Chernobyl: Inside The Meltdown

Disney+

‘We spraken onze geloften uit en werden man en vrouw’, herinnert Iryna Lobanov zich die gedenkwaardige 26e april van 1986. ‘We dansten onze eerste dans als getrouwd stel.’ Iryna en Sergiy Lobanov waren het laatste koppel, dat in de echt zou worden verbonden in Pripjat, de Oekraïense stad die sindsdien geldt als een ‘ghost town’. ‘Mijn boeket rozen was verwelkt’, weet Iryna nog van hun trouwdag, waarop er zich ook een ramp voltrok in de plaatselijke kerncentrale. ‘Het was alsof ze verbrand waren.’

De bewoners van Pripjat, die door de autoriteiten niet of nauwelijks waren geïnformeerd over wat er was gebeurd in Tsjernobyl, werden blootgesteld aan ongekende hoeveelheden radioactieve straling. De gevolgen daarvan waren op dat moment met geen mogelijkheid te overzien. De gehele stad, bijna 45.000 mensen, werd dus geëvacueerd. Familieleden, vrienden en klasgenoten raakten verspreid over de gehele Sovjet-Unie. Sommigen zouden elkaar nooit meer zien.

Het is zomaar één van de ervaringsverhalen in Chernobyl: Inside The Meltdown (175 min.), de vierdelige serie van Tom Cook en Erica Jenkin die veertig jaar na de ramp wordt uitgebracht. Voorbeelden te over. Brandweerlieden die na de ramp voor hun leven vochten in ‘Ziekenhuis Nummer Zes’. Bewoners van Kyiv die gewoon de 1 mei-parade moesten bijwonen. Kinderen die ‘Tsjernobyl-egels’ werden genoemd omdat hun haren vanwege de radioactieve straling waren gekortwiekt.

Cook en Jenkin paren zulke menselijke verhalen en een reconstructie van de pogingen om de crisis in de kerncentrale in te dammen aan het grotere verhaal van de Sovjet-Unie, een natie waarin zorgvuldig werd gezwegen en iedereen, al dan niet vrijwillig, de officiële lijn van de Communistische Partij volgde – ook als die volstrekt niet correspondeerde met de feiten. Patriotisme en plichtsbetrachting noopten menige Sovjetburger ondertussen om zijn of haar leven te wagen.

Zo ontstaat een gedegen, compleet én actueel overzicht van de grootste nucleaire ramp uit de geschiedenis, de ellenlange nasleep daarvan en de zoektocht naar de oorzaken en verantwoordelijken. Voor het Sovjet-regime staat daarbij één ding op voorhand vast: het kan niet/nooit aan het systeem liggen.

Chernobyl: The Lost Tapes

HBO

Ooit was Tsjernobyl nog niet de naam van de grootste nucleaire ramp uit de geschiedenis. Ooit stond die naam symbool voor de droom van de Sovjet-Unie, een communistische heilstaat die hier, zevenhonderd kilometer van Moskou, een nieuw ideaal zou verwerkelijken: een zonovergoten droomwereld, voortgestuwd door een onuitputtelijke bron van kernenergie.

Bij dat beeld start de Britse documentairemaker James Jones in 2022 ook zijn film Chernobyl: The Lost Tapes (96 min.), waarvoor hij onbekend beeldmateriaal heeft opgediept uit Sovjet-archieven, waarin de Sovjet-Unie, die dan al op zijn laatste benen begint te lopen, de schijn nog ophoudt. ‘Het leven was zo relaxt’, vertelt inwoonster Lyudmila Ihnatenko, die net is getrouwd met haar grote liefde Vasya en zwanger is van hem. ‘We konden ons helemaal niet voorstellen dat er gevaar dreigde.’

En dan wordt het 26 april 1986. Jones zet het beeld op zwart en laat een indringend alarmsignaal horen. Bij de centrale komt een paniekerig telefoontje vanuit de kerncentrale binnen. Na een explosie is er brand uitgebroken in één van de reactoren. En daarbij is ook radioactieve straling vrijgekomen. De autoriteiten proberen de crisis direct in te dammen en ondertussen de eigen bevolking zo lang en zoveel mogelijk van de domme te houden. Met, heel voorspelbaar, ronduit desastreuze gevolgen.

Terwijl de omvang van de ramp duidelijk wordt, een grootschalige evacuatie op gang komt en Jan & alleman de schade probeert te beperken, gaat de 1 mei-viering in het nabijgelegen Kyiv echter gewoon door. De Sovjet-Unie probeert halsstarrig – zo laat Jones zien met een geladen mixture van archiefbeelden en off screen-terugblikinterviews met medewerkers van de kerncentrale, gewone inwoners van Tsjernobyl en functionarissen in de hoofdstad Moskou – de façade op te houden.

Geen van de betrokkenen kan dan nog bedenken hoe lang deze nucleaire ramp blijft na-ijlen. Want Tsjernobyl zal ook jaren nadat de eerste Sovjetburgers zijn blootgesteld aan radioactieve straling – de beelden van hun verminkte lichamen branden zich ook veertig jaar later moeiteloos op het netvlies – slachtoffers blijven maken. Volgens het regime hebben zij ‘radiofobie’. Zwaar getroffen burgers zoals Lyudmila Ihnatenko doorbreken nu het zwijgen, dat hen na de crisis in de kernreactor is opgelegd.

Het idee van de Sovjet-Unie als een ideaal maatschappijmodel is dan ook allang ten grave gedragen. En anders kan deze onrustbarende documentaire van James Jones, die in Fukushima: A Nuclear Nightmare (2026) ook de angstaanjagende crisis in een Japanse kernreactor nog zal reconstrueren, alsnog dienen als nagel aan de doodskist die in feite allang ter aarde is besteld.

Fukushima: A Nuclear Nightmare

Ikuo Izawa / Blast Films / VPRO

Een aardbeving triggert op vrijdag 11 maart 2011 een tsunami in Japan. Al snel nadert het woeste water de kerncentrale Fukushima Daiichi in Ōkuma. De speciaal aangelegde zeewal is kansloos. Een nucleaire ramp dreigt, véél erger dan Tsjernobyl. In het ergste geval ontstaat er een complete meltdown en wordt het gehele noorden van het land door radioactieve straling volstrekt onbewoonbaar.

In de stemmige documentaire Fukushima: A Nuclear Nightmare (90 min.) reconstrueert regisseur James Jones (AntidoteOn The President’s Orders en Chernobyl: The Lost Tapes) met enkele direct betrokkenen, deskundigen en journalisten de ramp in wording, die met nieuwsbeelden, visualisaties en dagboekfragmenten van de Japanse premier Naoto Kan héél dichtbij wordt gebracht.

De naderende catastrofe is volgens journalist Martin Fackler van The New York Times het gevolg van een aaneenschakeling van menselijke blunders. Het hoofdkantoor van de Tokyo Electric Power Company (TEPCO) in de Japanse hoofdstad zit letterlijk op afstand, heeft in de voorgaande jaren talloze waarschuwingen in de wind geslagen en stapelt ook als de nood aan de man komt weer fout op fout.

Akira Kawano, senior manager bij TEPCO, werpt die suggestie ver van zich. Bij nucleaire energie geldt vanzelfsprekend altijd veiligheid eerst, zegt hij. ‘We hebben ons aan alle voorschriften gehouden. Daarom mochten we ook in bedrijf zijn.’ Maar: veiligheid kost volgens Kawano ook geld. ‘Je kunt je dus afvragen of kerncentrales überhaupt moeten worden gerund door bedrijven met een winstoogmerk.’

Om de crisis te bezweren wordt er een team samengesteld, de zogeheten ‘Fukushima 50’. Het gaat in werkelijkheid om bijna zeventig medewerkers die achterblijven in de centrale, zodat anderen daar weg kunnen. Ze staan ogenschijnlijk voor een harakiri-missie. Onder hen is Ikuo Izawa, ploegleider reactor 1 en 2. Hij voelt zich echter bepaald geen held, vertelt ie. Eerder een medeplichtige.

Vanuit de centrale mailt Izawa zijn kinderen. ‘Ik reken erop dat jullie je om elkaar zullen bekommeren.’ Daarbij doelt hij in het bijzonder op zijn vrouw die in een rolstoel zit. ‘Dat zou een zware last worden voor mijn kinderen, maar zij waren de enigen die ik dit kon vragen.’ En dan gaat ie samen met die andere naamloze helden/medeplichtigen aan het werk om een nog veel grotere ramp te voorkomen.

De gebeurtenissen in Fukushima, die door Jones zeer indringend worden opgeroepen, onderstrepen nog maar eens met welke krachten de mens speelt als ie zich inlaat met nucleaire energie en hoe belangrijk ’t is om die onder controle te houden. De omgeving van de kerncentrale is intussen nog altijd onbewoonbaar. Het wegwerken van alle schade en vervuiling duurt vermoedelijk nog vele generaties.

Wakker In Paraguay

VPRO

Jeroen maakte van zijn vlucht een bestemming, aldus Roos Ouwehand. De empathische verteller van deze vijfdelige serie van Fleur Amesz en Gijs Swantee kruipt, in navolging van klassieke documentaireproducties zoals Schuldig en Stuk, in het hoofd van de personages en heeft voor elke hoofdpersoon van Wakker In Paraguay (216 min.) slechts enkele pennenstreken nodig om die te kenschetsen. Het gaat om verontruste burgers die zich, zeker sinds de Coronacrisis, ernstig bekneld voelen in Nederland en aan de andere kant van de wereld, in de door Duitse immigranten gestichte gemeenschap Hohenau, samen een nieuw bestaan willen beginnen met de leefgemeenschap Oasis.

Mart ziet bijvoorbeeld ‘wat er echt speelde in de wereld’, hoopt in Paraguay een ongevaccineerde partner te vinden en wil in de ‘stralingsvrije jungle’ ook zijn frequentieapparaten blijven verkopen. Carla werd in haar jeugd beschouwd als onhandelbaar – ‘alsof ze niet wilde luisteren’ – maar was in werkelijkheid doof aan één oor. Zij zou met haar broer Rob naar het Zuid-Amerikaanse land verkassen, maar die is op het laatste moment afgehaakt. En Jan groeide op met ‘een diep wantrouwen tegen de overheid’ en besloot nieuwe invallen of arrestaties van de politie niet meer af te wachten – ‘ook al betekende dat dat hij zijn twee opgroeiende kinderen moest achterlaten’.

En jurist, ondernemer en voormalig drugshandelaar Jeroen Pols, die eerst samen met Jans broer Willem Engel het gezicht was van de omstreden actiegroep Viruswaarheid en die inmiddels geldt als de onofficiële voorman van de ‘wakkere’ gemeenschap, maakt van zijn vlucht dus een bestemming. Pols heeft de krachten gebundeld met een jong hoogopgeleid ondernemersstel, dat net z’n eerste kind heeft gekregen in Paraguay. ‘De onrust in Nederland legde Anne en Lester geen windeieren’, vertelt Ouwehand over hen, als zij een bijeenkomst ‘op een kil bedrijventerrein in het winterse Weesp’ organiseren. ‘Een zaal vol zeer verontruste mensen die hun hoop op hen hadden gevestigd.’

‘De belofte van vrijheid, eenvoud en ruimte was groot’, constateert de alomtegenwoordige verteller nog maar eens. ‘Zou Paraguay ook echt het beloofde land blijken te zijn?’ De vraag stellen is hem vermoedelijk ook beantwoorden. Pols’ motto ‘ieder voor zich, allemaal samen’ doet intussen toch echt denken aan de slogan die de ‘vrije jongens’ van De Tegenpartij, de culthelden van het illustere satirische duo Van Kooten & De Bie, ooit gebruikten: samen voor ons eigen. ‘Project Paraguay’ moet een oase van vrijheid worden. Met een kleine overheid, want dat is volgens Pols als ‘een kankergezwel’, en zónder 5G-straling, lockdowns, pedonetwerken en chemtrails.

Amesz en Swantee bezien de lotgevallen van hun hoofdpersonen met oog voor de mens en zonder duidelijk oordeel en vallen hen ook niet lastig met kritische vragen. Ze portretteren daarnaast wel Enrique, een vertegenwoordiger van de ‘inheemse’ bevolking die regelmatig met de wakkere gemeenschap van doen heeft, en Bart, een Nederlander die al veel langer in het Zuid-Amerikaanse land bivakkeert. Zij bezien de nieuwkomers en de manier waarop die zich manifesteren, ook online, met de nodige verbazing. Zo vormt zich een intrigerend groepsportret van een gemeenschap, die z’n toevlucht heeft gezocht tot een land dat jarenlang leefde onder een militaire dictatuur en een thuishaven was voor gevluchte nazi’s.

Het lijkt onvermijdelijk dat er gaandeweg steeds meer barsten zichtbaar worden in de wakkere idylle. Of zoals verteller Roos Ouwehand ‘t bij aanvang van de slotaflevering verwoordt: ‘Hier in het verre Zuid-Amerika hadden ze eindelijk gevonden, waar ze zo wanhopig naar op zoek waren: vrijheid. Maar… bestond er werkelijk zoiets als vrijheid zonder een prijs?’

Mama Weet Het Zeker

Human

Op weg naar zijn moeder belt Max Baggerman nog even met zijn broer Thomas. Terwijl hij op de snelweg langs een armada van elektriciteitsmasten rijdt, hebben ze het onvermijdelijk weer over ‘ma’. Zijn broer heeft haar onlangs ‘complotdenker’ genoemd. En dat zit moeder, die allerlei lichamelijke klachten en theorieën daarover heeft, behoorlijk dwars.

Van haar mobiele telefoon krijgt zij bijvoorbeeld een loopneus, traanogen en een bittere smaak in haar mond. ‘Dan kan iedereen zeggen: het kan niet’, zegt de oudere vrouw. ‘Maar ik merk het gewoon. Ik zou willen dat het niet kon.’ Mama Weet Het Zeker (24 min.): ze wordt in haar eigen huis geterroriseerd door allerlei schadelijke vormen van straling.

Na haar verhuizing ging het mis, constateert zoon Max in deze aardige egodocu. ‘Het veilige toevluchtsoord dat haar huis zou moeten zijn, veranderde in een broeinest van gevaar en onzekerheid. Een onzichtbare vijand was geboren.’ Inmiddels is moeder op de vlucht. Na een periode in haar auto slaapt ze nu tijdelijk in een vakantiehuisje van vrienden.

Als een mevrouw met een speciaal zoemend apparaatje haar eigenlijke woning komt doormeten, is het duidelijk: hier moet van alles anders aangelegd, geverfd en afgesloten worden. En als ze alles daadwerkelijk hebben aangepakt, zorgt een passerende boot weer voor hartkloppingen bij ‘ma’. ‘Hoever volg ik haar?’ vraagt Max zich af. ‘En wanneer geef ik mijn voeten rust?’

Terwijl hij zelf frictie liever ontwijkt, zoekt zijn broer de confrontatie. Dit dreigt de verhoudingen binnen de familie, waar weer een kind op komst is, op scherp te zetten. Deze korte film brengt dat heel behoorlijk in beeld – al was iets meer dramatische ontwikkeling en context over ‘ma’, haar achtergrond en de gezinssituatie geen overbodige luxe geweest.