The Specials – A Message To You

c: Shane O’Neill / NTR

Nee, Jerry Dammers, de muzikale leider van de Britse skaband, oprichter van het illustere platenlabel 2 Tone Records en schrijver van het klassieke protestlied van The Special AKA, Free Nelson Mandela, participeert niet in The Specials – A Message To You (70 min.). En frontman Terry Hall, die later nog furore zou maken met Fun Boy Three, The Colourfield en Gorillaz, is in 2022 op 63-jarige leeftijd gestorven – al is hij, net als de andere leden van The Specials die inmiddels zijn overleden, nog wel te zien in beelden van de reünietournee die de multiculturele groep uit Coventry in 2019 ondernam.

Van de oorspronkelijke zevenkoppige band, die rond 1980 klassiekers zoals GangstersToo Much, Too Young en Ghost Town afleverde, zijn in deze muziekdocu van Joe Connor alleen gitarist Lynval Golding en bassist Horace Panter van de partij. Zij worden bijgestaan door de producer van hun debuutalbum Elvis Costello, hun 2 Tone-familieleden Pauline Black (The Selecter) en Rhoda Dakar (The Bodysnatchers), A&R-manager Johnny Chandler en Damon Albarn (Blur/Gorillaz). Zij besteden verder nauwelijks aandacht aan Jerry Dammers, de onbetwiste spil van de originele band.

Connor had ook duidelijk geen regulier carrièreoverzicht voor ogen bij deze popdocu. Hij start zijn vertelling op vanuit het heden – de Specials-reünie van 2019, aangejaagd door het comebackalbum Encore – en maakt van daaruit uitstapjes naar het verleden, waar hij dan met zevenmijlslaarzen doorheen stiefelt. De hoogtijdagen van de band, in een land dat werd verscheurd door openlijk racisme, worden vooral ingezet om parallellen met de huidige wereld te trekken en wijlen Terry Hall en de laatste incarnatie van de band, met nog drie originele leden in de gelederen, nog eens in het zonnetje te zetten.

Het zit allemaal vervat in dat ene tafereel op het gemeentehuis van Los Angeles uit 2019, waar de impact van de Britse groep, die Amerikaanse bands zoals Rancid, The Mighty Mighty Bosstones en No Doubt inspireerde, officieel wordt erkend. ‘Thank you, Los Angeles’, zegt Horace Panter tijdens z’n speech, als het stadsbestuur 29 mei heeft uitgeroepen tot ‘The Specials Day’. ‘You have great taste in music.’

En, o ja, in de documentaire 2 Tone: The Sound Of Coventry (2021) komt Jerry Dammers wél uitgebreid aan het woord.

Madness, Prince Of Ska, King Of Pop

Arte

In 1992 belt de Londense politie naar de geologische dienst. Ze hebben berichten gekregen over een aardbeving. ‘Ze evacueerden hele flats, uit angst voor instorting’, vertelt Madness-zanger Graham ‘Suggs’ McPherson. ‘Maar het bleken springende Madnessfans te zijn.’ Zijn skagroep treedt tijdens het zogeheten ‘Madstock’ voor het eerst in acht jaar weer op, in het nabijgelegen Finsbury Park. De volgende dag trilt de aarde dus opnieuw in de Britse hoofdstad. Want dan geeft de band, die onverminderd populair blijkt, nóg een uitverkocht concert.

In de tv-docu Madness, Prince Of Ska, King Of Pop (52 min.) gaat Christophe Conte terug naar het begin: een stel opgeschoten jongeren uit Camden Town begint in de tweede helft van de jaren zeventig samen muziek te maken en groeit vervolgens uit tot de huisband van de pub The Dublin Castle. Al snel stuit Madness op een broederband uit de industriestad Coventry, The Specials. Met hun eigen platenlabel 2 Tone Records scoren die met ‘Britse ska’, een kruisbestuiving van de muziek van Jamaicaanse immigranten en witte Engelse jongeren, de ene na de andere hit.

Bij het bonte 2 Tone-gezelschap voelt Madness zich helemaal op z’n plek. Tegelijkertijd krijgt deze inclusieve familie te maken met de gure wind die er op dat moment waait door Groot-Brittannië, waar het National Front in opkomst is en skinheads voor een grimmige sfeer op straat zorgen. Bij Madness, de enige volledig witte band in de 2 Tone-familie, denkt de extreemrechtse partij zieltjes te kunnen winnen. Dat was ‘echt afschuwelijk’, herinnert bassist Mark ‘Bedders’ Bedford. ‘Meestal richtten we een spot op gasten die de Hitlergroet brachten of vochten’, vult Suggs aan.

Gaandeweg zal Madness zich in z’n muziek steeds meer uitspreken voor sociale onderwerpen, een wat meer poppy toon aanslaan en onderdak vinden bij een ander platenlabel, Stiff Records. Dat legt de groep bepaald geen windeieren. Met humoristische video’s scoort de rebellenclub hit op hit. Die opmars wordt in dit vlotte bandportret met medestanders zoals gitarist Lynval Golding (The Specials), zangeres Rhoda Dakar (The Bodysnatchers) en producer Clive Langer uit de doeken gedaan – al is de tweede helft wel erg van de lange halen, snel thuis.

In wezen geldt voor Madness wat voor veel bands opgaat: na de eerste tien jaar is het beste er wel vanaf en moet de groep vooral vormbehoud tonen.

Undercover: Exposing The Far Right

Tigerlily Productions

Harry Shukman wordt Chris. Hij infiltreert, voorzien van een verborgen camera en geluidsapparatuur, in een internationaal opererend extreemrechts netwerk. Daarbij richt hij zich nu eens niet op de bullebakken, de kaalkoppen die racistische leuzen scanderend en amok makend de straat op gaan, maar op de intelligentsia, de denkers van een radicale beweging die inmiddels op diverse plekken in de wereld toegang tot de macht lijkt te krijgen.

Harry is onderdeel van de Britse organisatie Hope Not Hate, die zich ten doel heeft gesteld om te openbaren wat er in die extreemrechtse kamers werkelijk over tafel gaat, de wereld achter de omfloerste woorden. Voor de documentaire Undercover: Exposing The Far Right (90 min.) heeft Havana Marking toegang gekregen tot zo’n operatie, waarvan ‘Chris’ het uithangbord is en Patrik Hermansson dienst doet als zijn ingenieuze secondant. Samen begeven ze zich in kringen waar fatsoenlijke mensen doorgaans liever weg blijven – en waar ’t ook niet ongevaarlijk is als ze ontdekken wie je écht bent.

De officiële verklaringen van de lieden die in deze verborgen camera-docu figureren, bij wijze van wederhoor opgenomen in de aftiteling, schetsen een aardig beeld van in welke beerput de twee hun neus hebben gestoken: de extreemrechtse partij Britain First, het voormalige English Defence League-boegbeeld Tommy Robinson, een kopstuk van Alternative für Deutschland, de aanjagers van de rechts-extremistische rellen in Groot-Brittannië in de zomer van 2024 én de mysterieuze investeerder die een ondergronds onderzoek naar intelligentieverschillen tussen rassen financieel ondersteunt.

Marking volgt de medewerkers van Hope Not Hate naar (stiekem gefilmde) activiteiten, bijeenkomsten en besprekingen met dubieuze figuren in Estland, Polen en Griekenland, maar belicht ook de impact van het werk op het persoonlijk leven van de gezichten van de ideële organisatie. Want zulke activiteiten gaan gepaard met gerichte intimidatie en de dreiging van geweld vanuit extreemrechtse hoek. Oprichter en CEO Nick Lowles krijgt bijvoorbeeld te horen dat een negentienjarige extremist zijn afgeschermde adres en telefoonnummer heeft achterhaald én een vuurwapen heeft gekocht op het internet.

Als Hope Not Hate in oktober 2024 de resultaten van z’n onderzoek naar buiten brengt, kan Chris weer Harry Shukman worden. Hij vervolgt zijn werk. Niet meer – nooit meer! – undercover, maar vanuit een safehouse.