Wonderful Losers: A Different World

VPRO

Alleen de benaming al: knecht. Grigario, in het Italiaans. In die term zit de totale ondergeschiktheid van hun rol opgesloten. Zij zijn er voor het vuile werk. De volledige dienstbaarheid aan hun kopman: de klassementsrenner, klimgeit of klassiekerkoning. Die natuurlijk geen trap te veel zet. Zodat-ie aan het eind van de rit misschien als allereerste zijn wiel over de finishlijn kan duwen.

Tijdens wielerkoersen zijn zij ‘t die het eten halen, zo nodig een wiel afstaan en – vooral – zich helemaal het apezuur rijden. Voor de overwinning van een ander, die hen misschien een héél klein beetje laat meedelen in het succes. Als dat er komt, tenminste. De kans daarop is immers klein. Dan hebben ze alles helemaal voor niets gedaan. En morgen, en overmorgen en de dag dáárna, moeten ze gewoon wéér.

Regisseur Arunas Matelis richt zich in Wonderful Losers: A Different World (73 min.) volledig op deze naamloze helden van het wielerpeloton. Mannen van stavast als Svein Tuft, Paolo Tiralongo en de Nederlander Jos van Emden (die zijn vriendin halverwege de werkdag, een tijdrit in de Giro d’Italia, nog even ten huwelijk vraagt). Hij toont ze zwoegend of juist rustig pedalerend tijdens de koers, plassend lang de kant van de weg, ontspannend op de massagetafel of kermend van de pijn op het asfalt en laat hen daarnaast leeglopen over hun vak.

Met zijn camera observeert Matelis tevens de entourage van de renners en neemt plaats in de ploegleidersauto, van waaruit artsen de mannen tijdens de koers met veel pappen en nathouden bijstaan. Een eenduidig verhaal bevat deze ode aan de werkemannen van de topsport verder niet. En nieuwe inzichten levert Wonderful Losers ook niet op. De documentaire is vooral een heel geslaagde sfeertekening, met een eenmalige hoofdrol voor kerels die doorgaans in stilte hun beulswerk verrichten en aan de meet nooit de rondemiss mogen kussen.

Of …voor deze ene keer… toch wel?

The Forum

Klaus Schwab & Jair Bolsonaro / idfa.nl

‘Een pastoor wil de zondaren ook binnenhalen in zijn kerk’, zegt Klaus Schwab, de inmiddels 81-jarige oprichter en directeur van het World Economic Forum in Davos. ‘Die ziet hij nog liever komen dan zijn vaste parochianen.’ De man wordt op zijn wenken bediend. Tijdens The Forum (118 min.) van 2018 mag hij de Amerikaanse president Donald Trump ontvangen, een jaar later volgt diens al even omstreden Braziliaanse tegenhanger Jair Bolsonaro.

Deze fascinerende documentaire van Marcus Vetter volgt de geboren diplomaat Schwab van de ene naar de andere editie en kijkt achter de schermen mee bij zijn non-profit organisatie en het jaarlijkse terugkerende forum, dat geldt als het ultieme podium voor al die witte mannen die wereldwijd de politiek en economie bestieren. Schwab is daarvoor een perfect boegbeeld. Hij oogt niet alleen een beetje als een schildpad, hij lijkt ook zo te opereren. Behoedzaam, zorgvuldig en altijd attent. Met oog voor ieders belangen en alle mogelijke gevoeligheden.

‘Het is niet altijd zo slecht als het eruit ziet’, meent de man in kwestie als hij aan de filmmaker probeert uit te leggen waarom zijn organisatie samenwerkt met omstreden bedrijven als Nestle en Monsanto. Het World Economic Forum bestaat nu eenmaal bij de gratie van de stille dialoog, stelt Schwab, in plaats van openlijke confrontatie. ‘Mega-groepsdenken’, werpt Jennifer Morgan van Greenpeace tegen. Zij vraagt zich af of de deelnemers aan het WEF ooit écht iets goeds doen voor de wereld. Volgens haar bestendigen ze vooral de status quo. Intussen wordt de situatie rond het klimaat steeds nijpender.

Het knappe aan The Forum is dat de film nooit een gemakkelijke aanval op de gevestigde orde wordt. Tegelijkertijd besteedt de documentaire aandacht aan loffelijke initiatieven van Schwab en de zijnen, zoals betere distributie van medicijnen in Rwanda en pogingen om ontbossing tegen te gaan in Indonesië, maar zonder dat dit een kritiekloze lofzang wordt op de organisatie, die zich profileert met de slogan ‘Committed To Improving The State Of The World’.

En aan het eind slaagt Vetter er zowaar in om van al die speeches, overleggen en bilateraaltjes meeslepende cinema te maken, waarbij de klimaatdiscussie twee uitersten als gezicht krijgt: de Braziliaanse Amazone-verwoester Bolsonaro versus de jeugdige klimaatactiviste Greta Thunberg. Het is zo’n beetje het levenswerk geworden van Klaus Schwab om dergelijke tegenstellingen in Davos te overbruggen. Met zalvende woorden, een zuinig mondje en ontzettend veel ausdauer.

The Kinks: Echoes Of A World

The Kinks / Alamy

Volgens Ray Davies is het album ‘de meest succesvolle flop aller tijden’. Het duurde in elk geval een halve eeuw voordat er 100.000 exemplaren waren verkocht van The Kinks Are The Village Green Preservation Society, de zesde studioplaat van zijn band uit 1968. Zanger en songschrijver Ray, zijn gitarende broer Dave en drummer Mick Avory blikken in The Kinks: Echoes Of A World (71 min.) terug op het laatste album dat ze in de originele bezetting van de band maakten.

Ze worden vergezeld door het gebruikelijke contingent aan musicerende bewonderaars, zoals Paul Weller (The Jam), Suggs (Madness) en Graham Coxon (Blur), dat zich, ook al zoals gebruikelijk, in louter superlatieven uitlaat over The Kinks en dit conceptalbum in het bijzonder, dat toentertijd desondanks geen enkele hitsingle opleverde. ‘Het is net zo belangrijk als Sergeant Pepper’, stelt Oasis-spil Noel Gallagher, die de plaat vergelijkt met de Beatles-klassieker. ‘Voor mij is het een soort vervolg.’ En stuk voor stuk zouden deze beroemde fans zich zelf ook schuldig maken aan eigen ‘vervolgen’ op het Kinks-oeuvre.

‘We waren niet de beste band die er ooit bestond’, blijft de bewierookte songschrijver Ray Davies nochtans bescheiden. ‘Maar we hadden momenten waarop we de hele wereld aankonden.’ Deze eikenhouten televisiedocumentaire van Charlie Thomas gebruikt het welbekende Classic Albums-stramien, waarin een klassieke popplaat track voor track wordt doorgenomen, om de schijnwerper te zetten op één van die momenten. Toen de wereld nog niet klaar leek voor wat de typisch Britse Kinks hadden te bieden.

Thomas’ enige echt opmerkelijke keuze komt in de gedaante van acteur Danny Horn, die in de succesvolle musical Sunny Afternoon een jonge Ray Davies vertolkte en nu op camera diens herinneringen verwoordt aan de langspeler waarmee hij de (imaginaire) wereld van zijn jeugd opnieuw tot leven wekte. Die toevoeging voelt uiteindelijk wat als een fremdkörper in een verder heel traditioneel opgezette popdocu.