I Was A Teenage Sex Pistol

Pink Moon / vanaf donderdag 2 juli in de bioscoop

Hij schittert nu eens door afwezigheid: John Lydon. Ofwel: Johnny Rotten, het boegbeeld van The Sex Pistols. De man die de geschiedenis van de legendarische Britse punkband heeft bepaald en geschreven. En daarbinnen was wel héél véél ruimte voor ‘bassist’ Sid Vicious, de wildeman die in 1979 op 21-jarige leeftijd overleed aan een overdosis heroïne – en verdacht weinig voor zijn voorganger, de man die de basgitaar daadwerkelijk bespeelde: Glen Matlock.

Hij krijgt nu alle gelegenheid om zijn eigen versie van dat stukje pophistorie te delen in de documentaire I Was A Teenage Sex Pistol (96 min.) van Andre Relis en Nick Mead, die is gebaseerd op Matlock gelijknamige autobiografie (2012). Hij wordt daarbij in de rug gedekt door zijn voormalige Pistol-maatjes, gitarist Steve Jones en drummer Paul Cook. Samen schetsen zij de opkomst van hun band, waarvan hij als bassist en songschrijver een integraal onderdeel was.

Niet zonder trots demonstreert Glen Matlock hoe zijn baslijnen het fundament hebben gevormd voor de Pistols-klassiekers Anarchy In The UK, Pretty Vacant en God Save The Queen. Tegen de tijd dat die werden opgenomen voor het klassieke debuutalbum Never Mind The Bollocks (1977), was hij echter al de laan uitgestuurd. Volgens de officiële persverklaring van manager Malcolm McLaren, altijd op zoek naar nieuwe relletjes, omdat hij stiekem van The Beatles hield.

In werkelijkheid botste Matlock gedurig met Rotten en moest ie dus het veld ruimen. Hij zou echter nooit een punkvariant worden op de vergeten Beatle Pete Best of de man die nooit echt een Stone mocht zijn, Ian Stewart. Want het lukte de bassist in de navolgende decennia met Rich Kids, Iggy Pop, Johnny Thunders, The Faces en Blondie om een bestendige muzikale carrière op te bouwen. Hij zou zelfs nog op het podium belanden met zijn illustere opvolger, Sid Vicious.

Met dat vermakelijke relaas, opgetekend met fraai archiefmateriaal en aangekleed met quotes van Billy Idol en leden van verwante bands zoals The MC5, Blondie, The Damned, Sigue Sigue Sputnik, Dead Boys, The Vandals, Spandau Ballet en The Stray Cats, zetten Relis en Mead de schijnwerper nu eens vol op de grote onbekende Sex Pistol.

Monsters Inside: The 24 Faces Of Billy Milligan

Netflix

De diagnose meervoudige persoonlijkheidsstoornis – of de hedendaagse benaming: dissociatieve stoornis – kan doorgaans op scepsis rekenen. Zeker als die wordt ingezet als verklaring voor criminele uitspattingen van de patiënt. Dan duurt het nooit lang voordat iemand ‘onzin!’ roept. Of: ‘geweldige acteerprestatie!’

Bij Billy Milligan, in 1977 opgepakt omdat hij enkele vrouwen zou hebben verkracht op de Ohio State-universiteit, ging dat natuurlijk niet anders. Was dit een truc van zijn verdediging of een zinsbegoocheling van nét iets te gewillige zielenknijpers? Of was er daadwerkelijk iets aan de hand met de 23-jarige Amerikaan, die toen al een aanzienlijke psychiatrische historie had? En waren al die persoonlijkheden dan inderdaad onderdeel van een overlevingsstrategie – net als bij de hoofdpersoon van de toenmalige bestseller Sybil – waarmee extreem trauma uit zijn verleden onschadelijk moest worden gemaakt?

In Monsters Inside: The 24 Faces Of Billy Milligan (242 min.) probeert Olivier Megaton door dat woud van persoonlijkheden te waden. Hij maakt die zichtbaar door bij oude interviewfragmenten van Billy te titelen welke persoon er wanneer aan het woord is. Ragen bijvoorbeeld, de agressor met het Joegoslavische accent. De verlegen negentienjarige lesbienne Adalana. Of Engelsman Arthur, die de boel op de één of andere manier bij elkaar probeert te houden. Als al die verschillende figuren, met elk hun eigen functie en risico’s, daadwerkelijk bestaan in één enkele persoon, dan moet die wel ontoerekeningsvatbaar zijn. En in dat geval – logische conclusie – ligt niet gevangenisstraf maar therapie voor de hand.

Megaton ontleedt de zaak rond/tegen Billy Milligan met zijn broer Jim en zus Kathy, jeugdvrienden en juristen, psychiaters en begeleiders die betrokken waren bij het psychiatrische onderzoek, de strafzaak of z’n behandeling. En natuurlijk ontbreekt ook de schrijver niet die als een gier op zo’n bijzonder geval duikt, om het vervolgens helemaal af te kluiven. Om het unheimische karakter van de hele geschiedenis te benadrukken interviewt de documentairemaker hen bovendien stuk voor stuk in een sinister ogende setting. Niet thuis in een ontspannen atmosfeer of juist binnen een professionele context, maar in een lege kerk, een verlaten cellencomplex of een fabriekshal waar de verf van de muren afbladdert.

Het is en blijft tenslotte true crime. Een genre dat ook gedijt bij nét iets te donkere gedramatiseerde scènes, een duistere soundtrack en slim geplaatste cliffhangers. Ook daarin stelt Monsters Inside niet teleur. Deze vierdelige serie melkt alleen de bizarre levenswandel van Billy Milligan soms wel erg opzichtig uit, maar geeft tegelijkertijd ook interessante achtergrondinformatie over de discussie rond de meervoudige persoonlijkheidsstoornis en hoe die zich sindsdien heeft ontwikkeld. Daar zit ook de meerwaarde van deze diepe duik in de valkuilen dan wel doortrapte streken van de menselijke geest.