Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story

Netflix

In The Tale Of Norm Macdonald, een portret van de onnavolgbare Canadese stand-upcomedian (1959-2021), beperkte de Amerikaanse regisseur/producer Judd Apatow zich onlangs tot louter archiefmateriaal. Met een slimme montage van lekker dwaze fragmenten wist hij de enigmatische komiek, die een geliefde gast was van Amerikaanse talkshows en die vanwege zijn aanhoudende grappen over O.J. Simpson ooit werd ontslagen bij Saturday Night Live, heel aardig te pakken te krijgen.

Bij deze film over de comedian Maria Bamford staat Apatow, samen met coregisseur Neil Berkeley, voor een geheel andere uitdaging: de vrouw zelf. Zij heeft helemaal geen zin in een documentaire, zegt ze (huhuh!), maar is bereid om het voor vijfhonderd dollar tóch een dagje te proberen. Als die horde is genomen, blijft ze natuurlijk gewoon aan boord voor Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story (116 min.), een portret van een labiele vrouw, voor wie het podium opgaan echt (bittere) noodzaak is.

Als kind had Bamford al last van depressies, een eetstoornis en dwanggedachten. Ze zette zelfs haar eigen zelfdoding in scène. Als comédienne vond ze een manier om die gekte een plek te geven. Met talloze stemmetjes bijvoorbeeld, die ze de meest gestoorde dingen liet zeggen. Ze bouwde een eigen achterban op met ontregelende stand-up optredens en verwierf tevens de goedkeuring van vakgenoten zoals Stephen Colbert, Sarah Silverman, Conan O’Brien, Tig Notaro, Zach Galifianakis en Patton Oswalt,

Zij laten in dit grimlachende portret uitgebreid de loftrompet over haar schallen. Tegelijkertijd schetsen de hoofdpersoon zelf, haar zus Sarah en echtgenoot Scott (die eveneens met depressies kampt) de dunne lijn tussen komedie en tragedie in haar leven. Moeder Marilyn was eveneens mentaal kwetsbaar, terwijl ook vader Joel z’n sombere buien had. Bamford moest dus leven met ‘de vrees voor krankzinnigheid’ en zou in haar leven ook daadwerkelijk enkele malen (gedwongen) opgenomen worden.

Met medicatie, die haar stemming stabiliseert, en de erfenis van haar ouders, waarmee de druk om geld binnen te brengen is weggevallen, lijkt Maria Bamford inmiddels een soort evenwicht te hebben gevonden. Zelfs een verwoestende natuurbrand in haar huidige woonplaats Altadena, die behalve hun woning ook haar ochtendoptredens in een plaatselijk cultureel centrum in gevaar brengt, lijkt haar niet wezenlijk te kunnen raken. En sinds ze haar niet meer imiteert, is ook de relatie met zus Sarah beter dan ooit.

Zonder tegenbericht alles in orde dus – al blijft het ogenschijnlijk wel een precair evenwicht. Paralyzed By Hope is ondertussen een waardevolle toevoeging geworden op de serie documentaires, die verder bestaat uit films over Garry Shandling, George Carlin en Mel Brooks), waarmee Judd Apatow de Amerikaanse humorhistorie inkadert. ’s Mans ‘comedy train’ lijkt voorlopig nog niet aan zijn laatste halte toe. Zijn collega Neil Berkeley deed overigens ook al een duit in het zakje met portretten van Gilbert Gottfried en Martin Mull.

My Name Is Alfred Hitchcock

Dogwoof

’Oh, ik weet zelf ook wel dat ik al veertig jaar dood ben’, zegt Alfred Hitchcock (1899-1980) aan het begin van deze absolute tour de force van Mark Cousins. ‘En er is zoveel veranderd in die jaren. Toch? Zijn jullie met die 5G-telefoons werkelijk zoveel meer verfijnd dan de onschuldige mensen die gilden bij Janet Leighs onfortuinlijke ondergang, alleen in een klinische doucheruimte, in dat verschrikkelijke motel, in Psycho?’

Hoewel het verstand ‘nee’ zegt, is het toch verdomd lastig om niet mee te gaan met de premisse voor Cousins film My Name Is Alfred Hitchcock (120 min.): dat het daadwerkelijk de grote regisseur is die tot je spreekt en niet acteur Alistair McGowan die ‘the master of suspense’ griezelig goed nadoet. Dat de gedachten die door deze uit duizenden herkenbare stem (toch?) uit het grote brein van Hitchcock komen en niet uit het vast niet veel minder grote brein van Mark Cousins.

Laten we de basisgedachte maar accepteren. Weerstand is zinloos – en ook lang niet zo prikkelend, inspirerend en leuk. Op onnavolgbare wijze duikt ‘Hitch’ dus in zijn eigen oeuvre, dat meesterwerken zoals The Birds, North By Northwest, Vertigo, Marnie en Strangers On A Train omvat en van pak ‘m beet Cary Grant, James Stewart en Gregory Peck en de actrices Ingrid Bergman, Grace Kelly en Tippi Hedren onvergetelijke iconen van de twintigste eeuw heeft gemaakt.

Cinefiel Cousins, die al diverse films over film maakte en eerder ook al een andere legende binnenstebuiten keerde in The Eyes Of Orson Welles (2018), laat Hitchcock aan de hand van de thema’s ontsnapping, verlangen, eenzaamheid, tijd, vervulling en hoogte en talloze daaraan verbonden speelfilmfragmenten een psychologisch portret van ‘zichzelf’ schetsen. Intussen geeft hij een masterclass film, met elementaire lessen als: vertraag als je personage haast heeft.

Een speelduur van twee uur is voor 21e eeuwse ogen misschien wat erg overdadig, maar deze duivels knap gemaakte film over hoe Hitchcock de beeldtaal naar zijn hand heeft gezet, zichzelf daarmee kon verwerkelijken en ons allen aan het witte doek of televisiescherm gekluisterd heeft/houdt, zorgt zowel voor leering als vermaack. Waarbij de oude meester op typisch Britse en lekker pedante wijze scènes duidt, in een bredere context plaatst en verbindt met zijn eigen bestaan.

Alfred Hitchcock is na z’n overlijden ook zijn kenmerkende gevoel voor humor niet kwijtgeraakt. Als Tippi Hedren een sigaret opsteekt in The Birds neemt die film even een korte adempauze. ‘Dit noemen jullie tegenwoordig ‘mindfulness’, of niet?’