De Spookvoetballer

Scenery / BNNVARA

Nadat hij enkele wedstrijden heeft gespeeld voor de Brabantse dorpsvereniging VV Den Dungen, begint de Nederlandse voetballer Bernio Verhagen aan een rondgang langs kleine profclubs in het buitenland. Binnen een half jaar werkt hij vier clubs af.

Van FC Dinamo-Auto Tiraspol in Moldavië verkast hij naar Kaapstad voor een contract bij Cape Town City FC. Ook uit Zuid-Afrika is hij al snel weer vertrokken. Verhagen reist af naar Chili om daar te gaan spelen voor Audax Italiano, waarna hij al gauw de wijk neemt naar het Deense Viborg FF. Voor al die clubs komt de ‘pijlsnelle aanvaller’ echter geen minuut in actie. Nadat hij trots met het shirt van een nieuwe werkgever heeft geposeerd, verdwijnt Bernio Verhagen direct weer van het toneel.

Enkele Deense journalisten vertrouwen de zaak niet en beginnen zich te verdiepen in De Spookvoetballer (135 min.), waaraan Jesse Bleekemolen nu een smeuïge driedelige documentaireserie wijdt. De Nederlandse journalist/podcastmaker Sam van Raalte, die voor Vice ook uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar Verhagen, fungeert daarin als centrale bron. Na een interview met de ‘voetballer’ heeft hij zich verdiept in het spoor van vernieling dat die door de levens van talloze mensen heeft getrokken.

Bernio ‘Jordan’ Verhagens strapatsen beperken zich zeker niet alleen tot de voetballerij. Hij laat bijvoorbeeld ook vrienden, woningverhuurders, collega’s en ex-vriendinnen berooid en ontzet achter. Naarmate deze miniserie vordert, wordt bovendien duidelijk dat hij ook geweld niet schuwt. Daarmee wordt hij méér dan een Nederlandse evenknie van ‘Kaiser’, de Braziliaanse non-sterspeler die zich bij menige topclub naar binnen wurmde. Deze aanvaller vormt daadwerkelijk een gevaar.

Met een tijdlijn zet Bleekemolen de praktijken van de serieoplichter netjes op een rij, Verhagens achtergrond en waarom hij eigenlijk doet wat ie doet komen daarbij slechts zijdelings aan bod. Deze vlotte true crime-serie documenteert vooral hoe het met De Spookvoetballer van kwaad tot erger gaat. Als een kat in het nauw maakt Bernio Verhagen rare sprongen, vaak door hemzelf gedocumenteerd via social media, die hem in binnen- en buitenland in steeds grotere problemen brengen.

The Happy Worker

MUBI

Iedereen zit vast in dezelfde poppenkast, aldus de essayistische film The Happy Worker (79 min.). Een groot deel van ’s werelds arbeidspopulatie is ongelukkig op zijn werk. Alleen niemand wil/durft er werkelijk over te praten. Liever houden we de schijn van succes, geluk en zelfontplooiing op. ‘Waarom creëren we als samenleving een omgeving waarbinnen goed, belangrijk en nuttig werk op zo’n manier moet worden gedaan dat mensen er kapot aan gaan en vertrekken?’ vraagt professor psychologie Christina Maslach, auteur van het boek The Burnout Challenge, zich af in deze productie van regisseur John Webster, die de ondertitel ‘How Work Was Sabotaged’ heeft meegekregen. Met veel humor schetst hij de dagelijkse hel die een (kantoor)baan kan worden.

Terwijl enkele werknemers die in het bedrijfsleven van doen hebben gekregen met fnuikende arbeidsomstandigheden, ontslag(rondes) of een burn-out met elkaar in gesprek gaan, slaat Webster de kijker met allerlei ontluisterende feiten en weetjes om de oren. ‘Wereldwijd is twintig procent van de werknemers betrokken. Ruim zestig procent voelt zich niet betrokken. En negentien procent is zo ongelukkig dat ze actief hun werkgever tegenwerken.’ Uitroepteken. Geen heel opwekkend beeld. En ook van hoe die bedrijven worden gerund heeft de filmmaker duidelijk geen al te hoge pet op: ‘Zestig procent van de reorganisaties verbeteren helemaal niets.’ En de gevolgen voor bedrijven en hun werknemers zijn, de oplettende lezer raadt ’t al, eveneens desastreus: ‘Millennials zijn veertig procent armer dan hun ouders en grootouders op dezelfde leeftijd.’

De manier waarop werk en arbeid in deze uiterst vermakelijke film worden geportretteerd is wel erg kritisch, op het karikaturale af. ‘Je bombardeert iemand tot manager omdat hij zijn werk goed doet’, geeft Webster bijvoorbeeld z’n eigen draai aan het zogenaamde Peterprincipe. ‘En dan ga je hem meer betalen om dat werk niet meer te doen. In plaats daarvan moet ie werk gaan doen waarvoor hij niet gekwalificeerd is. Waardoor de productiviteit van het hele team omlaag gaat, terwijl je iedereen toch gewoon z’n salaris moet blijven betalen. Intussen probeert de nieuwe manager aan zijn baas te bewijzen dat hij resultaten boekt. Dus huurt hij een management consultant in om het probleem te verhelpen. Dat levert een cool rapport op, maar verandert de helft van de tijd helemaal niets. En die consultant moet toch gewoon betaald worden.’

Zo bezien is de gemiddelde kantoorbaan een soort Groundhog Day at The Office, een zichzelf steeds herhalende martelgang op een doodse plek die je zelfs je ergste vijand, ook wel de baas genaamd, niet eens toewenst. En met het hedendaagse onderwijs, waarin elke vorm van creativiteit uiteindelijk een langzame dood sterft, worden we daar al onze hele jeugd op voorbereid. Waarbij nog moet worden aangetekend dat juist de meest zinloze banen het best worden gewaardeerd. Financieel, welteverstaan. En dat echt nuttig werk altijd schromelijk wordt onderbetaald. Zo creëert een schoonmaker in het ziekenhuis, althans volgens neweconomics.org, tienmaal de waarde van zijn inkomen. Iemand uit de kinderopvang ook nog zevenmaal. En, aap uit de mouw, een Londense bankier vernietigt zevenmaal de waarde van zijn salaris. Uitroepteken 2.

Zo gaat Webster in The Happy Worker regelmatig lekker kort door de bocht, maar de boodschap van zijn polemische docu komt wel degelijk over: veel werknemers moeten zich staande houden in een zeer ongezond ecosysteem, dat aan een grondige herziening toe is. Zodat ze ’s ochtends niet meer met loden schoenen van huis vertrekken en onderweg, werkelijk waar, erover fantaseren dat ze worden aangereden en daarna dan een tijdje uit de running mogen zijn.