Death Of The Pastor’s Wife

Netflix

Als bevallig koormeisje valt de tiener Mica Francis predikant John-Paul ‘JP’ Miller vrijwel direct op. De voorganger van de Solid Rock Church, vijftien jaar ouder, is dan nog getrouwd. De afloop van hun affaire, die zal uitlopen op een getroebleerd huwelijk, is bij aanvang van Death Of The Pastor’s Wife (134 min.) al bekend: met de dan dertigjarige predikantsvrouw Mica Miller loopt het niet goed af. De vraag is alleen: heeft zij in het voorjaar van 2024 zelf haar leven beëindigd? Op de sociale media weten ze het antwoord wel.

‘Als jullie je mannen niet seksueel bevredigen’, heeft JP het vrouwelijke deel van zijn kerkgemeenschap dan al voorgehouden, ‘schotelt Satan hem de rest van de dag twintig andere mogelijkheden voor.’ Intussen schrijft Mica de volgende zinnen in haar dagboek. ‘Ik heb met John-Paul te doen, want hij verdient beter. Hij verdient een bevlogen, levendige echtgenote die van hem en God houdt, getalenteerd is en hem altijd het meeste aanmoedigt.’ Ze kan JP’s libido nauwelijks bijbenen.

Met familie, vrienden en andere (oud-)leden van Solid Rock Ministries reconstrueren Julia Willoughby Nason en Michael Gasparro in deze driedelige serie hoe Mica steeds meer in de verdrukking raakt tijdens haar huwelijk met John-Paul, die als echtgenoot en predikant aanzienlijke macht over haar heeft. Intussen ontwikkelt ze ernstige mentale problemen. JP komt daarbij niet aan het woord. Hij fungeert simpelweg als ‘bad guy’ in de tragedie die zich ontwikkelt rond zijn vrouw.

Dat is een tamelijk eendimensionaal verhaal, uitgeserveerd met soms bijna onwerkelijke kerkbeelden, overvloedig social mediamateriaal en – met behulp van AI ingesproken – dagboekfragmenten: over ‘een man van God’ die zijn lusten botviert op zijn echtgenote (en andere vrouwen binnen zijn kerk) en, buiten haar, altijd nog Satan heeft om de schuld te geven. Een kundig gemaakt true crime(?)-verhaal – ‘murder by suicide’ misschien? – dat helemaal ‘viral’ gaat.

I Am Martin Parr

Dogwoof

Gniffelen mag. Om de openingssequentie van I Am Martin Parr (52 min.), met iconische beelden van de Britse fotograaf. Om het friet etende gezin op een rood bankje, bij een vuilnisbak die niet op z’n taak is berekend. Om het oudere echtpaar dat elkaar nauwelijks een blik waardig gunt in een sfeerloos restaurant. Om de helblonde hanenkam voor een typisch Britse telefooncel. Om de groep nette heren met een zwarte bolhoed, die ogen als overjarige Daltons. En om de baby die er nog nét bij past in de helemaal volgestouwde winkelwagen.

Typisch Martin Parr. Door regisseur Lee Shulman bovendien opgediend met een snuifje punk: White Riot van The Clash. ‘Hij heeft gedaan wat Charlie Chaplin in de stomme film deed’, stelt Parrs collega Mimi Mollica. ‘Komedie en tragedie ineen. Dat bestond nog niet in de fotografie.’ Martin Parr ziet zichzelf echter niet als een humoristische fotograaf. ‘Het leven is gewoon vreemd en grappig.’ En dus zit zijn werk vol met zowel de schoonheid als de lulligheid van het bestaan. Het duurde alleen even voordat dit op waarde werd geschat: anderen verdachten de fotograaf ervan dat hij gewone mensen te kijk zette.

Dat werd pijnlijk duidelijk toen hij in de jaren negentig lid wilde worden van Magnum Photos, het toonaangevende fotografencollectief. De helft van de leden zou ermee stoppen als Martin Parr werd toegelaten, de andere helft als er géén plek voor hem zou zijn. ‘Cultuur heeft iets tegen humor, terwijl humor de cultuur juist tempert’, schampert kunstenaar Grayson Perry daarover. ‘Dat wordt zo onderschat. Er zit zoveel performatieve ernst in de kunst. Mensen denken dat ellende belangrijker is in de kunst dan humor. Humor houdt gewichtigdoenerij en fanatisme binnen de perken.’

Terwijl zijn echtgenote Susie Parr, kunstkenners en collega’s zoals Bruce Gilden, Kavi Pujara en Harry Gruyaert hun licht over hem laten schijnen, toont Shulman hoe Parr, die ernstig ziek is geweest en zich geregeld voortbeweegt met een rollator, onvermoeibaar aan het werk blijft. Hij lijkt overal in de publieke ruimte wel wat van zijn gading te kunnen vinden: in restaurants, op de dansvloer, aan het strand, in een speelhal, achter het stuur of op de markt. ‘Niet lachen, normaal kijken’, zegt hij dan tegen de mensen voor zijn camera en legt hen vervolgens op hun paasbest, allergewoonst of ongemakkelijkst vast.

Volgens eigen zeggen wil Parr ‘de vrijetijdsbesteding van diverse klassen in de westerse wereld vereeuwigen’. Zo heeft hij meteen de wegkwijnende arbeidersklasse in Thatchers Engeland te pakken gekregen en later ook de consumptiemaatschappij en het internationale toerisme van onvergetelijke beelden voorzien. Op die manier heeft de onverzadigbare fotograaf, in de woorden van bassist Mark Bedford van de Britse skaband Madness (die natuurlijk niet ontbreekt in de lekker rafelige soundtrack van I Am Martin Parr), de wereld vastgelegd zoals die was. ‘En niet zoals hij ‘m wilde hebben.’

De bonte kermis aan beelden in dit joyeuze portret zorgt er zelfs voor dat het gewone leven, zoals eenieder van ons dat elke dag aantreft als ie z’n huis verlaat, verdacht veel op een Martin Parr-foto begint te lijken.