Deel Van Mij: De Zoektocht Naar Mijn Anonieme Donor

Doxy / EO / zondag 1 november, om 22.40 uur, op NPO2

Hoe oud kun je worden met een beenmergtransplantatie? vraagt Jelmar van Belle zich af. Hij heeft als tiener leukemie gehad en in 2001 een transplantatie ondergaan. Op z’n zestiende kreeg hij daarvoor stamcellen van een anonieme donor. Inmiddels is de filmmaker de veertig gepasseerd en voelt hij de behoefte om dat beladen verleden nog eens op te zoeken: zowel het onbekommerde gevoel van de laatste zomervakantie in Spanje voordat hij slecht nieuws kreeg, als de onbekende persoon die destijds zijn leven heeft gered.

Aan het begin van Deel Van Mij: De Zoektocht Naar Mijn Anonieme Donor (57 min.), de film die hij samen met zijn goede vriend Thomas Sykora heeft gemaakt, neemt Jelmar contact op met Stichting Matchis, in een poging om, in weerwil van de regels, zijn donor persoonlijk te kunnen bedanken. De medewerker die hem telefonisch te woord staat tempert meteen zijn verwachtingen: hij mag een brief of kaart schrijven, met een presentje van hooguit vijftien euro erbij. In het Engels, zonder persoonlijke informatie. Zij kunnen dit dan, geheel geanonimiseerd, doorsturen.

Stukje bij beetje weet Van Belle, via familieleden, behandelaars en het spoor van de stamceltransplantatie in medische dossiers, tóch informatie over de donatie te verzamelen. Er zou sprake zijn geweest van een koffertje, dat afkomstig was van buiten Europa en zo’n drieduizend kilometer heeft afgelegd om hem als tiener te bereiken. Terwijl hij zo de donor probeert te traceren en alvast opneemt wat hij die zou willen vertellen, vraagt ook zijn gezondheid weer aandacht. De behandeling van 25 jaar geleden heeft z’n sporen achtergelaten in zijn lichaam.

Het ‘bonusleven’ dat hij leeft, soms letterlijk per dag, komt weer in zeer woelig water terecht. Dapper blijft Jelmar documenteren hoe hij opnieuw in behandeling moet en weer wordt geconfronteerd met de sterfelijkheid van het bestaan. Dit indringende proces, vanuit zijn eigen perspectief vastgelegd, drukt dan de vraag naar achteren waarmee deze film begon: mag je als ontvanger weten wie je heeft geholpen? Die blijft tegelijk actueel. Zeker nu de Gezondheidsraad onlangs een nieuw advies heeft gegeven, dat perspectief biedt aan stamcelontvangers zoals hij.

Samen ronden Jelmar van Belle en Thomas Sykora intussen ook deze aangrijpende weerslag van zijn persoonlijke zoektocht en ziekteproces af. Ze maken het verhaal, dat nog wel even nazindert, uiteindelijk helemaal rond. Terug naar af: naar die zorgeloze zomer in Spanje.

Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

Krigsplan Europa

DR Sales

De NAVO bereidt zich voor op een grootschalige oorlog, waarbij Rusland op verschillende plekken in Europa zou kunnen aanvallen, constateert de Deense journalist Niels Fastrup als hij in juni 2025 terugkeert vanuit Polen. Hij heeft daar een gesprek gehad met generaal-majoor Brian Nissen. Die noemt de situatie vooralsnog ‘stabiel’. Op dit moment heeft Vladimir Poetin niet de militaire capaciteit om direct operaties te starten, stelt hij. ‘Dat kan echter snel veranderen als Rusland troepen vrij kan maken uit Oekraïne.’

Fastrup wil in Krigsplan Europa (internationale titel: Preparing For War, 52 min.) onderzoeken hoe groot de Russische dreiging werkelijk is – en hoe goed de NAVO daarop is voorbereid. Daarvoor trekt hij op met zijn collega Lisbeth Quass. Zij verdiepen zich samen al jarenlang in Ruslands hybride oorlog tegen Europa. Voor dit gevoelige onderzoek roepen ze bovendien de hulp in van enkele Noorse journalisten, de voormalige Finse inlichtingenofficier Marko Eklund en een geanonimiseerde Russische bron, die namens de anti-Poetin organisatie Dossier Center explosieve geheime informatie met hen deelt. Rusland wil op termijn, zo maakt die duidelijk, militair, politiek en economisch de confrontatie zoeken met Europa.

De komende jaren gaat het regime alvast allerlei regionale conflicten oppoken. Dit moet uiteindelijk leiden tot ‘een fundamentele verandering in het politieke systeem in Europa.’ In dat kader is Rusland, meldt de bron, bijvoorbeeld nu al van plan om het luchtruim van de NAVO-landen te gaan schenden. Slechts enkele maanden later komen zowaar de eerste meldingen binnen over ongeïdentificeerde, vermoedelijk Russische, drones die landen zoals Polen binnendringen. Die worden overigens ook terstond neergehaald. Fastrup gaat ondertussen verhaal halen bij Brian Nissen. Op welke oorlog bereidt de NAVO-commandant zich eigenlijk voor? vraagt hij tot besluit. ‘De oorlog die nooit zal komen’, zegt Nissen, vermoedelijk ook tegen zichzelf.

Regisseur Simon Lereng Wilmont (The Distant Barking Of Dogs / A House Made Of Splinters), kijkt daarnaast mee als Fastrup en Quass een online interview hebben met Sergey Karaganov, een voormalig adviseur van Vladimir Poetin. Die schetst een totaal ander beeld: Rusland is keer op keer bedrogen door het westen. ‘De NAVO moet gedumpt worden in de vuilnisbak van de geschiedenis’, zegt hij dreigend. ‘Zonder mogelijkheid om te ontsnappen.’ Want vroeger of later is het afgelopen met Ruslands geduld met de NAVO. ‘Dan zullen we moeten escaleren, eerst met conventionele middelen. En als dat niet helpt en Europa geeft niet toe, dan zullen we dit moeten afstraffen met de beperkte inzet van nucleaire wapens.’

Na die onheilspellende woorden is het aan de Deense onderzoeksjournalisten en hun team om te ontdekken of ’s mans teksten grootspraak zijn of onderdeel van een reëel doemscenario voor de nabije toekomst. En wie provoceert nu eigenlijk wie? Opereert de NAVO inderdaad alleen defensief? Of voelt Poetin zich terecht bedreigd? Krigsplan Europa serveert alle bevindingen met de nodige suspense uit en laat in clandestiene gesprekken ook nog onherkenbaar gemaakte Russische soldaten aan het woord. Hun boodschap is duidelijk: zij schromen niet om straks ook ten strijde te trekken tegen andere Europese landen. ‘We leven niet in vrede’, reageert NAVO-generaal Brian Nissen met gevoel voor understatement, ‘maar zijn ook nog niet in oorlog.’

Brutalt Broderskab: Bandidos

HBO Max

Na het zoveelste gewelddadige incident in de dertig jaar dat de Bandidos actief zijn in Denemarken, besluit minister van Justitie Peter Hummelgaard in 2023 om in te grijpen. Hij probeert de zeer omstreden motorclub verboden te krijgen. Om de beeldvorming rond hun club te verbeteren, kiezen enkele Bandidos-kopstukken, onder aanvoering van hun Europese leider Michael ‘Kok’ Rosenvold, vervolgens de vlucht naar voren en doorbreken hun stilzwijgen.

In de zesdelige serie Brutalt Broderskab: Bandidos (internationale titel: Gang War: Bandidos, 253 min.) neemt Jon Adelsten met leden van de ‘1%MC’, alsmede journalisten, strafrechtdeskundigen en vertegenwoordigers van de Deense politie en justitie, eerst ‘De Scandinavische Motoroorlog’ door. Sinds begin jaren negentig worden Denemarken en de omringende landen opgeschrikt door een maalstroom van bloedige liquidaties, bom- en raketaanslagen en aanvallen op de gevangenis.

Wanneer na moeizame onderhandelingen eindelijk een staakt het vuren wordt bereikt met hun aartsrivalen van de Hell Angels, begint ’t aan het begin van de 21e eeuw binnen de Bandidos zelf te rommelen. Na interne conflicten moet het ene na het andere lid in ‘bad standing’ de club verlaten. Ook dan geldt het parool dat op Bandidos-insignes en -tattoos prijkt: ‘expect no mercy.’ Als de broederschap wegvalt, waarvoor ze zichzelf vaak op de borst kloppen, wordt er ook met bekende clubleden keihard afgerekend.

Elke dag laat je iets meer van je moraal los, vertelt Lars Toxværd, de voormalige president van de afdeling Holbæk en enige tijd lid van het landelijke Bandidos-bestuur. Na een aanvaring met andere bestuursleden wordt ie beschuldigd van verraad. Hij voelt zich ‘een levende dode’ binnen de club, die hem al snel buiten werkt. Hoewel dat niet zonder gevaar is, kijkt ie nu (zelf)kritisch terug op zijn jaren bij de Bandidos. Alle erecodes ten spijt had hij het gevoel ‘dat je nu juist niet kon vertrouwen op de mensen om je heen.’

Tegenover de klokkenluider Lars Toxværd staan gestaalde soldaten zoals de boomlange bodybuildbiker Claus Palermo. Hij was ooit een talentvolle volleyballer, maar werd betrapt op drugshandel. In de gevangenis leerde ie de Bandidos kennen, een organisatie waarbij hij zich direct thuis voelde en die hij nog altijd te vuur en te zwaard verdedigt. De motorclub is géén criminele organisatie, betoogt Palermo. En wat individuele leden in hun vrije tijd doen – de redenering klinkt zéér vertrouwd – is zijn zaak natuurlijk niet.

Adelsten brengt alle verwikkelingen in beeld met een combinatie van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden en gereconstrueerde scènes. Net als Kampen Om Pusher Street (2025), een verwante docuserie over hoe de hippievrijstaat Christiania in Kopenhagen al decennia strijd levert met drugshandel en misdaadbendes, begint Brutalt Broderskab: Bandidos na verloop van tijd wel te lijden onder een overdaad aan interne en externe conflicten, die nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden.

Daarbij wreekt zich ook dat de miniserie zelden voorbij de strijd en het geweld kijkt. Over waarom mannen zich aansluiten bij éénprocentclubs zoals de Bandidos, wat dit hen oplevert en waarom de onderlinge dynamiek altijd weer uitmondt in moord en doodslag. Het antwoord laat zich wellicht raden, maar komt alleen in de kantlijn ter sprake in deze reconstructie van een eindeloze bendeoorlog, die toewerkt naar het antwoord op een vraag die ook aan de Deense rechter wordt voorgelegd: Bandidos, verbieden of niet?

En daarvoor brengt de Deense officier van justitie een anonieme getuige, een voormalige prospect met de codenaam Guldfugl, in stelling…

Citizenfour

Dogwoof

‘Het is jouw beslissing of en hoe je mijn betrokkenheid met de wereld wilt delen’, schrijft de anonieme bron aan documentairemaakster Laura Poitras. ‘Het heeft mijn voorkeur dat je gewoon man en paard noemt. Niemand, zelfs de mensen die het dichtst bij me staan, is op de hoogte van mijn plannen. Het zou niet fair zijn als zij er desondanks de gevolgen van moeten dragen. Jij kunt dat als enige voorkomen. Nagel mij onmiddellijk aan het kruis, in plaats van me als bron te beschermen.’

Poitras en de onbekende persoon die haar in januari 2013 heeft benaderd, onderhouden dan al enkele maanden contact met elkaar en hebben onlangs een afspraak gemaakt voor een ontmoeting in Hongkong. Op 3 juni sluit op verzoek van Citizenfour (113 min.) ook journalist Glenn Greenwald aan, voor wat een serie ontmoetingen op een hotelkamer zal worden, die in totaal acht dagen in beslag neemt. Voor de camera heeft een bedachtzame 29-jarige man plaatsgenomen, die de wereld zal leren kennen als de klokkenluider Edward Snowden.

Als contractant voor de CIA en NSA is hij er getuige van geweest hoe Amerikaanse inlichtingendiensten illegaal informatie verzamelen over mensen en organisaties in binnen- en buitenland. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn hun bevoegdheden steeds verder opgerekt. Inmiddels reikt de lange arm van Uncle Sam verder dan wie dan ook goed lijkt. Telefoons worden afgeluisterd, e-mails gelezen en zoekopdrachten op Google nagetrokken. Snowden kan niet langer leven met deze gigantische inbreuk op de privacy.

Om te illustreren dat hij echt overal rekening mee houdt, gooit hij een rode doek over zich heen voordat hij een wachtwoord invoert bij zijn laptop. ‘Ik denk dat we inmiddels op het punt zijn aanbeland waarop niets ons nog verrast’, reageert Glenn Greenwald grappend. Alle aanwezigen in die hotelkamer, waar ook Ewen MacAskill van The Guardian is aangesloten, lijken inmiddels gestoken door het ‘paranoia-beestje’. En dan gaat het brandalarm af. Het is een onwerkelijk tafereel. Wat nu? Is het een oefening? Of toch een slinkse poging om de geheime meeting te hacken of ontregelen?

Als zijn onthullingen even later naar buiten beginnen te komen, valt de spanning voor Edward Snowden enigszins weg: hij weet dat zijn tijd nu beperkt is. Vroeger of later zal hij worden ingerekend. De klokkenluider wil echter laten zien dat hij niet bang is en zich ook nergens voor schaamt. ‘Ik wil me niet verbergen of op de vlucht gaan’, zegt hij tegen Greenwald, die zich afvraagt hoe hij in zijn publicaties moet omgaan met de identiteit van zijn bron. ‘Dat zou ook niet nodig moeten zijn’, stelt Snowden, waarschijnlijk tegen beter weten in.

Poitras is er ondertussen getuige van hoe in die hotelkamer geschiedenis wordt geschreven en legt dat sober, een beetje droog en traag zelfs, vast voor de eeuwigheid. De focus moet in Citizenfour, waarmee ze de Oscar voor beste documentaire van 2014 won, te allen tijde blijven liggen op de inhoud van Snowdens boodschap en de implicaties daarvan – en op de gevolgen voor hemzelf, de man die tot nader order de rol van Amerika’s staatsvijand krijgt toebedeeld.