The Lions By The River Tigris

Amstelfilm

Het waren niet alleen bloeddorstige barbaren, maar ook onvervalste cultuurbarbaren. Alles van waarde bleek in handen van Islamitische Staat (IS) daadwerkelijk weerloos. In de drie jaar (2014-2017) dat de moslimfundamentalisten de lakens uitdeelden in de Noord-Iraakse stad Mosul richtten ze een ongekende ravage aan. Zo’n elfduizend levens gingen er verloren bij het weer bevrijden van de stad, waarna het historische centrum grotendeels verwoest bleek. En kunstwerken en andere artefacten van de stad waren door IS-strijders letterlijk stukgeslagen, kapot geboord of opgeblazen.

Te midden van de ruïnes en het puin, op de plek waar ooit huizen stonden en complete levens zich afspeelden, is nog ergens de ziel van de achtduizend jaar oude stad te ontwaren. Sommige bewoners van Mosul zetten zich actief in om die te bewaren. Zo is de oud-militair Fakhri al Jawal bijvoorbeeld druk doende om een eigen museumpje op te bouwen. In zijn kringloopwinkel verzamelt hij allerlei spullen met culturele, historische of emotionele waarde. Zodat ze niet definitief verloren raken. Fakhri heeft z’n zinnen nu gezet op The Lions By The River Tigris (91 min.)

Dit ruim zeventig jaar oud marmeren wapen met twee leeuwen is verwerkt in een imposante deurstijl. De deur behoort alleen tot het huis van de visser Bashar Salih. Beter: tot wat ooit Bashars huis was. Wat er nog rest van het gebouw kan, net als een groot deel van Mosuls historische centrum, elk ogenblik instorten. En dan zouden ook die twee trotse leeuwen wel eens kunnen gaan hemelen. Bashar is desondanks vast van plan om zijn huis te herbouwen. Zijn eigen vrouw maant hem om dit idee los te laten. Ze moeten verder – of haar echtgenoot dit nu wil of niet.

Bashar weigert echter om de Leeuwen, die hij tijdens het schrikbewind van IS aan het oog onttrok, te verkopen. Fakhri blijft tegelijkertijd aandringen. Totdat het ook zijn maat Fadil al Badri, een violist die sinds de aftocht van IS zijn instrument weer voor de dag heeft gehaald, tegen de borst stuit. ‘Ik voorspel je één ding’, probeert hij zijn vriend tot rede te brengen. ‘Je zult die deur nooit krijgen.’ Fakhri is alleen zo koppig als een ezel. Net als Bashar. Samen vertegenwoordigen zij in deze film het verdriet over wat verloren is gegaan en de hoop dat er van alle ellende toch weer iets is te maken.

Regisseur Zaradasht Ahmed toont ondertussen hoe hun stad langzaam maar zeker begint te ontwaken uit z’n boze droom en weer tot leven komt. Deze ingetogen documentaire, rijk aan symboliek en melancholie, is een eerbetoon aan hoe de mens weer mens wordt en opnieuw de waarde van het leven om hem heen begint te zien. En tussen de brokstukken van hun bestaan begint zowaar ook het gras weer te groeien. En dan volgen de bloemen vanzelf.

Architecton

Cherry Pickers

Ooit zijn het wellicht trotse gebouwen geweest – of op z’n minst levendige gebouwen. Nu ogen ze verweesd. Verlaten, afgedankt. Tanks hebben er gaten ingeschoten, bommen een hap uitgenomen. Of een aardbeving is er ongegeneerd z’n gang mee gegaan.

De Russische documentairemaker Victor Kossakovsky (BelovySvyato en Gunda) laat zijn camera zweven over flatgebouwen die de oorlog of het natuurgeweld ternauwernood hebben doorstaan – of niet. Als ze niet meer te redden zijn, worden ze uit elkaar getrokken door een graafmachine. Zo wordt een deel van de stad ontmanteld, waar ergens vast ook nog wel, stiekem, mensen huizen.

Kossakovsky’s impressies van gehavende Oekraïense en Turkse steden behoren tot de meest imposante taferelen van Architecton (97 min.), zijn beeldsymfonie over de verhouding tussen architectuur, natuur en beschaving, in het bijzonder de rol van steen en beton daarin. Hij begeeft zich ook naar eeuwenoude ruïnes en moderne bouwwerken en toont het leven daar – of het ontbreken daarvan.

Met dank aan cameraman Ben Bernhard (All That Breathes), die ogenschijnlijk dood materiaal tot leven kan brengen in grootse shots en close-ups, en componist Evgueni Galperine, wiens soundtrack beurtelings dreiging, schwung of drama meegeeft aan de materie. Zij kunnen rotsblokken bijna letterlijk laten dansen of geven het afvoeren van puin de bedrijvigheid van een nijvere mierenhoop.

Bijzondere aandacht is er voor de Italiaanse architect Michele de Lucchi, die in zijn eigen tuin een ‘magische cirkel’ laat aanleggen. Mensen zijn daarbinnen niet welkom. Het is bedoeld als een les in bescheidenheid tegenover de natuur, die prima aansluit bij Kossakovsky’s pleidooi om duurzamer te bouwen en de aarde niet vol te storten met beton of overal zielloze stenen kolossen op te trekken.

‘Hoe kan ’t dat mensen altijd wisten hoe ze gebouwen moesten maken die duizenden jaren konden blijven bestaan?’ vraagt Victor Kossakovsky zelf, in de epiloog van deze film waarin verder nauwelijks wordt gesproken, aan De Lucchi. ‘En waarom bouwen we nu dan voor slechts een jaar of veertig?’ En waarom, bijt hij door, al die lelijke saaie gebouwen als we ook mooie kunnen ontwerpen?

De architect probeert Kossakovsky’s kritiek niet te pareren. Hij omarmt die. Sterker: Michele de Lucchi schaamt zich zelfs voor een project waarbij hij zelf betrokken is. Hij pleit voor een herbezinning. ‘Als we iets ontwerpen, ontwerpen we geen product, gebouw of ruimte’, zegt hij tegen de filmmaker. ‘We ontwerpen het gedrag van mensen.’

Death Without Mercy

VPRO

Het Turkse flatgebouw is een jaar of tien eerder gepresenteerd als een ‘stukje paradijs’. Rönesans Rezidans telt zo’n 250 appartementen, met in totaal ongeveer duizend bewoners. Op 6 februari 2023 wordt het complex in Antakya met de grond gelijk gemaakt door een aardbeving. Onder een enorme berg puin bevindt zich een groot deel van de bewoners. Dood of levend? Die vraag drijft ook de documentaire Death Without Mercy van de Syrische filmmaakster Waad Al-Kateab, die eerder haar eigen verhaal vertelde in het meermaals bekroonde For Sama (2019): wie hebben de ramp overleefd? Uiteindelijk zal het dodental oplopen tot boven de 60.000.

Onder dat puin ligt Safa Sayedissa, een jonge vrouw met twee zoontjes. ‘Ik zit niet beklemd’, spreekt ze anderhalf uur na de aardbeving in op haar telefoon. ‘Sami en ik leven nog.’ Ze kan de baby, veertig dagen oud nog maar, in haar benarde positie zelfs de borst geven. Safa weet alleen niet waar Kuteyba is. Toen het gebouw instortte, zei haar zevenjarige zoontje nog: ‘mama, ik hou niet van aardbevingen.’ En toen moest ze zijn arm loslaten en was hij weg. ‘Fuad, als je dit hoort of je krijgt m’n telefoon in handen’, vertrouwt ze op diezelfde telefoon toe aan haar echtgenoot, die op reis is voor zijn werk. ‘Ik hou ontzettend veel van je. Vergeef me, alstjeblieft.’

Zodra hij hoort van de ramp, probeert Fuad Sayedissa op zijn beurt natuurlijk in contact te komen met zijn vrouw en kinderen. Hij krijgt uiteindelijk iemand aan de lijn die bij de ingang van Rönesans Rezidans staat. ‘Ik zei: ga met de lift naar de elfde verdieping, daar zijn ze’, herinnert Fuad zich later. ‘Hij zei: er is geen elfde verdieping.’ Misschien zijn ze dan naar beneden gegaan? waagt de verontruste Fuad nogmaals een poging. Hij kan niet accepteren dat er helemaal geen Rönesans meer bestaat. Het gebouw is van de aardbodem verdwenen. ‘Waar zijn ze dan?’ vraagt Fuad nog aan de man. ‘Ze zijn allemaal weg. Ze liggen onder het puin.’

In zijn Syrische woonplaats Idlib ziet Fadi Alhalabi ondertussen welke schade de aardbeving heeft aangericht. De rest van zijn familie is inmiddels woonachtig in het Turkse Antakya, gevlucht voor de oorlog in eigen land. De jonge Syriër wil zijn dierbaren te hulp schieten, maar moet eerst überhaupt Turkije binnen zien te komen. De reis wordt een helletocht, die bij aankomst in Antakya alleen maar erger wordt. Waarom is dit gebouw ingestort? vraagt hij ter plaatse aan een man. ‘Omdat het de wil van God is’, reageert die. Daarmee neemt Fadi geen genoegen. ‘Uiteraard, maar we moeten ook naar de oorzaken kijken. Als je naar dit gebied kijkt: alle gebouwen zijn weggezakt.’

Via enkele hoofdpersonen die voor de camera ontdekken wat die verpletterende aardbeving in hun leven heeft aangericht, gecombineerd met honderden uren beeldmateriaal van andere bronnen, toont Waad El-Kateab de impact van de ramp. Soms lijkt dat leed veel te groot om te dragen. En toch moet ‘t – en doen ze ‘t. Zelfs wanneer blijkt dat een belangrijk deel van de schade misschien te voorkomen was geweest. Als de Turkse overheid minder laks zou zijn omgegaan met bouwvergunningen en na de aardbeving snel adequate hulp had geboden. Dan hadden – het is een onverdraaglijke gedachte – veel slachtoffers gered kunnen worden.

Het is de bijzonder wrange slotsom van een zielstriemende rampendocu, die de breekbaarheid van het menselijk leven, zowel letterlijk als figuurlijk, nog maar eens benadrukt.