De Wilde Noordzee

MN Media / EO

Zijn passie voor de onderwaterwereld werd ooit in gang gezet door de films van de befaamde Franse ‘oceanaut’ Jacques Cousteau. En gaandeweg wist de Nederlandse duiker en natuurfilmer Peter van Rodijnen van zijn hobby zowaar z’n beroep te maken. Het duurde alleen even voordat hij ook in zijn eigen omgeving begon rond te kijken, naar De Wilde Noordzee (89 min.).

Hij start deze groots opgezette natuurfilm, geregisseerd door Mark Verkerk, dicht bij huis, in zijn eigen biotoop Zeeland. Daar observeert hij bijvoorbeeld hoe een mannelijke zeedonderpad wekenlang tussen de oesters waakt over z’n eitjes. ‘Na al die weken zorg voor hem en zo’n tien koude duiken voor mij komen de eitjes uit’, vertelt Van Rodijnen erbij. ‘Ja, je krijgt echt een band! Nou ja, of het echt wederzijds is…’

Zo begeleidt hij de verwikkelingen in en om het water van persoonlijk, veelal luchtig commentaar. Bij de reuzenhaai bijvoorbeeld, ‘formaat stadsbus’, die hij zowaar ook in die good old Noordzee aantreft. Voor de mens vormt die geen gevaar. Want deze haai mag dan gigantisch groot zijn, volgens de Nederlandse Cousteau eet hij piepklein. ‘Hij zwemt met zijn muil open’, windt hij er geen doekjes om, ‘en filtert er plankton uit.’

Peter van Rodijnen is natuurlijk geen Jacques Cousteau – of ‘een’ David Attenborough – maar zeker een verdienstelijke verteller, met ook oog voor de rol van de mens: van vissers uit Urk tot de aanleg van windmolens. Hij benoemt de schade die zo wordt aangericht, maar zoomt ook in op initiatieven om de biodiversiteit te stimuleren, zoals Deense pogingen om de zalm te laten terugkeren in z’n oorspronkelijke leefgebied.

Van Rodijnens verhalen strekken zich uit tot alle landen rond de Noordzee en worden begeleid door treffende Cousteau-citaten, een weelderige soundtrack van Sven Figee en – natuurlijk – zinnenprikkelende beelden van het waterleven, zowel (extreme) close-ups van al wat leeft onder de zeespiegel als epische droneshots van de wereld daaromheen. Ernaar kijken betekent ook bij De Wilde Noordzee er waarde aan hechten.

En, citeert Peter van Rodijnen tot besluit ene Jacques-Yves Cousteau: mensen beschermen waar ze van houden.’

Tegenwind – Het Verdriet Van De Veenkoloniën

Human

Als die windturbines twee kilometer verderop worden geplaatst, zeggen de boze dorpelingen, dan staken zij direct hun verzet. Daarvan kan echter geen sprake zijn. Een windpark moet er komen, 35 molens van maar liefst tweehonderd meter hoog. Recht voor hun neus. En dat pikken enkele inwoners van het Groningse dorp Meeden niet. ‘Je mag in dit land een vrije mening hebben’, constateert Jan Hendriks, één van de voortrekkers, cynisch in Tegenwind – Het Verdriet Van De Veenkoloniën (58 min). ‘Als het maar hún mening is. Echt verbazingwekkend!’

Zo ontvouwt zich een typische boze burger-film: over gewone Nederlanders die worden geconfronteerd met een in hun ogen onverschillige, hardvochtige of zelfs onrechtvaardige overheid. Ze besluiten om terug te slaan. Wat begint met ludieke acties – een barbecue op de plaatselijke weg N33, demonstranten met kop van jut-maskers en een bezet buurthuis – mondt uit in projectielen op de akkers van windmolenvriendelijke boeren, bestuurders die worden afgebeeld als nazi en bedreigingen aan het adres van lokale bedrijven.

Deze terugblik op die strijd, vanuit het perspectief van de Groningse Don Quichottes, is thematisch verwant met eerdere films van Kees Vlaanderen. Waar hij in Holwerd Aan Zee burgers introduceerde die samen met – of soms ook ondanks – de overheid werkten aan de leefbaarheid in hun Friese dorp, liet hij in De Kleine Oorlog Van Boer Kok al zien hoe de verhouding Nederland-Nederlander ook danig verstoord kan raken. Deze docu gaat eigenlijk verder waar die film ophield: terwijl bij Boer Kok vooral de familie zelf de strijd aanbond, is het nu een belangrijk deel van de gemeenschap dat in het geweer komt.

Vlaanderen laat deze tegenstanders van het windmolenpark uitgebreid aan het woord, zonder hen echt het vuur aan de schenen te leggen. Óók als ze verbaal of non-verbaal uitdrukken dat hun doel toch wel zo’n beetje alle middelen rechtvaardigt. Terwijl er in Meeden toch echt mensen of organisaties huizen die er een wezenlijk andere mening  op nahouden. Zij ontbreken echter in deze film, waardoor de sympathie van de kijker vrijwel automatisch komt te liggen bij de actievoerders, die elke vorm van twijfel over hun eigen handelen lijken te hebben uitgeschakeld.

Intussen werpt Tegenwind elementaire vragen op over onze democratie en de verhouding van de burger tot de overheid. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat Nederlanders écht inspraak hebben? Hoe ga je om met de onmacht van burgers die wél gehoord zijn, maar zich toch niet gehoord voelen? En waar houden burgerlijke ongehoorzaamheid en verzet op en beginnen intimidatie en zelfs terreur? Het verzet in Meeden eindigt in elk geval bij de rechter, waar de twee voornaamste oproerkraaiers in de beklaagdenbank zijn beland.