Queen Of Chess

Netflix

Boontje komt om z’n loontje. ‘Het zijn beroerde schakers’, zei schaaklegende Bobby Fischer ooit, geringschattend lachend, over schaaksters. ‘Ze zijn gewoon niet zo slim.’

De jongste grootmeester aller tijden kan dan nog niet bevroeden dat hij door een vrouw zal worden onttroond. Beter: door een meisje van vijftien jaar en vier maanden. In 1991 wint Judit Polgár, die op haar twaalfde al de beste vrouwelijke speelster ter wereld is geworden, het Hongaarse kampioenschap en wordt zo automatisch grootmeester. De Queen Of Chess (94 min.) is twee maanden jonger dan Fischer. En daarna ligt de weg voor haar open naar een tweekamp met de ongenaakbare wereldkampioen, Garry Kasprov.

Judit is samen met haar zussen Susan en Sofia van jongs af aan klaargestoomd om schaakkampioen te worden. Hun vader László zorgt ervoor dat ze elke dag urenlang schaaktraining krijgen. Al snel maken de Polgárs naam in de schaakwereld. Het communistische regime van Hongarije geeft hen alleen geen toestemming om in het buitenland te spelen. De zussen mogen het Oostblok niet verlaten. Totdat ze uiteindelijk toch naar het westen mogen, om zich met de rest van de wereld te meten – en met mannen.

Met de familie Polgár, schaakinsiders en andere topspelers reconstrueert de Amerikaanse documentairemaakster Rory Kennedy hoe Judit zich toegang probeert te verschaffen tot de herenclub van het internationale schaken. Ze wordt daarbij continu geconfronteerd met seksisme en vooroordelen. En die blijken zeer hardnekkig. ‘Een typische zwakheid van vrouwelijke spelers is dat ze onder druk in paniek raken’, zegt de Russische oud-kampioen Garry Kasparov, die allang beter zou moeten weten, wederom met droge ogen.

Gaandeweg richt Kennedy zich in deze vlotte, toegankelijke en met lekker dwarse rockmuziek opgepepte film steeds meer op de tweestrijd tussen Polgár en Kasparov, de beste schaker van haar tijd. Die moet het definitieve bewijs leveren dat vrouwelijke spelers niet onder hoeven te doen voor hun mannelijke concurrenten. Van schaken maakt ze intussen ook voor leken een heel aardig schouwspel, waarbij aartsrivalen elkaar met durf, intellect en psychologische oorlogsvoering van het bord proberen te spelen.

Ondanks Judit Polgárs prestaties geldt schaken overigens nog altijd als een echte mannensport. Totdat, ooit, het nieuws komt dat de koning dood is. Waarna dan volgt: lang leve de koningin.

Eeuwige Liefde

Janita Sassen / MAX

Bijna zestig jaar zijn ze nu bij elkaar. Boerendochter Jo en timmerman Jan uit Haaksbergen. Het Amsterdamse stel Gerard en Johan. En Fenny en haar Molukse echtgenoot Mesach uit woonoord Schattenberg in Drenthe. In deze uit het leven gegrepen documentaire van Geertjan Lassche getuigen ze, in de aanloop naar hun diamanten bruiloft, van hun Eeuwige Liefde (79 min.).

Die begon bij Jo en Jan met jarenlang verkering zonder ‘handtastelijkheden’. Dat deed je niet. Ze pasten ook wel op. Gerard kon intussen gewoon blijven slapen bij Johan, die van zijn hospita immers alleen ‘geen damesbezoek’ mocht ontvangen. En Fenny moest thuis flink ruziën over haar nieuwe liefde. Geen zwarten over de vloer, hadden haar ouders gezegd. Zij liet zich daardoor echter niet afschrikken.

Sindsdien is er veel veranderd en toch relatief weinig. Ze hebben geluk gekend en tegenslag. Ze zijn ouder geworden en kwetsbaarder. En ze hebben (klein)kinderen gekregen – of juist niet. En al die jaren, waarin ook het leven in Nederland veranderde, zijn ze samengebleven. Tot de dag, nu niet meer ver weg, waarop de burgemeester op bezoek komt om hen te feliciteren met hun zestigjarige huwelijk.

Die feestelijke gelegenheid vormt het vanzelfsprekende eindstation van een fijne film, waarin deze door de wol geverfde koppels, die elk een ander perspectief op liefde en leven belichamen, (proberen te) doen wat ze al zolang doen en ondertussen levenswijsheden delen, hun zegeningen tellen en een intiem inkijkje geven in wat het betekent om samen oud te worden. Tot de dood ook hen ooit zal scheiden….

Meer Dan Babi Pangang

Periscoop Film

Hoewel haar ouders vroeger in het Brabantse dorp Sint-Oedenrode een Chinees-Indisch restaurant hadden, waar de kinderen soms onder de afhaaltoonbank sliepen, werd er bij hen thuis nooit babi pangang gegeten. ‘Is niet lekker’, zei Julie Ng’s vader Chun Yuen Ng, die nog altijd een restaurant bestiert in Rozenburg. ‘Is voor de Hollanders.’

Julies moeder Sheila Chung woont inmiddels weer in Hong Kong. Zij voelde zich gevangen in het familierestaurant. Ze hield niet van het werk en was er volgens eigen zeggen ook helemaal niet goed in. En ze zou het ‘rampzalig’ vinden als Julie nu de zaak van haar vader, die zo langzamerhand toch met pensioen wil, zou overnemen.

Dat is meteen ook de tragiek van Chinees-Indische restaurants in Nederland: koks en opvolgers zijn nauwelijks te vinden. En dus dreigen ze te verdwijnen uit het straatbeeld, vervangen door sushi-, wok- en all you can eat-restaurants. Van Julie Ng zou ’t echter niet zover mogen komen: die restaurants horen volgens haar bij Nederland.

Ze zijn in elk geval Meer Dan Babi Pangang (75 min.), betoogt Ng in deze film, waarin ze ontdekt hoe arbeiders begin twintigste eeuw van China naar Nederland kwamen, het eerste Chinese restaurant werd geopend in Katendrecht en na de Tweede Wereldoorlog ook de Indische keuken werd geïncorporeerd achter het doorgeefluik.

Ze spreekt in dat verband met andere (bekende) Chinese Nederlanders, historici en kenners van de Oosterse keuken. Zo haalt ze een weinig zichtbaar deel van de Nederlandse bevolking – en ook de vooroordelen, discriminatie en typisch Hollandse humor waarmee deze gemeenschap gedurig krijgt te maken – achter dat luik vandaan.

Die zoektocht naar het grotere verhaal van die gemeenschap komt beter uit de verf dan het ontsluiten van de geschiedenis van haar eigen familie, die ooit vanuit Zhejiang naar het buitenland is vertrokken om te gaan werken. Dat persoonlijke verhaal komt weliswaar tot een geladen afronding, maar laat ook wat losse eindjes achter.

Onderweg legt Julie Ng haar stelling dat babi pangang – een gerecht dat in zijn huidige samenstelling, met zoetzure saus, helemaal niet bestaat in de Chinese keuken – en de cultuur die daaromheen is ontstaan inmiddels tot Neerlands immaterieel cultureel erfgoed behoort voor aan iedereen die ‘t horen wil en wellicht ook regelen kan.

Babi pangang kan allang zonder dat Chinese doorgeefluik en heeft z’n eigen plek verworven in de Hollandse keuken. 

Zirkuskind

Julia Lemke / Flare Film

Als ‘opa Ehe’ vertelt, hangt Santino aan zijn lippen. Zijn bijna tachtigjarige overgrootvader heeft prachtige verhalen. Over de gloriedagen van het circus. Als vijftienjarige reed hij al tractor. Daarmee trokken ze van Duitsland naar Barcelona. 2700 kilometer. Met zeventien kilometer per uur! En de olifant, apen, slangen en giraffen moesten allemaal mee.

Santino is nu elf. Voor zijn verjaardag heeft het guitige joch een kleine crossmotor gekregen. Hij is er dolblij mee. Het wordt nu zo langzamerhand ook tijd dat hij als Zirkuskind (Engelse titel: Circus Boy, 86 min.) gaat nadenken over hij zelf wil gloriëren in de piste van het circus. ‘Iedereen moet iets doen waarop ie trots is’, zegt opa Ehe bemoedigend.

Zijn achterkleinzoon en hij behoren tot de circusfamilie Frank. Santino’s vader Gitano heeft de verantwoordelijkheid over de dieren van Circus Arena. Kamelen, koeien, paarden, pony’s, lama’s en honden. Zijn moeder Angie is acrobate. Ze is nu alleen zwanger. En Santino’s jongere broer Giordano wordt, net als hijzelf, ingezet voor allerlei klusjes.

Julia Lemke en Anna Koch kiezen in deze observerende film consequent het perspectief van Santino, een jongen die het nomadenbestaan van zijn circusfamilie zonder voorbehoud omarmt. Zo was ‘t, is ’t en zal ’t naar zijn stellige overtuiging ook altijd blijven. Terwijl de hoogtijdagen van het circus toch al enige tijd achter hen lijken te liggen.

Overgrootvader blijft hem intussen nostalgische verhalen voeden, met zo nu en dan een bittere ondertoon. Als de vooroordelen ter sprake komen waarmee ze als circuslui altijd krijgen te maken, bijvoorbeeld. En ook de inktzwarte periode van de nazi’s, toen een groot deel van de familie werd afgevoerd naar de vernietigingskampen, blijft niet onbenoemd.

Zulk drama voert evenwel nooit de boventoon – ook omdat Ehe’s herinneringen worden verbeeld met cartooneske animaties van Magda Kreps en Lea Majeran. Santino’s bestaan kan zich ogenschijnlijk veelal in kinderlijke onschuld voltrekken. Op elke nieuwe school dreunt hij verder netjes op welke dieren ze hebben. En nee, die worden natuurlijk niet mishandeld.

Zirkuskind, verrijkt met afwisselend luchtige en weemoedige accordeonmuziek, richt zich duidelijk op een jonge doelgroep, maar geeft wel degelijk, door de ogen van een kind, een boeiende impressie van een jaar achter de schermen bij Circus Arena, dat met één been in het verleden en het andere toch nog best comfortabel in de tegenwoordige tijd lijkt te staan.

En aan het eind daarvan begint Santino zowaar een idee te krijgen van waar ie later trots op zou kunnen zijn.