The Dark Wizard

HBO Max

‘Als ik sterf, film het’, zegt Dean Potter voordat hij de rotswand ‘Heaven’ in het Yosemite Park in de Amerikaanse staat Utah gaat beklimmen. Wanneer The Dark Wizard (236 min.) valt, dondert hij honderden meters naar beneden. Want Potter klimt ‘free solo’, zonder enige vorm van zekering, en zoekt steeds zijn eigen grenzen op. Één fout betekent de dood. ‘Volg me tot op de grond, film het’, instrueert hij zijn vriend Brad Lynch. Die moet er zo’n twintig jaar later nog altijd niet aan denken. ‘Als hij daar valt, ga ik dat niet filmen.’

Het is een cruciaal moment in Potters ontwikkeling en deze vierdelige serie die aan hem is gewijd. Direct daarna, aan het einde van de eerste aflevering, loopt zijn relatie met topklimster Steph Davis op de klippen en heeft hij écht niets meer te verlezen. Graham Potter begint steeds nadrukkelijker met de dood te spotten. En hij beperkt zich niet alleen tot klimmen. De Amerikaanse waaghals houdt zich ook onledig met skydiven, basejumpen én slacklinen, het lopen over een zelf gespannen lijn tussen twee bergen, natuurlijk ook zonder deugdelijke zekering. Dat kan niet goed aflopen.

Als Potter wordt geconfronteerd met een jongere en getalenteerdere rivaal, Alex Honnold (de onverstoorbare hoofdpersoon van de Oscar-winnende documentaire Free Solo), ziet hij zich genoodzaakt om zijn eigen grenzen steeds verder te verleggen. Deze miniserie van Peter MortimerNick Rosen en Josh Lowell documenteert dat proces: met elk record dat hij verliest en elke bokkensprong die ie vervolgens maakt – ‘free basen’ bijvoorbeeld, een combinatie van free solo-klimmen en basejumpen – raakt hij zichzelf verder kwijt. En ook zijn beste vrienden beginnen gaandeweg af te haken.

Uit zijn dagboek, verlevendigd met elementaire illustraties (die voor dit portret tot leven worden gewekt), komt een man naar voren, die letterlijk de hoogste toppen beklimt en door de diepste dalen moet. Volgens zijn oudere zus Elizabeth had Dean van hun ouders, die in een pijnlijke scheiding verzeild waren geraakt, een ‘sad gene’ geërfd. Hij was, zoals één van z’n vrienden ‘t uitdrukt, zowel gezegend als vervloekt. Te midden van alle adembenemende beelden – want elke zelfoverwinning, recordpoging en verplaswedstrijd is natuurlijk gefilmd – openbaart zich een labiele man.

Die emotionele onderlaag kan The Dark Wizard soms ook goed gebruiken, want vier uur springen, balanceren en vliegen (met een wingsuit – en soms ook een hond in wingsuit) wordt toch al snel méér van hetzelfde. Dean Potter lijkt bezig aan een desperate vlucht voor zichzelf. Als een menselijke raaf, de onheilspellende zwarte vogel waarmee Potter zich is gaan identificeren. Die wordt door het filmmakende drietal ook optimaal uitgenut in deze typisch Amerikaanse productie, waarin de alfaman/paria/antiheld uiteindelijk, met ware doodsverachting, afstevent op een ‘glorieus’ slotakkoord.

Gold & Greed: The Hunt For Fenn’s Treasure

Netflix

Ergens in de Rocky Mountains is een schatkist verborgen. Daarin zit goud ter waarde van enkele miljoenen dollars. Het is een idee van de gefortuneerde kunsthandelaar Forrest Fenn. In The Thrill Of The Chase, zijn autobiografie uit 2010, heeft hij een gedicht opgenomen, waarin negen aanwijzingen zijn verwerkt om de schat te vinden.

Het lijkt in eerste instantie niet meer dan een truc om zijn boek onder de aandacht te brengen, maar al snel loopt Fenns idee helemaal uit hand. Talloze gewone Amerikanen raken bevangen door goudkoorts en proberen het gedicht te ontcijferen. De Hursts, een stel rednecks, weten bijvoorbeeld zeker dat de buit is verstopt in het voormalige mijnwerkersdorp Kirwin in Wyoming, terwijl de gepensioneerde ingenieur Cynthia Meachum ervan overtuigd raakt dat de schat in New Mexico is te vinden.

Op zoek naar ‘fortuin en glorie’, aldus de montere softwareontwikkelaar Justin Posey. Want wie wil er nu geen Indiana Jones zijn? Niet iedereen is echter gemaakt voor de rol van avonturier, blijkt in de driedelige docuserie Gold & Greed: The Hunt For Fenn’s Treasure (160 min.) van Jared McGilliard. Het duurt niet lang of de schattenjacht eist z’n eerste slachtoffer: ene Randy Bilyue raakt nabij Santa Fe vermist als hij in hartje winter, met een rubberboot van Walmart, de Rio Grande probeert af te varen.

Forrest Fenns autobiografie wordt in de media, die ’s mans meesterzet en de navolgende goudkoorts helemaal uitmelken, dan al omschreven als: ‘the book that lures readers to their deaths’. Fanatieke speurders zoals Meachum, die bij Fenn zelf op zoek gaat naar aanwijzingen, en de Hurst-familie, dromend van een leven buiten het ‘trailer park’, laten zich daardoor niet weerhouden. En de inventieve Posey begint doodleuk een hond te trainen, zodat die letterlijk kan worden ingezet als speurneus.

McGilliard volgt hen terwijl ze hun nieuwste theorie najagen en ergens in Amerika op zoek gaan naar de goudkist. Hij snijdt hun verhalen slim door elkaar en leukt ze op met een avonturenfilmsoundtrack en gewiekste cliffhangers, zodat ’t steeds spannend blijft of iemand op de buit stuit – en wie dat dan is. Tegelijkertijd schetst ie ook de gekte in de schatzoekersgemeente. Die krijgt gaandeweg ook een naar kantje: vergezochte hypothesen krijgen gezelschap van onvervalste complotten.

Op een luchtige manier toont Gold & Greed zo hoe het idee van eeuwige rijkdom voor tal van gewone Amerikanen een obsessie wordt. Totdat ze zowaar tien jaar van hun leven hebben gespendeerd aan een waanidee – al heeft zelfs dat z’n aantrekkelijke kanten. De jacht is immers mooier dan de vangst. Justin Posey realiseert zich dat terdege en probeert in deze joyeuze productie zowaar in de voetsporen te treden van Forrest Fenn, die in 2020, na een enerverende oude dag, op negentigjarige leeftijd is overleden.

Big Mäck: Gangster Und Gold

Netflix

Deze bespreking is puur hypothetisch. Net als het verhaal dat Donald Stellwag vertelt. Het gaat niet over hemzelf. Het is – dat had hij toch al meteen gezegd? – ‘puur hypothetisch’. Dus de man die in de Duitse variant op Opsporing Verzocht, Aktenzeichen Ungelöst, op foto’s van een bankoverval op een Sparkasse-filiaal in Nürnberg in december 1991 is te zien kan met geen mogelijkheid Stellwag zijn. Ook al is hij ongeveer net zo oud, lang en dik én wordt hij herkend door een lokale politieman.

‘Ik was niet bang omdat ik wist dat ik niets had gedaan’, stelt Stellwag, bijgenaamd ‘Big Mäck’, zo’n dertig jaar later. Hij houdt, vanwege zijn gammele gezondheid en overgewicht liggend in bed, vol dat hij volstrekt onschuldig is. Al kan een buitenstaander zich niet aan de indruk onttrekken dat hij ook wel geniet van de aandacht die hem nu opnieuw ten deel valt. Puur hypothetisch, dan. Donald Stellwag heeft tevens een uitgesproken motief: nadat hij jaren in een Duitse gevangenis heeft doorgebracht, voelt Big Mäck nog altijd de behoefte om zijn naam te zuiveren.

Want hij blijkt wel degelijk slachtoffer te zijn geweest van een gerechtelijke dwaling. Toch? Als Stellwag zijn straf heeft uitgezeten, wordt er bij een andere bankoverval in elk geval een vingerafdruk aangetroffen van een man met min of meer dezelfde uiterlijke kenmerken. En niet veel later bekent die zowaar. Jarenlang is Donald Stellwag vervolgens – tegen betaling, stelt hij zelf – een graag geziene gast in talkshows, het slachtoffer van een overijverige openbare aanklager. Erg lang zal dat echter niet duren, want hij zal bij nóg een spraakmakend misdrijf betrokken raken.

Puur hypothetisch, natuurlijk. En ideaal voor een vermakelijke schelmenbeeldroman zoals Big Mäck: Gangster Und Gold (90 min.), waarin Fabienne Hurst en Andreas Spinrath tamelijk luchtig het leven van de linkmiegel doornemen met hemzelf en de mensen die betrokken raakten bij zijn zaak(jes). Gezien Donald Stellwags dubieuze staat van dienst is het in elk geval niet vreemd dat de politie bij die bankoverval dacht aan hem, een man die al z’n hele leven kan praten als brugman en zo in staat is om zelfs de pienterste waarheidsvorsers een rad voor ogen te draaien.

Puur hypothetisch, welteverstaan.