Dogs Of War

BBC

Hoewel internationale wetten het inzetten van huurlingen bij gewapende conflicten verbieden, zijn er wereldwijd naar schatting zo’n 100.000 buitenlandse beroepssoldaten actief. ‘Oorlog is verslavend’, vertelt de Britse huursoldaat David Tomkins, die zo’n veertig jaar (mee)vocht en voor wapens zorgde in landen als Somalië, Koeweit, Afghanistan, Sierra Leone en Colombia in Dogs Of War (87 min.). ‘Chaos is verslavend. Het is net een drug. En ik vond het geweldig!’

Zijn carrière als huurling kreeg halverwege de jaren zeventig een pikstart in Angola. Toen er een burgeroorlog uitbrak in het Afrikaanse land, bleek er behoefte aan een explosievenexpert. En Dave had net naam gemaakt in Londen als bankrover. Met zelfgemaakte nitroglycerine bracht hij kluizen tot ontploffing. Zo’n man konden ze goed gebruiken. ‘Ik schaam me diep voor een aantal dingen die in Angola zijn gebeurd’, stelt David een halve eeuw later. ‘Die zouden nooit mogen gebeuren, in welke oorlog dan ook.’

Angola mocht dan een voorbeeld zijn van hoe ’t niet moest. Tomkins had de smaak wel degelijk te pakken gekregen. Volgende missie: het omleggen van president Étienne Eyadéma van Togo. Rationalisatie: de man had zelf zijn voorganger laten liquideren. Oog om oog, tand om tand. Opblazen, die kerel! Zover zou ’t echter nooit komen. Uiteindelijk ging Dave zelfs nog op bezoek bij Eyadéma, vertelt hij in deze boeiende film van David Whitney, waarin ie het verhaal van zijn loopbaan in de oorlogs- en wapenbusiness doet.

Van de revenuen daarvan kon hij zijn gezin prima onderhouden, stelt Tomkins. Er stond zowaar een Rolls Royce in de garage. Intussen viel en valt hij zichzelf niet lastig met ethische vragen. ‘I can’t be sorry for everybody in the world’, legt hij uit. ‘The world is what it is.’ Hij was nu eenmaal ‘proud to be a criminal’. Zo doet de gepensioneerde huurling elke kwestie af met een straffe oneliner. Over de jaren negentig, toen de halve wereld in brand stond, zegt ie bijvoorbeeld: ‘A bad time for the world, but good for me.’

David Whitney verbeeldt ‘s mans herinneringen met enigszins kluchtige reconstructies en kadert ze verder in met quotes van direct betrokkenen, deskundigen en de huurlingen Alex Lennox, Dean Shelley en Peter McAleese (die samen met Tomkins ook al was te zien in Killing Escobar, Whitneys reconstructie van hun mislukte moordaanslag op de Colombiaanse drugscrimineel). Samen schetsen zij letterlijk een gewetenloze business, waarin het eigen gewin voorop staat en de rest een zorg is voor anderen of voor later.

Als ík ‘t niet zou doen, zegt David Tomkins bijna letterlijk, dan zou een ander ’t doen. En wanneer David Whitney maar blijft doorvragen naar zijn gevoelens over z’n roemruchte verleden, schiet dat bij hem in het verkeerde keelgat. Hij heeft helemaal geen berouw. ‘I wouldn’t swap one day of my fucking life for you or anybody else’, bijt hij de filmmaker toe. ‘I live for me and my family only. That’s the end of the story… Done!’

Shelley In Wonderland

Shelley Gish / c: Tess Vermeer

Noem ‘t gerust een cliché of gimmick. Maar als de aspirant-Miss Senior USA en haar concurrenten zich opmaken voor de strijd om de titel, kan er eigenlijk maar één nummer klinken: Oh, Pretty Woman van ‘good old’ Roy Orbison. De soepele gitaarriff transporteert alles en iedereen direct naar de tijd waarin alle deelnemers hun gloriejaren beleefden. Intussen zijn de dames op een leeftijd aanbeland waarop ze – althans volgens eigen zeggen – niet meer worden gezien.

Dat geldt misschien ook wel een beetje voor Shelley Lee Sybil Gish, de hoofdpersoon van deze smakelijke korte documentaire van Sophie Dros. De 63-jarige Miss Senior Utah is duidelijk gespannen voor de missverkiezing en hoe zij zich daarbinnen zal manifesteren. Terwijl concurrenten oefenen op een dansje bij Elvis’ Jailhouse Rock, de harp bespelen of de show proberen te stelen met kleine acrobatiek wil zij excelleren met I Have A Dream van ABBA. Toepasselijk nummer.

Muziek speelt wel vaker een sleutelrol in Shelley In Wonderland (40 min.). In de bus zingen de Golden Girls, met elk hun kroontje parmantig op het hoofd, uit volle borst You Are My Sunshine. Bij de visagie wordt gezamenlijk een enthousiast There’s No Business Like Show Business aangeheven. En daarna laat regisseur Sophie Dros hun verdere verrichtingen tijdens het ‘showgirl-bootcamp’ ook nog eens begeleiden door Cyndi Lauper: Girls Just Wanna Have Fun, juist.

Tussen de bedrijven door kletsen de meiden over hun relaties, echtscheidingen en nieuwe vriendjes en vertelt Shelley op haar hotelkamer het verhaal van haar veelbewogen leven, dat ooit begon bij de Mormoonse Latter-Day Saints-kerkgemeenschap. Die terugblik wordt door Dros vaardig geïllustreerd met enkele fraaie sequenties met familiefoto’s en privévideo’s. Uit de jaren dat de schoonheidskoningin op leeftijd zichzelf zocht en steeds weer kwijtraakte.

En dan is de avond van de Miss Senior-verkiezing aangebroken. I’m a queen, houdt Shelley zichzelf voor. Ze doet dit tenslotte voor zichzelf, niet voor de overwinning. Net als haar concurrenten lijkt ze iets terug te willen vinden dat ergens onderweg verloren is gegaan. In die zin is deze observerende film een soort ode aan de (eeuwige) jeugd, die je nooit helemaal achter je hoeft te laten. Of, anders bezien, die je een leven lang kan blijven achtervolgen.

Menige liedjesschrijver heeft er een compleet songboek aan gewijd.