Move Ya Body: The Birth Of House

Autlook

De geboorteplaats is Chicago. In deze van oudsher uiterst gewelddadige en gesegregeerde Amerikaanse stad regeert de beruchte burgemeester Richard Daley ruim twintig jaar met harde hand. En omdat repressie nu eenmaal automatisch behoefte aan verlossing creëert, ontstaat begin jaren tachtig juist daar een nieuwe muziekstroming, met een kleurrijk karakter en een queer-randje: house.

Aangejaagd door een nieuw zwart zelfbewustzijn (treffend vertolkt door Jesse Jackson in zijn I Am Somebody-speech), gefaciliteerd door de emancipatie van de Amerikaanse LHBTIQ+-beweging, bloeiend op de asresten van de zwarte (en door sommige witte rockfans ronduit gehate) muziekstroming disco en mede mogelijk gemaakt door de ontwikkeling van een nieuw instrument, de synthesizer.

De naam ‘house’ verwijst naar The Warehouse, een undergroundclub in Chicago waar de befaamde deejay Frankie Knuckles de dansvloer vult met frisse sounds en beats. Daar start regisseur Elegance Bratton ook de documentaire Move Ya Body: The Birth Of House (92 min.), waarin de ontstaansgeschiedenis van deze elektronische dansmuziek wordt doorgenomen met wegbereiders en insiders.

Een sleutelrol is weggelegd voor producer Vince Lawrence, die samen met Jesse Saunders in 1984 een baanbrekende single aflevert, Fantasy – al worden de credits daarvoor ook geclaimd door de rockzangeres ‘Screaming Rachael’ Cain. Zij heeft de vocalen verzorgd en meet zich vervolgens het predicaat ‘Queen of House’ aan. Succes heeft nu eenmaal vele vaders (en moeders).

Het conflict tussen Lawrence en Cain zal zelfs uitmonden in een rechtszaak en staat model voor een gevoel dat bij de housepioniers postvat (en dat sowieso regelmatig klinkt vanuit zwarte muzikanten): het harde werk wordt door ons verricht, waarna witte artiesten er met het geld en succes vandoor gaan. In deze film zet Bratton in elk geval de spotlight op degenen met het zweet op hun rug.

Juist in die beperking in tijd en plaats – het Chicago van de eighties, geen oog bijvoorbeeld voor het nabijgelegen Detroit, de thuishaven van techno – zit ook de charme van deze interessante film over een muziekstroming die ruim een halve eeuw later nog altijd springlevend lijkt.

Pretty Baby: Brooke Shields

Hulu

Moet Pretty Baby worden beschouwd als kritiek op het seksualiseren van jonge meisjes? Of is Louis Malles speelfilm uit 1978, over een bordeel in New Orleans aan het begin van de twintigste eeuw, daarvoor veel te ambigu?

Feit is dat de elfjarige Brooke Shields, die in Pretty Baby letterlijk als maagd wordt geserveerd aan een groep begerige mannen en vervolgens per opbod wordt verkocht, het imago van (veel te) jeugdige verleidster overhield aan de film. Zij deed daarin een kusscène, vertelt de Amerikaanse actrice in de tweedelige documentaire Pretty Baby: Brooke Shields (140 min.), terwijl ze in werkelijkheid nog nooit een jongen had gezoend. Haar tegenspeler Keith Carradine, maar liefst zestien jaar ouder, probeerde haar gerust te stellen: ‘Hee, weet je wat? Deze telt niet, we doen alleen net alsof.’

Enkele jaren later mocht de hele wereld getuige zijn van Shields’ seksuele volwassenwording – althans, dat was de suggestie – in de Adam & Eva-achtige film The Blue Lagoon (1980), waarin ze met een helblonde jongen (Christopher Atkins) de liefde leert kennen op een exotisch eiland. Ze was op dat moment vijftien jaar oud en volgens eigen zeggen nog zo groen als gras. Als het ‘sekssymbool’ vervolgens in Endless Love (1981) de liefde moet bedrijven en niet overtuigend genoeg extase acteert, schroomt regisseur Franco Zeffirelli niet om in de teen van de dan zestienjarige actrice te knijpen.

Brooke Shields wordt zo het gezicht van een tijdsgewricht met een andere seksuele moraal, waarin jonge meisjes ongegeneerd als lustobject worden geportretteerd. Die Lolita-fixatie vormt het uitgangspunt voor het eerste deel van deze tweedelige documentaire van Lana Wilson, waarin tevens de getroebleerde relatie met haar alleenstaande, drankzuchtige moeder en manager Teri centraal staat. In werkelijkheid behoudt Shields al die jaren haar onschuld. Zodat ze enige jaren later, in de puriteinse Reagan-jaren, zowaar een symbool van zelfverkozen maagdelijkheid kan worden.

Met dat beeld, van het eeuwig onschuldige jonge meisje, trapt het tweede deel af, waarna de actrice in zowel een carrièrecrisis als #metoo-situatie belandt en zich losmaakt van haar moeder door in een andere ongezonde relatie te stappen, met tennistopper Andre Agassi. Pas later vindt ze haar stiel en de ware liefde. Pretty Baby heeft dan wel iets van zijn oorspronkelijke glans verloren, als de vertelling een wat meer particulier karakter krijgt en ook wel verdacht veel begint te lijken op een klassiek held(in)-overwint-elke-tegenslag-en-komt-er-als-een-herboren-mens-uit verhaal.

Aan het eind van dit (zelf)portret wordt Brooke Shields thuis aan tafel door haar dochters geconfronteerd met Pretty Baby. Volgens hedendaagse maatstaven is die niet oké, vindt Grier. ‘Zitten er naaktscènes in?’ wil Rowan weten. Ja, van mijn elfjarige ik, antwoordt haar moeder. Dat zou nu worden beschouwd als kinderporno, denken de dochters, en is in elk geval niet te vergelijken met wat zij als tiener, helemaal zelf, soms op TikTok of Instagram posten. Waarna de kloof die even dreigt te ontstaan tussen twee verschillende generatie Shields-vrouwen even snel als moeiteloos wordt gedicht.

Want zelfs in Hollywood geldt: blood is thicker than water.