The Python Hunt

Artists Equity

Florida is tegenwoordig python-territorium. In het Everglades National Park zijn inmiddels meer Birmese wurgslangen te vinden dan goed is voor de biodiversiteit in het natuurgebied. Naar de reden daarvoor blijft het gissen: zijn de reptielen, die oorspronkelijk alleen in Zuidoost-Azië voorkwamen, na de orkaan Andrew ontsnapt bij een importeur van exotische dieren? Of hebben eigenaren hen gedumpt toen ze te groot werden? Feit is dat de pythons zich razendsnel hebben voortgeplant en dat ze ook een serieus gevaar kunnen opleveren voor mensen.

En Amerika zou Amerika niet zijn als deze uitdaging niet vooral wordt beschouwd als de ideale gelegenheid voor een wedstrijd. De plaatselijke overheid organiseert dus jaarlijks een challenge: wie kan er in tien dagen de meeste pythons vangen? Dat idee vormt meteen het startschot voor de documentaire The Python Hunt (92 min.) van Xander Robin, waarbij Lance Oppenheim als producer betrokken is. Dat is ook duidelijk herkenbaar: deze koortsdroom van een film doet qua personages, opbouw en sfeer onmiskenbaar denken aan Oppenheims producties Spermworld en Ren Faire.

Het is een donker land dat Robin toont. Letterlijk: een belangrijk deel van zijn film speelt zich af in het duister als jagers dagenlang, ogenschijnlijk doelloos, rondrijden door Florida’s moerasgebied, spiedend naar hun prooi in het struikgewas en gadegeslagen door de onvermijdelijke camera, ook van henzelf. Totdat er ineens ruw wordt geremd, iemand opgewonden ‘Python!’ roept en de jacht daadwerkelijk kan beginnen. En figuurlijk: de jacht op ‘the animal you love to hate’ haalt niet alleen het beste in de mensch boven. Sommige avonturiers willen vooral eens een wild dier doden.

Anne Stratton Hilts, een 82-jarige weduwe uit Tucson, vindt de jacht zelf bijvoorbeeld saai. Zij wil vooral een mes in de kop steken van zo’n beest, dat volgens haar de plaatselijke flora en fauna verziekt. Anne gaat in een motel zitten wachten, totdat gids Toby Benoit, een gemoedelijke ‘southerner’ die zich heeft opgeworpen als chroniqueur van deze wereld, haar de beloofde python levert. Docent Richard Perenyi is intussen alweer voor het derde jaar overgekomen uit Californië om deel te nemen aan de Python Challenge. Hij wil, zegt ie zelf, spijt hebben van wat hij wél heeft gedaan in zijn leven.

De jacht op de wurgslangen, een enerverend schouwspel, is ook niet slecht voor het lokale toerisme. Een bareigenaar organiseert zelfs een Python Festival en looft duizend dollar prijzengeld uit voor het langste exemplaar. Jimbo McCartney ziet de komst van al die buitenstaanders – er zijn zelfs hobbyjagers uit België – met lede ogen aan. Om hen te ontmoedigen legt hij enorme nepslangen in de struiken. Met zijn negentienjarige dochter Shannon probeert Jimbo intussen zelf ook pythons te vangen. De jacht is nu eenmaal – dat weten ze niet alleen in ‘America’s arsehole’, Florida – véél mooier dan de vangst.

Het is ondertussen wel de vraag of die pythonpopulatie het werkelijk probleem is. Wordt Florida’s biodiversiteit niet veel meer bedreigd door vervuiling en het gebruik van pesticiden? Zulke vragen komen in de kantlijn aan de orde in deze broeierige film, vol kleurrijke personages en spannende scènes en afgetopt met een zinnenprikkelende soundtrack, die ook als alle pythons (niet) zijn gedood of gevangen nog wel een tijdje nazindert.

The Thief Collector

HBO

Routineus beginnen ze aan het leegruimen van de woning in het kleine Amerikaanse plaatsje Cliff. It’s all in a day’s job voor Dave Van Auker en zijn collega’s van Manzanita Ridge Antiques in Silver City, New Mexico. Ditmaal is alles echter anders. Op een augustusdag in 2017 treffen ze op de slaapkamer van het huis een schilderij aan, dat verdacht veel lijkt op Woman-Ochre, een belangwekkend werk van de befaamde Nederlands-Amerikaanse schilder Willem de Kooning.

Het schilderij is al ruim dertig jaar spoorloos. Op 29 november 1985, de dag na Thanksgiving, werd het door een man en een vrouw gestolen uit het University Of Arizona Museum of Art in Tucson. Toen was het ‘slechts’ drie á vier ton waard. Inmiddels wordt het op een slordige 160 miljoen dollar ingeschat. Ter plaatse, in Nowhereville, USA , hebben ze desondanks weinig op met het schilderij. Dat kan hun kleine broertje ook – of een bonobo, heb je die wel eens zien schilderen?

In de woning van de pensionado’s Jerry en Rita Alter worden tevens manuscripten aangetroffen van de man des huizes. In het korte verhaal The Thrill Seekers beschrijft Jerry bijvoorbeeld hoe de adrenalinejunkies ‘Georges’ en ‘Suzie’ een schilderij stelen. Ze beschouwen zichzelf als ‘masters of victimless crimes’. Moet dit worden opgevat als een bekentenis? Regisseur Allison Otto heeft hun lotgevallen in elk geval met acteurs en een vette knipoog verfilmd voor The Thief Collector (96 min.). 

Er zijn drie soorten kunstdieven volgens Bob Cauthorn, voormalig kunstmedewerker van The Arizona Daily Star. De types die simpelweg de gelegenheid aangrijpen, zij die er dik geld mee willen verdienen en lieden die puur en alleen voor zichzelf stelen. Die laatsten zijn volgens hem het gevaarlijkst. Zij verbergen het ontvreemde werk angstvallig voor de wereld. Behoren de Alters tot die categorie? Of hadden ze misschien een appeltje met De Kooning te schillen? En hebben ze wellicht nog meer op hun kerfstok?

Met familieleden, kennissen, medewerkers van de plaatselijke kringloopwinkel, vertegenwoordigers van het museum, kunstkenners en een agent van het FBI Art Crime Team ontleedt Otto in deze vermakelijke kunstcrime-docu het dubbelleven van Jerry en Rita Alter. Hebben ze al die tijd iedereen in het ootje genomen? Of doelbewust een mythe rond hun eigen levensverhaal gecreëerd? Maar als dat laatste waar is: hoe komen ze dan in Godsnaam aan Woman-Ochre?