Finding Harmony: A King’s Vision

Prime Video

Al in 1970 spreekt hij zich uit over de vervuiling van de aarde. En sindsdien heeft de Britse koning Charles III, zo betoogt Finding Harmony: A King’s Vision (89 min.), zich consequent bekommerd om de relatie van de mens met zijn natuurlijke omgeving. Volgens Charles is die verhouding na de Tweede Wereldoorlog verstoord geraakt.

Hij pleit voor harmonie en wijdt daar zijn complete leven aan. Althans, dat beweert Kate Winslet, als verteller van deze film van Nicolas Brown. Ze bezigt daarbij grote woorden: ‘Zijn onvertelde persoonlijke verhaal laat ons zien hoe harmonie onze toekomst kan veranderen.’ Charles, dan nog prins van Wales, begint in z’n jonge jaren bijvoorbeeld organisch te boeren en laat zich daarna in een interview, tot grote hilariteit van iedereen die hem sowieso al niet serieus nam, ontvallen dat hij soms met zijn planten praat.

De koning zou echter de koning niet zijn – of een film aan zijn gedachtegoed gewijd krijgen – als hij niet stug vasthoudt aan zijn eigen filosofie. Want of ‘t nu gaat om zijn eigen landelijk gelegen Dumfries House, het behoud van de biodiversiteit in Guyana of het door oorlog geteisterde Kaboel, harmonie blijkt goed voor zowel de mens als z’n gemeenschap en de aarde. Charles is tegelijk de eerste om toe te geven dat er nog een wereld is te winnen en blijft bereid om het platform dat hij daarvoor heeft in te zetten.

In Finding Harmony wordt het groene gedachtegoed van de monarch nog eens goed in de verf gezet en geschraagd door ecologen, klimaatwetenschappers en geestverwanten zoals de voormalige Amerikaanse vicepresident Al Gore. Dat levert geen héél spannende film op, maar wel een aardig inkijkje in het hoofd van een man die verder vooral figureert in de royaltyrubrieken.

A King Like Me

Netflix

Net als voor alle andere inwoners van New Orleans is er voor de leden van de Zulu Social Aid & Pleasure Club een vóór en ná Katrina.

Een kleine honderd jaar vóórdat de orkaan Katrina de Afro-Caribische stad in de Amerikaanse staat Louisana bijna vernietigt, in het jaar 1909, richten enkele zwarte mannen hun eigen club op, een sociaal netwerk dat inspringt als de nood aan de man is en de eigen familie ’t even niet aankan, zoals bij een uitvaart. In diezelfde tijd wordt ook de racistische speelfilm The Birth Of A Nation uitgebracht, waarna de verderfelijke Ku Klux Klan een comeback maakt. Het ressentiment dat zo opnieuw opsteekt in het Amerikaanse zuiden, verdient een reactie, vindt de Zulu-club.

Met kleurrijke kostuums, versierde kokosnoten en swingende praalwagens steelt de zwarte ‘krewe’ sindsdien de show tijdens Mardi Gras, de plaatselijke variant op Carnaval. Het feit dat ze daarbij gebruik maken van (en ook de draak steken met) ‘blackface’, de controversiële make up waarmee Afro-Amerikanen worden geportretteerd door witte Amerikanen, is bepaald niet onomstreden. Jazzlegende Louis Armstrong is er bijvoorbeeld ooit flink door in de problemen gekomen. De discussie of blackface nu wel of niet gepast is wordt bij Zulu nog altijd regelmatig gevoerd.

In het groepsportret A King Like Me (89 min.), smakelijk aangelengd met jazz- en dixielandmuziek, zoomt Matthew Henderson in op deze zwarte herenclub en al z’n gebruiken en tradities. Zulu is in wezen een Afro-Amerikaanse variant op de Nederlandse verenigingen die toewerken naar Carnaval of een bloemencorso. En zij kiezen ook hun eigen variant op Prins Carnaval, King Zulu. Dat is een prestigieuze functie, in menig geval zelfs de vervulling van een jeugddroom. Deze sfeervolle film tekent deze wereld van binnenuit op en vangt en passant het gevoel van zwart zijn in Amerika.

De benarde positie van zwarte Amerikanen komt nog eens pijnlijk in beeld als de Orkaan Katrina in augustus 2005 New Orleans overspoelt. Ná die ramp speelt de Zulu-club naar verluidt een essentiële rol in de  wederopstanding van de stad, met een geladen parade tijdens de eerstvolgende editie van Mardi Gras.  ‘Iedereen in New Orleans moet komen en gewoon van Mardi Gras genieten’, herinnert Larry Hammond, de Zulu-koning van dat jaar, zich geëmotioneerd de woorden die hij toen uitsprak. ‘Er gaat niets boven kijken naar een Zulu-parade. En het publiek vergaapte zich eraan. Oh….!’

En dan, weer vijftien jaar later, slaat COVID-19 toe. Henderson is dan al aan het filmen voor deze film. New Orleans wordt opnieuw ernstig getroffen. De stad heeft zo’n beetje het hoogste sterftecijfer van het land. Zou Mardi Gras, dat elk voorjaar plaatsvindt, nog een rol hebben gespeeld in de verspreiding van het virus? Feit is dat ook de Zulu-club hard wordt geraakt en afscheid moet nemen van enkele prominente en geliefde leden. Ook dan biedt de cultuur, die ze in ruim een eeuw samen hebben opgebouwd, houvast voor de toekomst. Ze omarmen wie ze zijn en gaan door.

En deze film, meer sfeertekening dan narratief, toont hen voor wie ze (willen) zijn: zwarte mannen die trots zijn op wie ze waren, zijn en blijven.