Soldier’s Bones

Zeppers / vanaf donderdag 25 juni in de bioscoop

De Vietnamoorlog die iedereen allang spuugzat was, kon volgens de Amerikaanse generaal Julian Ewell wel degelijk nog gewonnen worden. Hij initieerde eind 1968 in het zuidwesten van Vietnam de omstreden operatie Speedy Express, die hemzelf de bijnaam ‘The Butcher Of The Delta’ opleverde. De militaire campagne van het Amerikaanse leger in de zogeheten Mekongdelta, die tot halverwege 1969 duurde, kostte naar verluidt bijna 11.000 Vietcong-strijders het leven. Toch werden er in totaal nog geen 750 wapens ingenomen.

Waren dit echt vijandelijke strijders? vroeg de 27-jarige Newsweek-journalist Alec Demitri Shimkin zich dus begin jaren zeventig af. Of had de Negende Infanterie Divisie van het Amerikaanse leger Ewells parool ‘kill anything that moves’ letterlijk genomen en gewone Vietnamezen vermoord? Shimkin beet zich vast in de zaak en verdween daarna van de aardbodem. Sinds 1972 werd er niets meer van hem vernomen. In de documentaire Soldier’s Bones (90 min.) neemt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik ruim vijftig jaar later het stokje van hem over.

Aan de hand van ingelezen brieven die Alec Shimkin tijdens zijn speurwerk naar het thuisfront stuurde reconstrueert hij diens diepgravende onderzoek. Verkaik weet ook getuigen op te sporen die nader licht werpen op Operation Speedy Express. Met Shimkins zus Eleanor, verloofde Mary Ann, nicht Barbara, beste vriend Bill en enkele collega’s in Vietnam probeert hij bovendien vat te krijgen op de idealistische Amerikaanse journalist, die eerst actief was in de burgerrechtenbeweging en later besloot om de omstreden oorlog in Zuidoost-Azië te gaan verslaan.

Deze kalme en sfeervolle reis door het hedendaagse Vietnam is aangekleed met huiveringwekkende beelden uit dat zwarte verleden en wordt zo meteen een hypnotische tocht naar het ‘heart of darkness’ van de oorlog – en het hart van een jonge man die weigerde om zich neer te leggen bij oorlogsmisdaden en die ervan overtuigd raakte dat hij een belangrijk verhaal op het spoor was gekomen. ‘Death is our business’, stond er volgens Shimkin op één van de Amerikaanse helikopters, die dood en verderf zaaiden in de Mekongdelta. ‘And business is good.’

In de Verenigde Staten zat, na de commotie rond het bloedbad in het dorpje My Lai in 1968, echter niemand te wachten op nóg een voorbeeld dat de oorlog in Vietnam niet deugde. Met Alec Shimkin verdween dus ook het verhaal van Operation Speedy Express in een nooit meer te openen bureaulade, die Kasper Verkaik nu vol overtuiging openrukt.

The Last Repair Shop

Disney+

Als één van de laatste schooldistricten in de Verenigde Staten zorgt Los Angeles er nog altijd voor dat leerlingen gratis hun muziekinstrument kunnen laten repareren. In The Last Repair Shop (40 min.) is een groepje toegewijde medewerkers de kinderen al sinds 1959 van dienst. ‘Ik repareer muziekinstrumenten voor een prachtig doel’, vertelt Duane van de afdeling houtblaasinstrumenten, die als violist van de Bowie Mountain Express de halve wereld rondreisde. ‘Zodat kinderen uit arme gezinnen een instrument kunnen spelen.’

Deze film van Ben Proudfoot en Kris Bowers, winnaar van de Academy Award voor beste korte documentaire in 2024, comprimeert de levens van Duane en enkele van zijn collega’s tot aansprekende miniverhaaltjes en geeft tevens hun jeugdige klanten de gelegenheid om te vertellen over hun instrument. Muziek heeft hun leven geopend, draagt bij aan zelfacceptatie of zorgt (eindelijk) voor een fatsoenlijk inkomen. ‘Ik ben bang dat ik mijn doel in het leven niet vind’, bekent een Aziatisch meisje, dat al negen jaar piano speelt. ‘Maar op het podium kom ik helemaal tot rust.’

Alle geïnterviewden kijken van dichtbij recht in de camera, alsof ze hun liefde voor muziek, de instrumenten en het reparatiewerk met elke kijker afzonderlijk willen delen. Dat werkt wonderwel: die gezichten spreken boekdelen. Ze betoveren, vertederen en ontroeren. Deze docu heeft alleen een nét iets te nadrukkelijke Hollywood-feel, met al die kleine optimistische verhaaltjes, warme kleuren en tamelijk opdringerige soundtrack. Dat zou echter ook zomaar de reden kunnen zijn dat The Last Repair Shop die Oscar in de wacht heeft gesleept. Het is en blijft tenslotte een Amerikaanse filmprijs.

2nd Chance

Showtime

Hij stopt de kogels demonstratief één voor één in de 44. Magnum-revolver en geeft dan zijn autosleutels af. Voor het geval dat er onverhoopt toch iets misgaat. Daarna demonstreert Richard Davis nog even achteloos hoe handig hij is met de blaffer die we vooral associëren met Dirty Harry en stroopt zijn mouwen op. ‘Veel mensen denken dat het ontzettend dom is wat ik nu ga doen’, zegt hij in de camera. ‘Maar als dit ook maar voor één domoor het verschil maakt…. Als die dit ziet en denkt: “ja zo’n ding wil ik ook”, dan is ’t het waard geweest.’ Davis pakt de revolver nog eens goed vast en richt hem dan… op zichzelf. Hij zucht diep en haalt de trekker over. ‘Makkelijk zat!’

Het is Richard Davis, de bedenker van nauwelijks zichtbare en gemakkelijk te dragen kogelwerende vesten, ten voeten uit. Een vlotte prater, een gladde verkoper én een slimme filmmaker. In zijn leven als het boegbeeld van Second Chance heeft hij zichzelf in totaal bijna tweehonderd keer beschoten en – nog veel belangrijker, vindt hij zelf – honderden Amerikaanse agenten en soldaten het leven gered. In deze film van Ramin Bahrani slaat hij zichzelf daarvoor regelmatig opzichtig op de borst. Zoals hij, nooit vies van een spraakmakende reclametruc, politiemannen die iemand hebben neergeknald die het vuur op hen had geopend ook regelmatig een wapen cadeau heeft gedaan.

De slimmerik heeft de vuurgevechten van zijn helden tevens verfilmd, als een gewiekste mixture tussen reconstructie en commercial. Één van de hoofdpersonen van die films, politieagent Aaron Westrick, vertelt in 2nd Chance (89 min.) hoe een kogelvrij vest zijn leven heeft gered tijdens een schietpartij. Westrick zal zich ontwikkelen tot een trouwe secondant van Davis én aan de basis staan van diens ondergang. Want als de nieuwe vesten die Davis’ bedrijf vanaf 1998 begint te verkopen niet blijken te deugen, daardoor mannen om het leven komen en de professionele bullshitter desondanks aan zijn vaste promoverhaal vasthoudt, begint Westricks geweten duchtig op te spelen.

De rechtschapen oud-politieman komt recht tegenover de praatjesmaker te staan. En die blijkt nog wel meer lijken in de kast te hebben liggen, ontdekt Ramin Bahrani in dit wat grillige portret van Richard Davis. De voormalige eigenaar van een pizzeria probeert in die gevallen recht te praten wat toch echt krom lijkt en de filmmaker laat hem daar in zekere zin ook mee wegkomen. Hij zorgt weliswaar voor bewijsmateriaal en verklaringen van direct betrokkenen, waaronder twee ex-vrouwen, die ’s mans lezing van de feiten ondergraven, maar legt hem voor de camera nooit écht het vuur aan de schenen. Davis zou zich er vermoedelijk, ongetwijfeld met de nodige bravoure, toch uit hebben gekletst.

Elke aanval op zijn integriteit ketst af op de ‘body armor’ waarmee Richard Davis zichzelf, zijn zelfbeeld en de zijnen, waaronder een WOII-veteraan als geadoreerde vader en zijn zoon Matt die met de onderneming Armor Express in papa’s voetsporen treedt, probeert te beschermen. Die onverzettelijkheid maakt van hem tegelijkertijd een onweerstaanbaar documentairepersonage.