Ultras

Story / Autlook

Wat er op het veld gebeurt lijkt bijzaak. De belangrijkste bijzaak van de wereld, dat wel. Zowel voor de Ultras (88 min.) zelf als in deze documentaire van Ragnhild Edner over hen. De Zweedse filmmaakster, zelf fanatiek supporter van IFK Göteborg, richt haar camera op de mensen voor wie voetbal een religie lijkt. Ze vormen één grote (vul de clubkleuren in:) … familie. In hun kerken, de stadions, belijden ze samen hun geloof. In zichzelf, elkaar en hun club. Verbonden voor het leven, van de wieg tot de kist. Ook in hun weerzin tegenover de eeuwige rivaal, de vijand, de staat.

De club is van hen en in elk geval véél groter dan willekeurig welke topvedette of succescoach. Zíj – en niemand anders – zíjn Boca JuniorsLech Poznan of Manchester City. En dat gevoel is in Europa of Zuid-Amerika niet wezenlijks anders dan in Afrika of Azië. Edner focust zich op het collectief en slechts beperkt op het individu daarbinnen. Geen exotische varianten dus op Jan met de pet en een Ajax-hart, de onverbeterlijke Feyenoord-hooligan of een boerse Eindhovenaar die z’n stem stuk zingt op hoe PSV eens per jaar kampioen wordt. Wel op wat mensen zoals zij van hun club krijgen.

Ultras is een portret van een – afhankelijk van je gezichtspunt – al jaren florerende subcultuur, van vooral mannen, die zich dwars door rangen, standen en klassen beweegt. Met z’n geheel eigen regels, codes en uitingsvormen. Individuele supporters doen er in wezen niet toe in deze observerende film en blijven dus volledig buiten beeld. Zij willen vaak zelf ook niet herkenbaar zijn voor rivaliserende clans, problemen met de wet vermijden én geen doelwit worden voor de autoriteiten. Want een autocratische regime kan het stadion ook zomaar gebruiken als een proeftuin voor repressie.

Ultras uit Egypte ontdekten tijdens de Arabische Lente in 2011 bijvoorbeeld welke maatschappelijke kracht ze konden ontwikkelen, de feminiene supportersgroep Ladies Curva Sud van PSS Sleman probeerde in Indonesië de positie van vrouwen te verbeteren en fans van het inclusieve Eastbourne Town maakten, met de slogan ‘this club belongs to you and me’, een vuist tegen het grootkapitaal in de Britse Premier League. Het sleutelwoord voor al deze fanatieke clubs lijkt ‘samen’. Door goede en slechte tijden. Dik en dun. Waarbij ook hier natuurlijk niemand groter is dan die vermaledijde club.

Ragnhild Edner probeert dat collectieve gevoel te vatten in grootse beelden van de supportersschare als familie, leger of meute en heeft van haar documentaire, aangestuurd met een persoonlijke voice-over over haar eigen ervaringen als voetbalfan, dus eerst en vooral een kijkfilm gemaakt. Die de ultra-cultuur met een antropologische blik beziet en toegankelijk maakt voor eenieder die zich eens wil verdiepen in deze bijzondere mensensoort.

Vol Gas Door De Modder

BNNVARA / Kleine Storm Media

‘Dat wordt emotioneel als we hier weg zouden moeten’, zegt Tony Verhorevoort, een Brabantse zeventiger met een markante snor die al sinds jaar en dag voorzitter is van M.A.C. De Helm in Helmond, terwijl hij zijn emotie probeert weg te slikken. ‘En dat komt ervan, dat weten we.’ Het circuit van zijn motorcrossvereniging lijkt na 42 jaar te moeten verdwijnen.

En dat zou een kleine ramp zijn voor de Helmondse familie Verhorevoort. Tony’s vrouw Ria werkt niet alleen in hun eigen meubelzaak maar is tevens penningmeester bij de motorcrossclub. Hun zoon Jarno was ooit een nationale topper en is nog altijd bloedfanatiek. Zijn zestienjarige zoon Seth staat inmiddels ook z’n mannetje in de modder en wordt daarbij flink op z’n huid gezeten door vaderlief. En Tony’s kleindochter Kelsey verleent regelmatig hand- en spandiensten bij de vereniging en stapt soms zelf ook op de motor.

Het geluid van motoren klinkt de Verhorevoorts en andere crossliefhebbers als muziek in de oren. Dat geldt zeker niet voor iedereen in ons land. Steeds vaker krijgen clubs, circuits en wedstrijden te maken met strikte geluidsnormen en milieumaatregelen. Dat is ook de uitgangspositie van de vierdelige docuserie Vol Gas Door De Modder (147 min.), waarin regisseur Bas Voorwinde de bedreigde subcultuur, door critici vaak weggezet als ‘herriesport’, op een toepasselijke manier, rechttoe rechtaan en zonder poespas dus, optekent.

Hij kijkt verder mee bij een wedstrijd van de Cross Club Cuijk, laat zich bijpraten door commentator Kees De Omroeper, luistert naar de elektrische crossmotor van oudgediende Johan uit Hummelo en sluit aan bij de 22-jarige Kaylee van Dam die zich als Nederlands kampioen bij de amateurs wil meten met de professionals. Want motorsport mag dan het imago van een mannensport hebben, er stappen ook steeds meer vrouwen op de motor – al is er voor sommige mannelijke coureurs nog altijd niets erger dan verliezen van een meisje.

Op weg naar de finishlijn bezoekt Voorwinde, begeleid door een noeste voice-over van de Overijsselse zanger/acteur Hendrik Jan Bökkers, trainingen en races en vergezelt hij de rijders ook naar huis, waar de olie die door hun aderen vloeit kan worden ververst en hun motoren en lijven weer worden opgelapt. Zodat ze straks opnieuw – cliché-waarschuwing! – oerend hart van start kunnen.

Boom – A Film About The Sonics

Scratched Vinyl Films

Voor iedereen die z’n rock het liefst rechtstreeks uit de garage heeft – rawk!, zogezegd – gelden The Sonics als één van de absolute oerbronnen. Begin jaren zestig maakten deze ‘five bad ass motherfuckers’ hun thuisbasis Tacoma en de rest van het uiterste Noordwesten van de Verenigde Staten onveilig. Tot een grote doorbraak kwam het echter nooit. Toen niet, tenminste.

De Amerikaanse filmmaker Jordan Albertsen, geboren in 1982, heeft halverwege de jaren negentig als tiener net de laatste plaat van de grungeband Nirvana gehoord als zijn vader hem attendeert op een cultgroep, die dan al ruim 25 jaar alleen nog in de herinnering voortleeft. Hij is direct verkocht. Als er in 2008 zowaar een Sonics-reünie wordt aangekondigd, is Albertsen er dus als de kippen bij. Het zal hem nog tien jaar kosten om de documentaire Boom – A Film About The Sonics (77 min.) af te ronden.

De sonische scherpslijpers ogen daarin als bedaagde oude mannen. Zanger/toetsenist Gerry Roslie, die recht vanuit z’n onderbuik leek te schreeuwen in hun eerste ‘hit’ The Witch, zou ook kunnen doorgaan voor een nét iets te bedeesde wiskundeleraar. En Rob Lind, die z’n saxofoon onvervaard liet scheuren op het al even vermaarde B-kantje Psycho, ziet eruit als de doorgewinterde kantoortijger die hij in een later leven daadwerkelijk is geworden. Ooit waren – of beter: klonken – ze te ruig voor hun tijd.

Na ruim een half uur zitten de gloriejaren van The Sonics er alweer op. ‘Het was een geweldige band’, constateert pepdrummer Bob Bennett. ‘Ook al hadden we dat zelf destijds helemaal niet door.’ Er komt echter een tweede bloeiperiode. Via een kleine omweg naar Seattle, waar begin jaren negentig de rockstroming grunge opkomt, wordt de voorvader van punk alsnog ontdekt. Nazaten zoals Mike McCready (Pearl Jam), Mark Arm (Mudhoney), Kim Thayil (Soundgarden) en producer Jack Endino vreten The Sonics!

In de tweede akte van deze aardige bandjesdocu tellen zij samen met Nancy Wilson (Heart), Kurt Bloch (The Fastbacks), Bruce Brand (Thee Headcoats), Coady Willis (The Murder City Devils) en Chris Ballew (The Presidents Of The United States Of America) de zegeningen van The Sonics, die meer dan dertig jaar nadat ze het bijltje erbij neergooiden zowaar populairder worden dan ooit. Het noopt de leden van het bandje, dat eigenlijk nooit de regio was uitgekomen, om voor het eerst de wereld rond te toeren.

In de laatste akte van zijn film toont Albertsen vervolgens hoe zij zich die late roem lekker laten aanleunen en op gevorderde leeftijd voor het eerst kennis maken met stagedivers en moshpits. Want zoals Jack Endino ‘t formuleert in de emotionele epiloog van deze film: ‘You’re never too old to rock & roll.’