ze zelf waarschijnlijk ooit zouden hadden kunnen bedenken.