De Kantoorhond

Hazazah

Het lijkt zowat een spin-off van de befaamde mockumentary The Office. Alleen loopt er in deze typische kantoortuin geen bloedirritante chef rond, maar een hond. Heel veel honden zelfs. Tijdens werkoverleg klimt Rakker op iemands schoot. Rocky kijkt mee terwijl er notities worden gemaakt op de computer. Bij een functioneringsgesprek zorgt Woef voor de juiste atmosfeer. En als Wodan tussen de middag even is uitgelaten, kan ook zijn baasje er weer de hele middag tegenaan.

Zo’n dier moet natuurlijk wel ‘een aanwinst voor kantoor’ zijn, stelt Monique, de medewerker die verantwoordelijk lijkt voor de afdeling Honden bij de multinational, waar Iris Grob de heerrrlijke korte documentaire De Kantoorhond (26 min.), die toch wel verdacht veel lijkt op een absurde komedie, heeft gefilmd. De aanleiding was nochtans serieus: meer dan een miljoen Nederlanders ervaren burn-outklachten als gevolg van werkstress.

De oplossing ligt voor de hand – en rustig, liefst netjes aangelijnd, aan de voet. Die blaft niet, springt niet, begint niet tegen je aan te rijden en behandelt de kantoortuin zeker niet als het eerste de beste boompje in de echte mensenwereld. Gelukkig doet ie dat wel. Grob kijkt goed rond in diens territorium, naar hoe de trouwe viervoeter prima blijkt te gedijen in een hellehol vol meetings, targets en deadlines, waar de gemiddelde werknemer zich amper staande kan houden.

Uit onderzoek blijkt dat een hond stressverlagend werkt. Als ie zich laat aaien, tenminste. Wanneer het beestje te vaak zijn tanden laat zien, kunnen ze hem niet gebruiken. Hij zorgt sowieso voor gespreksstof ‘Wist jij dat nog niet, dat Phoebe weer baby’s gaat krijgen?’, vertelt Monique, zelf eigenaar van twee alleraardigste hulpjes op kantoor. ‘Deze loopsheid slaan we, denk ik, over. En de volgende loopsheid gaan we een date plannen met een sexy loverboy.’

Zou zo’n kantoorbaan nu ook stress bij de honden veroorzaken? vraagt men zich onwillekeurig af na deze kostelijke observatie van mensch en dier. En: wie heeft er nu werkelijk de hondenbaan?

Mondig Zuid

EO

In het land van ‘geen woorden, maar daden’, Rotterdam-Zuid, zijn ze doorgaans niet op hun mondje gevallen. In Mondig Zuid (63 min.) portretteert René van Zundert een nieuwe lichting stadsbewoners. De veertienjarige Darlin komt bijvoorbeeld oorspronkelijk uit Curaçao, groeide op in de Dominicaanse Republiek en woont nu met zijn ziekelijke moeder in Katendrecht. Hij zoekt een baantje, zodat ze boodschappen kunnen blijven doen. Met een beetje geluk kan de jongen zelfs een vliegreis naar zijn geboorteland bekostigen. Darlin heeft nog een ander doel: geen strafblad krijgen.

Selena groeit op in een echt Feyenoord-gezin. De meeste leden zijn volgens haar ‘niet-opgevoed’. Zus Phoebe verblijft zelfs al een tijdje op een leefgroep in Harreveld. In brieven vertelt Selena haar hoe het thuis gaat. Zelf kan ze behoorlijk grof in de mond zijn. Heeft ze misschien ADHD? De toon in huis is sowieso scherp. Rotterdams. Hoewel Selena haar vader bijvoorbeeld netjes met ‘u’ aanspreekt en er zeker genegenheid lijkt te zijn tussen hen, blijft er altijd wrijving. Als ze om te oefenen zijn nagels doet, vraagt pa bijvoorbeeld plagerig: ‘En dit wil je later gaan doen? Serieus?’

De dertienjarige Tamia wordt flink gepest op school. ‘Als ik iets vind, dan zeg ik het gewoon’, legt ze uit. ‘De middelbare school zit vol met meelopers. De kinderen die gepest worden zijn de kinderen met een mening.’ Volgens eigen zeggen is Tamia een soort ‘lopend woordenboek’. Ze besluit om ‘spoken word’ te gaan leren, in de hoop dat ze zo haar eigen emoties een plek kan geven en aan haar zelfvertrouwen werkt. Uiteindelijk belandt Tamia daadwerkelijk op het podium. ‘Zie je mij?’ declameert ze professioneel voor een publiek. ‘Of zie je alleen wat je wilt zien?’

In vier afleveringen van dik een kwartier vangt René van Zundert de drie tieners tijdens een vormende periode in hun leven. Hij geeft Tamia, Selena en Darlin alle ruimte om te zijn en zeggen wat ze willen, neemt via hen tevens de hartslag van de stad op en kleurt dat geheel verder in met allerlei aanstekelijke muziekjes. Zo krijgt deze pakkende jeugdserie, die enige verwantschap vertoont met Shamira Raphaëla’s hartveroverende Shabu, het karakter van een portret van een nieuwe generatie Nederlanders, Rotterdammers, met het hart op de tong.