Boy George & Culture Club

VPRO / vrijdag 30 oktober, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

De popdocu Boy George & Culture Club (95 min.) had een routineus verhaal over de opkomst en ondergang van het zoveelste bandje kunnen worden, verteld door de vier leden, inmiddels mannen van dik in de zestig. Culture Club begon eind jaren zeventig namelijk net als al die andere: met de droom om met hun liedjes, de weerslagen van hun eigen leven, de wereld te veroveren.

Bassist Mikey Craig had gehoord dat George O’Dowd, die later furore zou maken onder de naam Boy George, was ontslagen uit de populaire popgroep Bow Wow Wow en vroeg of hij met hem een nieuwe band wilde beginnen. Dat zag de androgyne zanger inderdaad wel zitten. Het overkwam hem allemaal, stelt George nu. Lachend: ‘Omdat ik een oogje had op de drummer.’

Even later wordt dat bandlid, Jon Moss, daadwerkelijk als een onweerstaanbare Adonis geïntroduceerd in deze documentaire van Alison Ellwood. Het was, zo lijkt de implicatie, liefde op het eerste gezicht tussen die twee. Stiekem, dat wel. Toen moest er alleen nog een (nieuwe) gitarist worden gezocht. ‘Het was niet mijn schuld’, grapt Roy Hay bij zijn entree in de film. ‘Het waren die andere drie.’

Culture Club schopte het al snel tot het populaire televisieprogramma Top Of The Pops. Dat optreden zorgde ervoor dat de Britse groep tegelijk immens populair werd en alweer uit elkaar begon te vallen. Want Boy George bleek zó’n aantrekkelijke en spraakmakende verschijning dat de anderen al snel werden gereduceerd tot ogenschijnlijk willekeurige begeleiders. Tot hun grote frustratie.

De archiefbeelden uit die periode spreken voor zich. Als de blikvanger van het Britse viertal tijdens een persconferentie per ongeluk spreekt over ‘mijn album’, wordt hij direct gecorrigeerd. ‘Ons album.’ Toen Boy George en Moss in 1984 vervolgens zonder de andere twee participeerden in de Band Aid-benefietsingle Do They Know It’s Christmas?, waren de rapen helemaal gaar.

En daarna stond ook Live Aid nog op het programma, de nagel aan de doodskist van de groep die simpelweg een vehikel voor het queer-icoon Boy George leek te zijn geworden. Hij had zelf intussen andere sores, die breed werden uitgemeten in de Britse pers. En daaraan ging, zo blijkt aan het eind van dik negentig vermakelijke minuten Culture Club, niet alleen de band bijna ten onder.

Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams

Reiner Holzemer

‘Wat zegt zijn werk over Thom Browne zelf?’ werpt Tim Blank, hoofdredacteur van The Business Of Fashion, direct, met het nodige aplomb, de centrale vraag van dit portret op. ‘Die vraag heb ik hem al een miljoen keer gesteld, maar hij geeft er nooit echt antwoord op.’

In de eerste minuten van de documentaire Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams (95 min.) mogen eerst kopstukken uit zijn werkwereld – een Anna Wintour, een Janet Jackson, een Whoopi Goldberg – hun zegje doen voordat de Amerikaanse modeontwerper zelf aan bod komt. Zijn werk heeft dan al voor hem gesproken: geheel eigen herinterpretaties van het maatpak, gepresenteerd met veel drama, theater en, jawel, korte broek.

Hij draagt het grijze pak zelf, vertelt Thom Browne dan in deze gestileerde film, maar ook de mensen om hem heen moesten ‘m in onversneden vorm uitdragen. ‘Zodat het duidelijk zou zijn dat de look niet aan één individu gekoppeld was, maar over de hele linie identiek was. Ik zie het ook als een levend kunstwerk: als je ons in al onze uniformiteit ziet, straalt dat iets heel krachtigs uit. Want binnen die uniformiteit zie je prachtige, unieke individuen.’

Documentairemaker Reiner Holzemer heeft dan al laten zien dat Browne bepaald geen pakken voor grijze muizen maakt – of voor de talloze teddyberen die, netjes in pak natuurlijk, ‘s mans buitenissige creaties vanuit de zaal aanschouwen tijdens de publieke presentatie ervan. Hij volgt de ontwerper als die weer een ravissante nieuwe collectie, ook voor vrouwen, op een lekker ontregelende manier presenteert. Wie het pak past, lijkt het parool, trekke hem aan.

Maar wie hij nu zelf is? Thom Browne had een ‘gemakkelijke jeugd’, deed een tijd aan wedstrijdzwemmen en wist daarna niet wat hij met zijn leven aan moest. In New York vond hij via Giorgio Armani, Ralph Lauren én David Bowie zijn weg in de modewereld en bakende daar al snel zijn geheel eigen hoekje af, waar alles lijkt te mogen en kunnen en Holzemer nu vol de spotlights op zet. Zijn hoofdpersoon blijft intussen ‘gewoon’ een enigma.