Miss Sharon Jones!

Uiteindelijk eindigt natuurlijk elk leven met de dood. Als dat einde zich echter daadwerkelijk aankondigt, plots en onontkoombaar, dan krijgt alles in het bestaan extra urgentie en – hopelijk – glans. In het portret Miss Sharon Jones! (94 min.) uit 2015 kiest de gelijknamige Amerikaanse soulzangeres uiteindelijk de vlucht naar voren: zingen en dansen tot ze erbij neervalt. Met veel passie, bravoure en moed probeert ze uit de klauwen van de kanker te blijven.

Wij, de voyeurs, weten hoe het, nog geen jaar na release van de film, met haar is afgelopen. Deze documentaire van tweevoudig Oscar-winnaar Barbara Kopple houdt de herinnering aan de gedreven souldiva echter moeiteloos levend. Die begint halverwege 2013 treffend: met het afscheren van haar haren, enkele voorzichtige tranen en een pruik. Alvleesklierkanker in stadium 2 luidt de diagnose, een operatie en chemotherapie blijken onontbeerlijk. Haar nieuwe album wordt voorlopig uitgesteld.

Sharon Jones was sowieso al een laatbloeier. Pas op latere leeftijd – na periodes als bewaarder in de beruchte Ryker’s Island-gevangenis en zangeres bij allerlei feesten- en partijenorkestjes – werd haar talent onderkend. Ze vond onderdak bij Daptone Records, een platenlabel van veel jongere witte gasten met een ongegeneerde liefde voor authentieke soul. Samen veroverden ze podium na podium. Totdat zo’n beetje elke muziekliefhebber, eindelijk, wist wie Sharon Jones was.

En er is voor ‘de vrouwelijke James Brown’, ondanks alle malheur, geen enkele reden om daarmee te stoppen. Nadat ze er in een geweldige scène van een optreden in een zwarte kerk echt alles heeft uitgegooid, maakt ze zich samen met haar begeleidingsband The Dap-Kings en achtergrondkoortje The Dapettes op voor een doorstart. Ze moeten ook wel: zonder optreden komt er geen geld binnen. Gelukkig is dit niet het einde van haar carrière, zeggen ze tegen elkaar, maar het midden.

Kopple blijft dichtbij haar hoofdpersoon en volgt het traject, laverend tussen hoop en vrees, dat zij met haar betrokken entourage moet afleggen om, zoals gitarist Binky Griptite ‘t bij hun comebackconcert verwoordt, ‘to kick cancer in the ass’. Intussen heeft trompettist Dave Guy alvast een nieuwe baan gevonden in de huisband van het televisieprogramma The Tonight Show. Lukt het desondanks om Sharon Jones & The Dap-Kings weer ouderwets te laten vlammen?

Er is hen gelukkig nog enige tijd vergund, waarin Sharon alle twijfel weer kan laten varen en als vanouds zal gloriëren (zoals is te zien in dit hele fijne concert in Parijs). En daarna wordt voor haar, net als voor ons allen, rücksichtslos de handdoek in de ring gegooid.

Miss Sharon Jones! is hier te bekijken.

Shut Up & Sing

Terwijl het Amerika van president George W. Bush zich in het voorjaar van 2003 opmaakt voor een bijzonder omstreden militaire inval in Irak, geeft het populaire countrytrio The Dixie Chicks uit zijn thuisbasis Texas een optreden in Londen. ‘Wij zijn tegen deze oorlog, dit geweld’, zegt zangeres Natalie Maines daarbij. ‘En we schamen ons dat de president van de Verenigde Staten uit Texas komt.’ Ze moet er zelf om lachen. Het was geen vooropgezet plan. De woorden zijn haar per ongeluk ontsnapt.

Na afloop van het concert lijkt er geen vuiltje aan de lucht. De drie vrouwen en hun management zijn tevreden over de show. Ze hebben geen idee dat half Amerika, het patriottische deel, straks over hen heen zal vallen. Regisseur Barbara Kopple registreert vervolgens van dichtbij hoe Maines en de zussen Martie Maguire en Emily Robison reageren als de conservatieve countrywereld z’n favoriete dochters in de ban doet, hun cd’s publiekelijk worden vernietigd en de algehele sfeer rond de dames ronduit bedreigend wordt.

’Ze schaden onze mannen overzee’, zegt een gast in een praatprogramma. ‘Dit zijn de domste bimbo’s die ik ooit heb gezien’, stelt een ander. En de beruchte talkshowhost Bill O’Reilly concludeert dat iemand die meiden eigenlijk eens alle hoeken van de kamer moet laten zien. Shut Up & Sing (92 min.) documenteert hoe The Dixie Chicks in de drie jaar na Maines’ slip of the tongue de storm proberen te trotseren, hun persoonlijk leven verder gestalte geven én de weg terug naar het hart van Amerika hopen te vinden.

Het is uiteindelijk een klein en menselijk verhaal over hoe je in tijden van nationale eenheid ineens helemaal uit de gratie kunt raken en hoe moeilijk het dan is om in zo’n storm, ook al raast die slechts in een glas water, echt bij jezelf te blijven. En dan, als die oorlog in Irak maar blijft voortduren en slachtoffers blijft maken, verandert zowaar de ‘you’re either with us or with the terrorists’-attitude in het land en worden de moed en standvastigheid van The Dixie Chicks (die sinds kort overigens door het leven gaan als The Chicks) alsnog beloond.

Tricky Dick And The Man In Black

Netflix

Wie had de Amerikaanse president Richard Nixon eigenlijk uitgenodigd in het Witte Huis? Johnny Cash, de rebel van Folsom Prison Blues, die zich identificeerde met bajesklanten en Amerikaanse indianen? Of de godvrezende man met dezelfde naam, die in 1970 op het punt stond om opnieuw vader te worden en die zich afficheerde met de befaamde televisiedominee Billy Graham?

Tricky Dick dacht in elk geval een typische zoon van het zuiden te hebben binnengehaald, een authentieke country & western-zanger die hem wel even de electorale steun van de zogenaamde ‘silent majority’ kon bezorgen. De Republikeinse president had Cash zelfs gevraagd om de patriottische redneck-song Okie From Muskogee, een aanklacht tegen zo’n beetje alles wat met de toenmalige Tegencultuur had te maken, en het vileine Welfare Cadillac, over een man die zijn uitkering ophaalt in een patserbak, te zingen.

Nixon, die later nog met een pijnlijk protest (‘Stop the killing’) kreeg te maken tijdens een optreden van The Ray Conniff Singers in het Witte Huis, had eigenlijk beter moeten weten. Johnny Cash leek de gevraagde verzoeknummers inderdaad te gaan zingen, maar besloot uiteindelijk toch anders. Zijn optreden, voor een ongemakkelijke president en zijn eerste rij van getrouwen, vormt de apotheose van Tricky Dick And The Man In Black (58 min.), een boeiende documentaire van Barbara Kopple en Sara Dosa.

Dit tweede deel van Netflix’s nieuwe serie ReMastered, een reeks historische muziekdocumentaires, zoomt net als zijn voorganger over Bob Marley in op een voetnoot uit de popgeschiedenis, waarmee een groter maatschappelijk verhaal kan worden verteld. Ditmaal over muziek als politiek verleidings- dan wel drukmiddel. Aan het woord komen een broer, zus en zoon van Cash, terwijl Nixons communicatiemedewerker Pat Buchanan en medewerker Alexander Butterfield de kant van de omstreden president voor hun rekening nemen.

Tricky Dick And Johnny Cash zet twee mastodonten tegenover elkaar, die elk vanuit hun eigen invalshoek het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog kleur hebben gegeven. Zwart, om precies te zijn. In zekere zin leken ze ook op elkaar. Nixon en Cash groeiden allebei op in diepe armoe en verloren op jonge leeftijd een broer, een ervaring die hen voor het leven zou tekenen en voor even, heel even, in Washington zou samenbrengen op een broeierige dag in april 1970.

Ook het bezoek van Elvis Presley aan de omstreden Richard Nixon, de enige Amerikaanse president die ooit is afgetreden, spreekt overigens tot de verbeelding. Er is zelfs al een speelfilm aan gewijd.

Harlan County USA


‘Which side are you on?’, zingt de inmiddels bejaarde activiste Florence Reece de stakende mijnwerkers en hun vrouwen toe in een sleutelscène van deze Oscar-winnende documentaire uit 1976. De legende wil dat ze het nummer als twaalfjarig meisje schreef toen haar vader deelnam aan een mijnwerkersstaking. Zelf houdt ze ’t op de jaren dertig, toen de crisis ongenadig huishield in Anytown, USA.

‘Mijn vader stierf in een kolenmijn’, vertelt ze haar gehoor met schorre stem. ‘En mijn man gaat ten onder aan stoflongen.’ Echt goed zingen kan ik niet, beweert ze even later. Waarna ze op onvaste toon ieders hart verovert. Conclusie: je bent een vakbondsman of een stuk tuig dat voor de bazen werkt. Aan welke kant sta jij eigenlijk?

Harlan County, USA (104 min.) van Barbara Kopple roept een vergeten wereld en verloren manier van leven op. Van mannen met verweerde koppen, die afdalen naar de diepste krochten van de aardkloot om zwart goud boven te halen. En van ouderwetse huisvrouwen, met gebloemde jurkjes en haar op de tanden, die ervoor zorgen dat ze hun rug recht houden als die verrekte bazen hun ziel aan de Duivel proberen te verkopen.

De mijnen mochten niet dicht. Nooit! Maar dat gingen ze natuurlijk wel. Veertig jaar later is het moeilijk om je voor te stellen hoe het anders had kunnen lopen. Maar toen, te midden van ellenlange stakingen die het uiterste vroegen van gewone mannen, vrouwen en hun gezinnen, was dat simpelweg ondenkbaar. Met de moed der wanhoop spreken, zingen en schreeuwen de mijnwerkersfamilies elkaar in deze meeslepende film naar een acceptabele deal, die uiteindelijk weinig waard zou blijken te zijn.