De Dode Junk In Mij

EO / 3LAB op YouTube

‘Loop ik zo meteen mijn vader achterna en eindig ik ergens eenzaam en alleen in een flat in Birmingham? vraagt Joseph zich af. Of zou hij toch in staat zijn om z’n eigen pad te vinden? De filmmaker is bang ‘dat zijn destructieve genen ook in mij tikken als een tijdbom’. Zijn vader Richard Hammond overleed in 2019 overleden aan een overdosis heroïne. ‘Joe’ koestert de spullen die hij van hem heeft gekregen. Het boek De Vreemdeling van Albert Camus bijvoorbeeld, een camera en, ja, de film Trainspotting.

Hammond heeft al die jaren nauwelijks over zijn vader gesproken. Hoog tijd om de confrontatie aan te gaan met De Dode Junk In Mij (40 min.). En daarvoor heeft hij naar zijn eigen overtuiging het maken van deze documentaire nodig. Het spoor leidt naar Engeland, want Josephs moeder wil/kan niet meewerken. Die reis roept elementaire vragen op. Want wat weet hij nu écht over zijn vader? ’Er is niks wat ik zeker weet over deze man, behalve dat ie van voetbal hield.’ Aston Villa, om precies te zijn.

De ouder die altijd onbereikbaar leek komt onderweg steeds dichterbij via de verhalen die Richards moeder, broer en vrienden over hem opdiepen. En Joe vindt hem, inderdaad, ook in zichzelf. ‘Alles wat gezegd werd kon ik letterlijk aan mezelf linken’, rapporteert hij telefonisch aan een vriendin in Nederland. Dat is natuurlijk ook een enge gedachte: in hoeverre zou hij zelf dus kunnen eindigen zoals de man die hij nu, zeven jaar na diens dood, met alles wat ie heeft in het vizier probeert te krijgen?

Joseph Hammonds zoektocht vertoont overeenkomsten met Kelly Klingenbergs poging om haar vader terug te vinden in de egodocu Alleen Met Jenever (2021). Een verhaal dat tegelijk heel particulier en toch universeel is. Want zoekt niet iedereen in de levens van z’n ouders een voorspelling voor het eigen bestaan? Inherent aan zo’n zoektocht lijkt dan ook dat die nooit pasklare antwoorden oplevert, hooguit aanknopingspunten om twee levens te verbinden. Totdat ‘t, in elk geval in het eigen hoofd, wel zo’n beetje klopt.

American Doctor

Tiny Boxer Films

Hij dwingt de filmmaakster om voor haar eigen camera kleur te bekennen. De Joods-Amerikaanse orthopedisch chirurg Mark Perlmutter toont Poh Si Teng in de openingsscène van American Doctor (93 min.) beelden van zijn werk in Gaza. En hij wil dat zij die ook voorschotelt aan de kijkers van haar documentaire.

‘Deze eerste foto laat de kinderen zien die we in feite direct elimineren’, zegt hij geëmotioneerd, bij de aanblik van Palestijnse kinderen die niet meer waren te redden. ‘Dit ga ik blurren of toch niet gebruiken’, reageert Teng afwijzend. Ze wil de waardigheid van de kinderen niet beschadigen. ‘Nee, ik heb de toestemming van hun nabestaanden om deze foto’s te laten zien’, corrigeert Perlmutter. ‘Hun lichamen vertellen het verhaal van dit trauma, van deze genocide. Je bewijst hen geen dienst door die niet te laten zien.’

Tengs documentaire is nog geen drie minuten onderweg en de gewraakte foto verschijnt vol in beeld: zes lichaampjes van Palestijnse kinderen, die het geweld in Gaza niet hebben overleefd. Het is niet om aan te zien, maar moet naar de stellige overtuiging van Mark Perlmutter – en in zijn kielzog dus ook Poh Si Teng – wél worden gezien. Daarmee is ook de missie van deze film helder – en van de protagonisten ervan. Drie Amerikaanse artsen die aandacht vragen – nee: eisen! – voor oorlogsmisdaden in Gaza.

De Pakistaans-Amerikaanse trauma-arts Feroze Sidhwa werkt samen met Perlmutter in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis, in het zuiden van Gaza. Samen met hun collega’s stellen zij in gevaarlijke omstandigheden alles in het werk om gewonde Palestijnse burgers zo goed mogelijk te behandelen. ‘Als deze man het overleeft, dan komt dat door God’, zegt Sidhwa bijvoorbeeld tegen hen na een spoedoperatie, waarbij ze gevoelsmatig met één arm op hun rug moesten werken. ‘Niet door wat wij hebben gedaan.’

Zijn collega Thaer Ahmad, een Palestijns-Amerikaanse spoedarts, zou niets liever doen dan ook zijn bijdrage leveren in Gaza. Hij wordt bij de grens echter steeds tegengehouden door de Israëli’s. In eigen land probeert hij dus aandacht te genereren voor de situatie van de Palestijnen, in het bijzonder voor zijn overtuiging dat het Israëlische leger gericht schiet op journalisten, medisch personeel én kinderen. Artsen zoals zij zien vrijwel dagelijks jonge slachtoffers, beaamt zijn collega Feroze Sidhwa.

In Gaza sterven er volgens hem zelfs zeshonderd keer zoveel kinderen door geweld als in Oekraïne. De gezamenlijke aanklacht van Perlmutter, Ahmad en Sidhwa, die allemaal met hun poten in de modder (en het bloed) hebben gestaan, tegen Israëls optreden in Gaza is nauwelijks te negeren, maar lijkt vooralsnog wel aan dovenmansoren gericht. Met American Doctor zet Poh Si Teng hun wanhopig woedende boodschap nog eens kracht bij: in deze oorlog wordt elk recht geschonden. Wie roept Israël een halt toe?

Als in maart 2025 een staakt-het-vuren wordt beëindigd, volgt er bijvoorbeeld binnen enkele dagen een luchtaanval op een ‘terrorist’ die in het Nasser-ziekenhuis zou verblijven. ‘Dit is de eerste keer dat ik een patiënt die was opgeblazen heb geopereerd die vervolgens werd opgeblazen in zijn ziekenhuisbed’, blikt Feroze Sidhwa, nog altijd strijdbaar, terug. ‘Met zulke situaties krijg je als arts niet vaak te maken.’ Zelf is ie ook door het oog van de naald gekropen. Voor hetzelfde geld was hij bij z’n patiënt geweest.

Deze film wordt daarmee een indringend eerbetoon aan zorgverleners zoals hij, die steeds weer de moed vinden om in een hopeloze omgeving hun essentiële vak te blijven uitoefenen.