Dennis Tyfus – Eindelijk Op Canvas

VRT / Docville

‘We gaan een documentaire maken van vijftig minuten met alles wat Dennis gedaan heeft en wat hij dus nu doet’, vertelt regisseur Katherine Schmelzer in de openingsscène van Dennis Tyfus – Eindelijk Op Canvas (52 min.) aan één van de kunstenaars die daarin aan het woord komt, Peter Fengler. ‘Ja, dat is kort’, reageert die. ‘Dat is krap.’ Zijn Vlaamse collega Gerard Herman vult al snel aan: ‘Ik denk niet dat dat mogelijk gaat zijn om iets van vijftig minuten over Dennis te maken.’ Waarna Sara Weyns, directrice van het Middelheimmuseum, de grap doorzet: ‘Het is een begin…’

Welk leven is er wél in vijftig minuten te vangen? Die vraag dringt zich onwillekeurig op, bij eenieder die de Antwerpse kunstenaar nog niet kent. Die gaat in de navolgende vijftig, snel voorbij fladderende minuten kennis maken met een man die werkelijk niet voor één gat – of door één cameralens – te vangen is: tekenaar, radiomaker, ontwerper, performancekunstenaar, organisator, tatoeëerder en eigenaar van het obscure noise-platenlabel Ultra Exzema. Tijdens deze film legt hij zich toe op het maken van olieverfschilderijen. Voor een expositie in de Tim van Laere Gallery te Rome.

Katherine Schmelzer en coregisseur Pieter Verbiest volgen de creatieve duizendpoot gedurende dit intensieve proces, waarin hun overactieve hoofdpersoon zichzelf weer eens helemaal opnieuw wil gaan uitvinden. Tyfus weet in dit joyeuze portret ogenschijnlijk niet waar hij mee bezig is – en wil dat vermoedelijk ook helemaal niet weten. Zijn vriendin, kunstenares Charline Tyberchein, wordt er soms ‘zot’ van, vertelt ze. Tegelijk lijkt zij hem ook wel een beetje te benijden om die heerlijk onbezonnen werkwijze, ‘hoe da ge dan toch uzelf kunt verrassen terwijl da ge aan het maken zijt’.

Tussendoor maakt het filmmakende duo, aan de hand van uiteenlopende bronnen zoals schilder Luc Tuymans, kunsthistorica Anny de Decker en Sonic Youth-gitarist Thurston Moore, vlotte uitstapjes naar alle lumineuze ideeën, bokkensprongen en rare fratsen die hun protagonist door de jaren heen, in naam van de kunst, op zijn naam heeft geschreven. Wat te denken bijvoorbeeld van No Choice Tattoos? Waarbij iemand een nog onbekende tatoeage kan laten zetten door Tyfus. ‘Laat mij maar doen’, legt z’n vriend Gerard Herman het concept uit. ‘Vertrouw er maar op dat het goed komt.’

De No Choice Taxi biedt klanten dan weer de kans om ‘vrijwillig ontvoerd’ te worden. In de wereld van Dennis Tyfus, die afwisselend een verbaasde glimlach, gefronste wenkbrauwen of een ongecontroleerd schuddende buik oproept, tuimelen de anarchistische ideeën werkelijk over elkaar heen. Met een bijzondere rol voor blokluiten – zo mogelijk in combinatie met zijn (andere) grote liefde, de punkband The Ramones. Of zoals Thurston Moore het treffend omschrijft in een film die met vijftig minuten tegelijk véél te kort en toch precies goed is: joyful disturbance.

The Fall

De grootte van het podium, hun eigen torenhoge ambities of gewoon het noodlot zet soms sporters tegenover elkaar, die voor altijd in één adem zullen worden genoemd. Muhammad Ali en Joe Frazier. Tonya Harding en Nancy Kerrigan. Bjorn Borg en John McEnroe. Met gouden pen zijn hun al dan niet heroïsche gevechten in de sportgeschiedenisboeken bijgeschreven.

Een ander duo dat tot elkaar veroordeeld is geraakt staat centraal in de stevige documentaire The Fall (90 min.): Mary Decker en Zola Budd. Tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles bonden ze de strijd met elkaar aan op de 3000 meter. De Amerikaanse wereldkampioene tegenover een frêle Zuid-Afrikaanse tiener, die het liefst blootvoets liep en net voor de Spelen was ingelijfd door de Britse ploeg.

Als blanke atlete uit een land dat wereldwijd werd geboycot vanwege het Apartheidsregime, lag Budd toen al gedurig onder vuur. Ze wilde zich niet uitspreken tegen de misstanden in haar land. Zelf zegt ze nu dat ze toentertijd niet eens wist wie Nelson Mandela was. De man was immers al voor haar geboorte vastgezet en werd sindsdien stilgezwegen in Zuid-Afrikaanse media. Het klinkt niet eens heel ongeloofwaardig.

Terwijl Zola Budd ongewild het middelpunt was van een politieke controverse, werd ook de druk op haar Amerikaanse rivale, de gedoodverfde favoriete Decker, flink opgevoerd. Dit moesten haar Spelen worden. Nadat ze al enkele edities, buiten haar eigen schuld, aan zich voorbij had moeten laten gaan. Maar was de ogenschijnlijk zo goedlachse loopster uit Californië nog wel onverslaanbaar?

Los van elkaar blikken de twee atleten ruim dertig jaar na dato terug op de aanloop naar de wedstrijd die hun levens zou definiëren. De herinneringen van Decker en Budd zijn parallel gemonteerd door filmmaker Daniel Gordon (die eerder al sportdocu’s als George Best: All By Himself en het ijzersterke 9,79 regisseerde). Hij werkt zo gestaag toe naar het dramatische moment tijdens de Olympische finale dat hen allebei zal breken.

Die ene fatale misstap, waarbij de meningen verschillen over wie die op zijn geweten heeft, maakte de twee rivalen tevens tot aartsvijanden. Het is de vraag of de twee dames die schaduw van zich af weten te werpen en in de slotmeters van deze film alsnog tot een oprechte verzoening kunnen komen.