The Rise Of Jordan Peterson

Hij verzet zich tegen radicaal-links en is zo het gezicht van radicaal-rechts geworden. Waar de omstreden Canadese klinisch psycholoog Jordan Peterson komt, komt commotie. Voor zijn supportersschare van veelal witte mannen is hij een metershoge held die eindelijk eens de vinger op de zere plek legt, opponenten zien in hem een man die onverdraagzaamheid uitdraagt en dus monddood moet worden gemaakt.

In de genuanceerde documentaire The Rise Of Jordan Peterson (90 min.) worden die beide reacties gepersonifieerd via fans die maar al te graag een selfie willen maken met de rockster van rechts en linkse activisten die keihard lawaai aanzetten zodra hij begint te speechen. ‘Dit is hoe ik er echt uitzie’, zegt hij tegen regisseur Patricia Marcoccia en zet vervolgens een eng masker op. ‘En dit is hoe ik eruit zie volgens mensen die een hekel aan me hebben.’

‘Welke van de twee klopt?’ wil Marcoccia weten. Misschien wel allebei, antwoordt Peterson, die in deze film wordt geportretteerd met zowel zijn gezin, ouders, vrienden en medestanders als ideologische tegenstanders. Daarbij is een speciale rol weggelegd voor zijn (voormalige) vriend Bernard Schiff, bij wie hij ooit zelfs vijf maanden inwoonde. Die schreef in 2018 een spraakmakend opiniestuk: ‘I was Jordan Peterson’s strongest supporter. Now I think he’s dangerous.’

‘Er is de Jordan Peterson die ik ken, de Jordan Peterson die ik zie op Twitter en dan is er de mythe van Jordan Peterson die ook zijn eigen ideeën heeft’, zegt zijn vriend Wil Cunningham, zelf professor in de psychologie, met lichte verbazing. ‘En die houden soms nauwelijks verband met wat hij echt vindt.’ Cunningham vindt tegelijkertijd dat zijn kameraad in het openbaar soms stuitende dingen zegt en zo al die ophef ook over zichzelf afroept.

Waarna de filmmaakster enkele van die provocerende beweringen laat zien. ‘Weigeren feministen om de islam te bekritiseren omdat ze eigenlijk onbewust hunkeren naar mannelijke dominantie?’ tweette de (anti)held van alt-right bijvoorbeeld in het najaar van 2017. Of, in een televisie-interview over maatregelen tegen seksuele intimidatie op het werk zei hij: ‘Hoe zou het zijn zonder make-up op het werk? Of zonder hoge hakken?’

Via the man you love to hate (of hate to love) Peterson agendeert deze afgewogen film tevens het thema vrijheid van meningsuiting en of die, zolang er geen discriminatie of geweld aan te pas komt, eigenlijk mag worden begrensd.

Man Made

Wat hebben de vriend, zoon, broer, vader, buurman, zoon van de buurman en hond van Sunny Bergman met elkaar gemeen? Ze spelen stuk voor stuk een bijrol in de documentaire Man Made (57 min.). Natuurlijk. De hoofdrol is echter voor Sunny Bergman zelf. Ook natuurlijk. In deze nieuwe film buigt ze zich over mannelijkheid. En net als in haar eerdere egodocu’s zoekt ze het niet al te ver van huis. Letterlijk: de film begint en eindigt bij de mannen uit haar eigen leven. En figuurlijk: ze laat toch vooral OSM (Ons Soort Mensen) aan het woord. De kerels die ze bijvoorbeeld in een voetbalkleedkamer spreekt zijn behoorlijk verbaal onderlegd, genuanceerd en vast ook afkomstig uit de Randstad.

Op sommige mannen werkt Bergman als een rode lap op een stier. Dat zal door deze documentaire niet minder worden. Ook niet veel meer trouwens. Dit is geen film van harde conclusies, tegendraadse beweringen of opzienbarende vergezichten. Geen film die prikkelt, confronteert of opzichtig tegen de haren instrijkt. De docu meandert een beetje langs alle thema’s die met moderne mannelijkheid hebben te maken, zonder tot al te opzienbarende conclusies te komen. Met ex-footballer/acteur Terry Crews praat ze over ‘toxic masculinity’, de schadelijke gevolgen van traditionele mannelijkheid. Via Jordan Peterson komt vluchtig diens thema, de ‘demasculinisatie’ van de samenleving, aan bod. En en passant spreekt ze ook even met Wierd Duk over de gewone witte man, die er natuurlijk niets meer van begrijpt.

Sunny Bergman bezoekt verder een coachingssessie voor mannen, laat hersenonderzoek doen naar verschillen tussen mannen en vrouwen en gaat naar IJsland voor gendercompensatielessen voor schoolkinderen. Héél erg veel levert dat niet op. Dat geldt tevens voor de testosterontest die ze bij mannen uit verschillende beroepsgroepen laat afnemen. Deze film laat echter eerst en vooral veel mannen aan het woord. Echt veel ruimte om iets te zeggen krijgen ze niet. Het blijft allemaal op vox pop-niveau steken. Even snel een meninkje vangen en dan door, op naar de volgende man. Bergman filmt die gesprekken zelf – en laat dat soms ook weer filmen. De aldus verzamelde, tamelijk gratuite opinies verbindt ze met een bespiegelende voice-over, ondersteund door iconische manbeelden uit films en de media.

Het is een bekende formule, die inmiddels wat sleets aandoet. Vrijwel geen man in deze documentaire zegt iets waarmee je het heel erg oneens kunt zijn – of eens. Hetzelfde geldt voor Bergmans eigen gedachtespinsels (‘Kan mannelijkheid ook een gevangenis worden?’). Man Made is daarmee geen volledig oninteressante film. De documentaire brengt het gehele speelveld van de hedendaagse man redelijk in kaart, maar maakt als geheel wel een weinig urgente indruk.

The Staircase

Netflix

Is ze van de trap gevallen of zijn die hoofdwonden doelbewust toegebracht? Die vraag houdt amateurdetectives al sinds 2001 bezig. Eerst was er de achtdelige documentaireserie The Staircase (2004). Daarna volgde in 2013 een uitgebreide update. En nu zijn er weer drie nieuwe afleveringen over de enigmatische Michael Peterson, die wordt verdacht van moord op zijn vrouw Kathleen.

Netflix heeft de onvervalste true crime-klassieker uitgebouwd tot een dertiendelige reeks. Zodat je nog eens van voor af aan kunt beginnen aan de geruchtmakende strafzaak die door de Franse filmmaker Jean-Xavier de Lestrade zo meeslepend is opgetekend. Het is een kwestie die harten verscheurt; de Peterson-kinderen worden uiteen getrokken tussen enerzijds het verdriet om hun dode moeder en anderzijds de bezorgdheid – en zo nu en dan ook de twijfel – over hun vader, de verdachte.

Het jarenlange filmen van De Lestrade is intussen een rol gaan spelen in de zaak zelf. Zonder de documentaireserie waarmee alle aspecten van de rechtsgang tegen Peterson in beeld zijn gebracht, zou de man allang voor de rest van zijn leven achter slot en grendel zijn verdwenen. Zo meent hij tenminste zelf. The Staircase heeft zijn zaak levend gehouden – en hem tegelijkertijd voor het leven getekend. Geen mens maalt meer om de boeken die hij ooit publiceerde of de columns die hij schreef. Hij is Michael Peterson, moordverdachte van beroep.

Als hoofdpersoon van een true crime-documentaire contrasteert hij met de helden van andere klassiekers uit het genre, zoals Randall Adams (The Thin Blue Line Line), Damien Echols (de Paradise Lost-trilogie) en Steven Avery (Making A Murderer). Dat zijn stuk voor stuk mannen die sowieso al in de hoek zaten waar de klappen vielen. Peterson leek zijn schaapjes behoorlijk op het droge te hebben toen hij werd getroffen door het noodlot (of was hij ’t toch gewoon zelf?). Intussen droeg hij natuurlijk wel enkele geheimen met zich mee. Dat was ook voor De Lestrade, die na de Oscar-winnende documentaire Murder On A Sunday Morning (waarin een arme zwarte jongen ten onrechte wordt beschuldigd van moord) nu eens een bevoorrechte verdachte zocht, een onverwachte verrassing.

Met de jaren is The Staircase wel een beetje van toon en inhoud veranderd. Waar de oorspronkelijke serie ’t moest hebben van onverwachte verhaalwendingen en spannende cliffhangers, is het verteltempo in de nieuwe afleveringen wat omlaag gegaan en de nadruk steeds meer komen te liggen op de impact van de zaak op de samengestelde familie Peterson én het functioneren van het Amerikaanse rechtssysteem. Heeft Michael Peterson destijds een eerlijk proces gehad? En heeft dat geresulteerd in een rechterlijke dwaling of toch gewoon gerechtigheid? Daarover verschillen de mening nog altijd, blijkt in de zinderende finale van deze klassieke serie.