Uit Coma

Human / zondag 6 december, om 22.40 uur, op NPO2

De enthousiaste boswachter, natuurliefhebber en fietser Jos (39), te zien in een vlogje dat hij zelf heeft gemaakt, is na een ernstig ongeluk in coma geraakt. Om verder te herstellen vertrekt hij vanuit het UMC Utrecht naar een revalidatiecentrum in Tilburg. Tijdens een intensief traject van veertien weken gaan ze daar alles in het werk stellen om Jos weer zoveel mogelijk bij bewustzijn te brengen. De dienstdoende arts tempert meteen de verwachtingen bij zijn echtgenote Marloes en moeder Josephine. ‘Helaas geen Goede Tijden Slechte Tijden’, zegt zij, terwijl ze met haar vingers knipt. ‘Dat je dit doet en iemand wakker wordt. Zo werkt het helaas niet.’

In Uit Coma (55 min.) kijkt Wouter Scheepstra mee hoe Marloes, Josephine en de revalidatiemedewerkers Jos op alle mogelijke manieren proberen te stimuleren. Hij zet soms, bijna ongemerkt, een stapje voorwaarts, maar moet ook regelmatig pas op de plaats maken of zelfs een stapje terug doen. Daarnaast volgt Scheepstra in deze observerende documentaire de jonge amazone Tessa (20). Zij is al wat verder in haar herstelproces en wordt bijgestaan door haar ouders Guus en Anca. Zij brengen Tessa weer in contact met haar paard Dahlia en laten haar ook beelden zien van een foutloze rit tijdens een springwedstrijd. Het werkt duidelijk als een stimulans.

De toon waarmee Jos en Tessa tegemoet worden getreden is sowieso te allen tijde positief – ook als hun toestand weinig reden geeft tot optimisme. Scheepstra toont dit vooral via Marloes, die na een sessie met haar echtgenoot in haar eentje in de auto terug naar huis rijdt, waar hun twee jonge kinderen, die nog nauwelijks besef hebben van het lot van hun vader, op haar wachten. Het wordt verder niet benoemd of zichtbaar gemaakt, maar het moet de echtgenote en moeder van Jos soms zwaar te moede zijn. Ze zetten desondanks door, uit zichtbare liefde voor de man die op bed of in zijn rolstoel iets van zichzelf moet proberen terug te vinden.

Dit maakt diepe indruk. Niet in het minst door de serene manier waarop Scheepstra dit kwetsbare en intieme proces volgt. Hij laat de ontwikkelingen, slechts begeleid door hypnotiserende soundscapes, geheel voor zichzelf spreken. Juist door het ontbreken van verdere duiding of opsmuk wordt Uit Coma een bijzonder indringende film, waarin een enkele oogbeweging, beginnende glimlach of het uitblijven daarvan vooruitgang of juist stagnatie laat zien en een wereld van emoties kan blootleggen.

Groenkijkers

NTR

Het vereist een onverwoestbaar soort optimisme om te midden van de sombere berichten over het klimaat en de teruglopende biodiversiteit het kleine te blijven eren. Jacques, de vader van filmmaker Sanne Rovers, beschikt daarover. Hij ziet in zijn omgeving altijd wel iets moois. Intussen vraagt zijn dochter zich af hoe het kan dat hij iets ziet wat zij niet ziet. ‘Als ik naar de natuur kijk, voel ik me vooral machteloos: de droogte, stikstof, de klimaatverandering…’, verzucht ze bij de start van Groenkijkers (50 min.). ‘Het is gewoon best wel moeilijk om je daartoe te verhouden.’

Hoe keren we het tij? vraagt Sanne Rovers zich in die film af, terwijl ze zich vergaapt aan al die groene initiatieven en bevlogen natuurliefhebbers om haar heen. Begint een ommekeer werkelijk met het starten van een vlindertuin op een betonnen stadsplein, het beschermen van weidevogels tegen maaimachines of glasaaltjes tellen in de Rotterdamse haven? Iedereen met ogen in z’n kop – of gewoon met oog voor de alarmerende berichten en cijfers – kan toch zien dat de biodiversiteit onder druk staat en de natuur zienderogen verschraalt?

Drie bevriende spotters, die al 25 jaar samen vlindersoorten proberen op te sporen en daarover trouw rapporteren, zien dat aantal in elk geval jaarlijks minder worden. ‘De natuur wacht niet totdat de politiek eindelijk eens overeenstemming bereikt over stikstofreductie’, roept één van hen gefrustreerd tijdens een hoog oplopende discussie. Jacques Rovers, met wie Sanne de hele film in gesprek blijft, kiest er desondanks voor om positief te blijven. Misschien wel tegen beter weten in. Als mensen willen, houdt hij staande, dan kun je ’t omdraaien.

Dat begint in zijn optiek met goed kijken. En dat lijkt sowieso, vaak onuitgesproken, de basishouding van alle groenkijkers op wie zijn dochter haar camera richt in deze ode aan natuurbeschermers. Het gaat veelal om mensen die nog een andere wereld hebben gekend, waarin de vaderlandse flora en fauna ongestoord kon bloeien. Die wereld willen ze behouden en als ’t even kan ook doorgeven aan volgende generaties. ‘Als opa dood is en jullie zijn heel groot’, zegt een nette man, terwijl hij een boompje plant, tegen zijn kleinzoon. ‘Dan is deze boom ook groot.’

Sanne Rovers heeft uiteindelijk ook geen keuze, vindt ze: zij zal haar blik moeten richten op het leven om haar heen. En dat werkt zowaar. ‘Omdat ik beter om me heen kijk’, concludeert ze, ‘voel ik me meer verbonden.’ Die gedachte kan en wil ze nu, indachtig haar bevlogen vader, ook zelf weer doorgeven.

Wolvenland

Witfilm

De één beschouwt hem als een plaag van God. Een ander ziet in de wolf juist een geschenk uit de hemel. De terugkeer van het roofdier in Nederland zorgt in elk geval alom voor verdeeldheid. In Wolvenland (88 min.) tekent Niek Koppen al die verschillende meningen, belangen en ervaringen op. Hij schetst zo een portret van het hedendaagse Nederland, het platteland in het bijzonder.

‘Er gebeurt iets heel dubbels in mij’, vertelt de Drentse schapenherderin Erika Visser over het moment dat ze beelden kreeg te zien van een wolvenstel nabij haar eigen dieren. ‘Ik voel mijn hart gewoon tekeergaan omdat ik denk: dit is echt gewoon te gek. Zo gaaf! En aan de andere kant denk ik: holy shit, dit is gewoon achter het raster bij mijn schapen. Mijn schapen zijn eigenlijk in gevaar.’

Veel schapenhouders en herders willen het dier dus koste wat het kost uit de buurt van hun kudde houden. Afschieten, dat beest! Of anders serieuze maatregelen nemen: van speciale honden tot enorme hekwerken. Sommigen, zoals Jehan Bouma van Wolvenhek Fryslân, proberen hun strijd een episch karakter te geven, waarbij zelfs ‘good/bad old’ Hans Wiegel nog eens van stal wordt gehaald.

‘Door de wolf gaan alle paarden, schapen en koeien uit het land verdwijnen’, stelt Bouma even later, als een koene ridder gezeten op zijn paard. ‘Voordat het zover is brengt dat onnoemelijk veel leed met zich mee voor alle dieren en hun eigenaren. Maar wij willen wel proberen om deze ongewenste vreemdeling, de wolf, Friesland uit te drijven. Net zoals in 1345 gebeurde met die Hollandse graaf.’

Met een hele rij ruiters te paard, de Friese vlag en pompeuze muziek regisseert hij zo een tamelijk potsierlijk mediamomentje. Ook de andere zijde van de wolvendiscussie is niet vies van de pers. Als boswachter Frank Theunissen een wolvin in zijn gebied aantreft, krijgt die, nadat hij zelf een gat in de lucht heeft gesprongen, direct een naam: Toska. En dan komt er zowaar ook nog een mannetje in beeld.

Wanneer het met Toska, tot groot verdriet van Theunissen en zijn collega’s, toch anders loopt dan gehoopt, het meest moverende deel van deze film, wordt ook dat flink uitgevent in de media. Want de wolf is niet alleen een ‘toppredator’ die zijn plek weer zoekt in Nederland, het is inmiddels ook een mediamythe geworden. Een discussiedier, waarmee het voor alle zijden gemakkelijk scoren is.

Koppen belicht al die aspecten van de wolf, waarbij hij ook nog een natuurmuseum bezoekt en een taxidermist observeert die een opgezette versie van het veelbesproken dier fabriceert. Aan het eind loopt Wolvenland weliswaar een beetje weg – wéér een houder of herder met doodgebeten schapen – maar dan heeft de film zijn punt allang gemaakt: die vermaledijde wolf is gekomen om te blijven.

En wij, de zeventien miljoen wolvenexperts van Nederland, zijn daar nog lang niet over uitgepraat.