Wilder

Getty Images / NTR / maandag 14 september, om 22.40 uur, op NPO2

Trekkebenend loopt hij als snoepfabriekeigenaar Willy Wonka de fameuze film Willy Wonka & The Chocolate Factory (1971) in. Het is een idee van acteur Gene Wilder zelf. Als Wonka’s wandelstok zogenaamd vast komt te zitten in het asfalt, laat ie zich voorover vallen en maakt daar vervolgens een koprol van. Hij sluit af met een buiging. Zo begroet Wonka de kinderen die een bezoek brengen aan zijn snoepfabriek. Waarom hij zo z’n entree wil maken in de film, die is gebaseerd op Roald Dahls kinderboek Sjakie En De Chocoladefabriek? vraagt regisseur Mel Stuart. ‘Omdat ze vanaf dat moment nooit meer weten of ik lieg of de waarheid spreek’, antwoordt Wilder.

Het is exemplarisch voor de werkwijze van de acteur, regisseur en persoon Gene Wilder (1933-2016), die furore maakt met (komische) films zoals The Producers, Blazing Saddles en Young Frankenstein. Achter de lol zitten altijd kwetsbaarheid, melancholie en een zekere labiliteit. Om de man achter het personage te pakken te krijgen verlaat regisseur Chris Smith zich in dit postume portret op Wilders neef (en filmmaker) Jordan Walker-Pearlman, voor wie hij een soort surrogaatvader was. Hij deed eind jaren negentig ook een interview met hem, dat nu als onderlegger fungeert voor Wilder (uitzendtitel: Gene Wilder – Achter de lach, 85 min.), een docu die verder uit filmfragmenten, archiefbeelden en oude interviews bestaat.

De man die bekend zal worden als Gene Wilder komt ter wereld als Jerry Silverman. In 1961 meet hij zich die artiestennaam aan, een verwijzing naar zijn moeder Jeanne die net daarvoor is overleden. Nadat zij, als hij nog maar zeven is, een hartaanval heeft gehad, zegt de dokter al tegen de kleine Gene: zorg dat je haar nooit kwaad maakt. Dat zou het einde van haar leven kunnen betekenen. Laat haar lachen! En dat zal zijn parool worden. Hij oogt daarbij als een menselijke variant op zo’n beschadigd Japans kunstwerk waarvan de breuklijnen zijn opgevuld met goud- of zilverlak, stelt zijn neef Jordan. De barsten en littekens worden niet verborgen, maar zijn juist veredeld.

Wilder blijft desondanks een ongrijpbare figuur in deze documentaire, waarin zijn carrière – en van daaruit ook mondjesmaat zijn privéleven – wordt uitgelicht. Smith doet dit aan de hand van drie personen die hem bij de hand hebben genomen: regisseur en acteur Mel Brooks (waarnaar Wilder opkijkt als een grote broer), komiek Richard Pryor (met wie hij een zeer succesvol filmduo vormt) en Saturday Night Live-ster Gilda Radner (op wie hij smoorverliefd wordt). Met en via hen kan hij zichzelf verwerkelijken, een man die volgens eigen zeggen via het acteren de liefde probeert te krijgen die ontbreekt in zijn leven. En dat lijkt, afgaande op dit alleraardigste portret, heel behoorlijk gelukt.

The Aristocrats

Think Film

Een documentaire over één enkele grap. Met een enorme baard bovendien, zo oud als Methusalem. Waarvan de clou ook al meteen wordt weggegeven: The Aristocrats (88 min.), juist. En toch blijft deze docu van Paul Provenza en Penn Jilette uit 2005 bijna anderhalf uur lang boeien en vermaken.

Want het gaat niet om de eindbestemming, de zogenaamde ‘punchline’, maar om de weg daarnaartoe, bezweren honderd bekende komieken en entertainers, waaronder George Carlin, Jon Stewart, Robin Williams, Chris Rock, Whoopi Goldberg, Bob Saget, Eric Idle, Penn & Teller, Howie Mandel, Eddie Izzard, Carrie Fisher, Don Rickles, Drew Carey, The Amazing Johnathan en Sarah Silverman.

Ieder van hen vertelt ook z’n eigen versie van de aloude grap. De ene nog ranziger dan de andere. Alles mag – zolang er maar veel poep en pis, seks en geweld inzit. Liefst in combinatie met dieren. Op weg naar een ‘pointe’ die iedereen al minutenlang ziet aankomen, laat de verteller zien uit welk hout hij of zij is gesneden en welke variaties ie op het welbekende thema kan bedenken.

Een South Park-versie bijvoorbeeld, waarin een onverstoorbare Cartman de andere personages uit de animatieserie vergast op zijn Artistocrats-grap. Of de roast van Playboy-baas Hugh Hefner door komiek Gilbert Gottfried, die kort na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 zijn publiek voor het eerst weer eens ouderwets laat lachen. Dat mag dan (blijkbaar) weer.

De grove grap zegt iets over de normen en waarden van een samenleving, concluderen de medewerkers van The Onion, het Amerikaanse voorbeeld van De Speld, tijdens een redactievergadering. Wat als grappig wordt beschouwd, waar de grens ligt en of die met de tijd verandert. Met seks valt in elk geval nauwelijks meer te shockeren, concluderen ze eensgezind, nu zo’n twintig jaar geleden.

Deze film bestaat vrijwel volledig uit gesproken woord – interviews, het vertellen van de grap en enkele performances – en is nog altijd buitengewoon grappig. Juist door de voorspelbaarheid ervan. The Aristocrats wordt bovendien geheel in stijl afgesloten, met een zeer geruststellende gedachte in de aftiteling: ‘No animals were fucked during the making of this film.’

Being Mary Tyler Moore

HBO

Met een hedendaagse bril bekeken oogt ze als een gedateerde verpersoonlijking van ‘the all American Girl’: knap, keurig en met een tandpastaglimlach. In de succesvolle sitcom The Dick van Dyke Show (1961-1966) bleef Mary Tyler Moore bovendien netjes in de schaduw van het centrale personage Dick van Dyke. Ze was zijn gedienstige, best wel grappige echtgenote, zo’n vrouw waaraan niemand in het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog zich een buil kon vallen.

Nadat het doek viel voor het populaire televisieprogramma – waarin Moore overigens en passant had aangetoond dat vrouwen méér konden zijn dan alleen ‘mooi’, tóch humor konden hebben en zelfs een broek mochten dragen – zou ze zich na een flinke crisis begin jaren zeventig heruitvinden voor haar eigen comedy, The Mary Tyler Moore Show. Als gescheiden vrouw (!). In een serie bovendien die, voor het eerst, ook voor een belangrijk deel werd geschreven door vrouwen.

De gedegen documentaire Being Mary Tyler Moore (120 min.) belicht hoe het Amerikaanse burgervrouwtje – in werkelijkheid al voor de tweede keer gehuwd, ze zou in totaal driemaal trouwen – dan verzeild raakt in de tweede feministische golf en die in zekere zin ook toegankelijk maakt voor ‘mainstream America’. Dan valt de hoofdpersoon van deze film van James Adolphus voor even helemaal samen met de wereld en het tijdsgewricht waarvan ze deel uitmaakt.

Verder belicht dit postume portret Moore’s persoonlijke leven (drie huwelijken dus en een destructieve gewoonte, die ze gemeen had met haar moeder) en carrière (na haar eigen show volgden nog een carrière op Broadway, een gelauwerde rol in het filmdrama Ordinary People en het woordvoerderschap van een diabetesvereniging). Ze werd bovendien een voorbeeld voor comédiennes zoals Rosie O’Donnell, Julia Louis-Dreyfus en Reese Witherspoon, die haar hier eer bewijzen.

Samen met familieleden, intimi en directe collega’s als Dick van Dyke, regisseur/comedian Rob Reiner (de zoon van Dick van Dyke Show-bedenker Carl Reiner), acteur Ed Asner en schrijver Treva Silverman halen zij de vrouw achter de kamerbrede glimlach vandaan. Dat is bepaald geen sinecure. Want hoewel Mary Tyler Moore een leven in de spotlights leidde, hield ze haar kaarten het liefst stevig tegen haar borst. Een gereserveerde vrouw die kon (laten) lachen als de beste.