Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll

Cardinal Releasing

De stoet vakbroeders die in de documentaire Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll (97 min.) eer bewijst aan de Amerikaanse meestergitarist, die dit jaar honderd jaar oud zou zijn geworden, is indrukwekkend:  Steven Van Zandt, George Thorogood, Joe Bonamassa, Nile Rodgers, Steve Jones, Nils Lofgren, Wayne Kramer en Joe Perry. Stuk voor stuk gitaristen van formaat. Één adept die je direct met Berry associeert ontbreekt echter: Keith Richards.

De muzikale leider van The Rolling Stones is natuurlijk tóch aanwezig in Jon Brewers postume portret van de aartsvader van de rock & roll, die klassiekers zoals Johnny B. Goode, Sweet Little Sixteen en Roll Over Beethoven afleverde en de fameuze ‘duck walk’ introduceerde. Ook hij kan niet heen om dat onvergetelijke fragment uit de concertfilm Chuck Berry: Hail Hail Rock ‘N’ Roll (1987), waarin Chuck Berry, terwijl zijn vaste pianist Johnnie Johnson met grote ogen toekijkt, Keith Richards tot gekmakens toe de gitaarriff van zijn hit Carol opnieuw laat spelen.

Behoudens een aantal gereconstrueerde scènes – geheel in zwart-wit met enkele zorgvuldig gekozen elementen, Chuck zelf bijvoorbeeld of de door hem bezongen auto’s, in felle kleuren – wikkelt Brewer met Berry’s echtgenote Themetta, enkele van zijn kinderen en bekende fans zoals Alice Cooper en Gene Simmons verder netjes de hoogte- en dieptepunten uit het leven en de loopbaan van Charles ‘Chuck’ Berry (1926-2017) af. Een baanbrekende zwarte artiest die doorbreekt naar een wit publiek – al gaat dat in de jaren vijftig bepaald niet vanzelf.

Illustratief zijn ‘s mans aanhoudende problemen met de wet. Die hebben ongetwijfeld met Chuck Berry’s gedrag en keuzes te maken, maar kunnen in het gesegregeerde Amerika zeker niet los worden gezien van zijn huidskleur. Ook in de muziekbusiness wordt hij aan de lopende band besodemieterd. Berry’s eerste hit Maybelline wordt bijvoorbeeld alleen gedraaid op de radio, omdat een derde van de royalties stiekem zijn verpatst aan de deejay Alan Freed en de een of andere verkoper van kantoorartikelen. Payola, juist. En dan ontdekken de luisteraars dat Chuck zwart is.

Een half leven later zal hij door de films Back To The Future en Pulp Fiction nog een keer ouderwets furore maken. Berry staat dan bekend als een lastpak, een man die met zijn gitaar, een kam en z’n tandenborstel de wereld rondreist en in elke uithoek optreedt met een plaatselijk begeleidingsbandje, waarna hij erop staat om in keiharde cash te worden uitbetaald. Een muzikant ook, die navolgers graag op hun plek zet, zoals Keith Richards dus aan den lijve ondervindt. En een onverbeterlijke ‘womanizer’ die desondanks ook, als we zijn gezin mogen geloven, een echte familieman is.

Tot op hoge leeftijd zal Chuck Berry zijn signatuursongs blijven spelen en de duck walk doen. Totdat de Duivel de man die hoogstpersoonlijk zijn muziek naar de wereld bracht tóch tot zich roept…

QT8: The First Eight

Natuurlijk, de controverse rond de stunt van actrice Uma Thurman tijdens de opnames voor Kill Bill, die haar blijvend letsel bezorgde, komt aan de orde. En ook zijn innige samenwerking met de in opspraak geraakte filmproducent Harvey Weinstein, die ook actrices uit zíjn films zou hebben misbruikt, wordt niet geschuwd. QT8: The First Eight (97 min.) is echter eerst en vooral een liefdesbetuiging aan de filmmaker Quentin Tarantino.

De aanbeden regisseur van moderne klassiekers als Pulp Fiction, Inglourious Bastards en Reservoir Dogs komt zelf niet aan het woord. Al begint elk hoofdstuk van dit eerbetoon, dat chronologisch zijn loopbaan doorloopt aan de hand van zijn eerste acht speelfilms, wel met een quote uit een oud interview. ‘Ik steel van iedereen’, staat er bijvoorbeeld genoteerd bij aanvang van Badass Women & Genre Play. ‘Grote artiesten stelen. Ze doen niet aan hommages.’

Deze documentaire van Tara Wood bestaat voor het leeuwendeel uit fragmenten uit zijn films, die worden aangevuld met making of-beelden en scènes uit de films, televisieprogramma’s  en series die hem hebben gevormd. Het geheel wordt aan elkaar gepraat door Tarantino-getrouwen zoals Samuel L. Jackson, Michael Madsen, Tim Roth, Kurt Russell en Christopher Waltz. Zij belichten tevens subthema’s als zijn uitzinnige gebruik van klassieke popsongs, de rol van vrouwen in zijn films en de virtuoze choreografie van zijn vechtscènes.

Daarbij worden enkele kostelijke anekdotes opgedist over de man voor wie film maken een soort religie is. Enkele ervan zijn zelfs geanimeerd. Ook leuk. Intussen valt er – natuurlijk, zou je bijna zeggen – nauwelijks een onvertogen woord in dit gelikte portret. Daar moet je tegen kunnen: QT8 is een onvervalste hagiografie. Van de rechtgeaarde cinefiel die de droom van elke cinefiel ter wereld leeft.