Het Magische Leven Van Kazàn

SkyShowtime

‘Als je aan tafel zat, verdween er altijd wel een zoutvaatje of vloog er een servet over de tafel’, herinnert zoon Oscar zich zijn jeugd met goochelaar Hans Kazàn. ‘En, uiteraard, op verjaardagsfeestjes deed m’n vader altijd trucjes voor m’n vriendjes. Want hij was natuurlijk altijd bezig met het maken van nieuwe televisieshows en hij moest altijd nieuwe goocheltrucs uitproberen. En aan wie liet hij z’n trucs dan zien? Ja, aan ons!’

Kazàn (echte naam: Mulders) werd in de jaren zeventig een landelijke bekendheid door zijn bijdrage aan het jeugdprogramma Ren Je Rot, waarin hij eenvoudige trucjes uitlegde aan kinderen. De goochelboekjes die hij in die tijd ook uitbracht, raakten een gevoelige snaar bij ene Hans Klok uit Purmerend, tegenwoordig illusionist van beroep en nog altijd vol lof over Kazàn. Volgens sommige concullega’s overtrad die echter een beroepscode. Want over trucs hield je te allen tijde je mond. Het kwam de goochelaar zelfs op bedreigingen te staan, vertelt hij in Het Magische Leven Van Kazàn (58 min.).

In deze vlotte docu neemt Jelmar Hoekstra met de hoofdpersoon zelf, zijn gezin, medewerkers zoals regisseur Rolf Meter en assistente Antje Monteiro en de populaire komiek Andre van Duin de loopbaan door van de goochelaar, die ook nog ettelijke honderden afleveringen van het televisieprogramma Prijzenslag presenteerde. Intussen viel de appel niet ver van de boom. Kazàns zoons Renzo en Oscar vormden samen met schoondochter Mara jarenlang het trio Magic Unlimited. En Steven, de jongste telg van de Kazànnetjes, maakte eveneens naam als goochelaar en komiek.

En net als deze docu een wel erg vluchtige goednieuwsshow dreigt te worden, een promofilm voor het merk Kazàn bijna, passeren de zeldzame spierziekte van dochter Lara en het financiële fiasco rond hun eigen theater Magic Palace in Torremolinos, die de altijd goedlachse Hans aan de rand van de afgrond heeft gebracht, nog de revue. Zodat voor eens en altijd duidelijk wordt dat het lachen zelfs een ‘mensenmens’ zoals Hans Kazàn kan vergaan. Al duurt dat in deze magische versie van het leven van de Kazàns nooit héél erg lang.

Pretpark Hennie

Captains / BNNVARA / vanaf donderdag 29 januari te zien op Internationaal Film Festival Rotterdam en op woensdag 1 april op NPO2

De deadline is helder: 23 maart 2025. Dan moet het attractiepark Rivoli in Rotterdam open. Na twaalf jaar stug doorgaan, flink aanmodderen en vechten tegen de bierkaai. Initiatiefnemer Hennie van der Most wordt op die dag 75 jaar. Het park is zijn laatste kunstje, zegt ie zelf in Pretpark Hennie (51 min.).

Van der Most is de verpersoonlijking van de ‘selfmade man’. De Overijsselse ondernemer heeft dyslexie, is twee keer blijven zitten op de lagere school en heeft de LTS niet afgemaakt. Lezen en schrijven kan Hennie niet of nauwelijks, maar hij heeft wel talloze succesvolle horecaondernemingen, zoals Preston Palace en Kernwasser Wunderland, uit de grond gestampt. Als weinig anderen heeft hij gevoel voor wat de gewone Nederlander leuk en lekker vindt. Kip Piri-piri bijvoorbeeld.

Bij Rivoli lijkt de man z’n mojo alleen kwijt. Het vertrouwen dat het attractiepark daadwerkelijk ooit z’n deuren open daalt zienderogen in Rotterdam. En ook de onverschrokken Hennie lijkt soms te twijfelen. Als filmmaker Max Ploeg het verhaal in 2024, zo’n half jaar voor zijn 75e verjaardag, oppikt voor deze tragikomische documentaire, hangt Van der Mosts droomproject, waarin hij al zo’n 45 miljoen eigen vermogen heeft gestoken, al enige tijd aan een zijden draadje.

Omdat de gemeente Rotterdam z’n erfpacht niet wil verlengen bijvoorbeeld. Dat moeten ze nu eindelijk eens doen, zegt Van der Most tegen een interviewer van Radio Rijnmond. Anders komt ie echt in de problemen. Hij wordt er helemaal tureluurs van. ‘Maar u heeft vast wel iemand in dienst die dat allemaal voor u uitpluist’, reageert zijn gesprekspartner. ‘Nou, de mensen die ik in dienst heb’, maakt Hennie van zijn hart opnieuw geen moordkuil, ‘die snappen er ook helemaal niets van.’

Zo krijgt hij de lachers regelmatig (on)bedoeld op zijn hand. Ploeg speelt dat ook uit in z’n film. Als de no nonsense-ondernemer een nieuw concept bedenkt rond de frikadel speciaal bijvoorbeeld. Of als hij zijn hoofd en voeten thuis laat masseren door twee identiek geklede oosterse assistentes, Parichat en Chayanin, die hem in de huishouding ondersteunen. Van der Most is echter (en wordt ook in dit aandoenlijke portret) zeker geen lachertje.

Zijn vasthoudendheid, doorzettingsvermogen en creativiteit spreken beslist tot de verbeelding en maken van de horecatycoon een onweerstaanbaar personage. Een geboren optimist, die soms groter denkt dan goed voor hem is. Een man ook met een hart voor, zoals hij dat zelf zegt, ‘mensen met een smetje’. Zelfs als alles tegenzit, kan hij nog troost halen uit een vaas met een roos erin op z’n kantoor, waar hij zo nu en dan met pen en tipp-ex de plattegrond van zijn park aanpast.

Max Ploeg portretteert hem te midden van zijn getrouwen, op een missie die tot mislukken gedoemd lijkt. Een idee waarin Hennie van der Most alles heeft gestopt wat ie heeft. Als het mislukt, gaat hij volgens eigen zeggen ‘naar de kloten’. Deze film documenteert dat moeizame proces met zwierige muziek, milde humor en enkele lekker creatieve bokkensprongen en koerst zo af op een enigszins onbevredigend en tegelijkertijd ook wel passend einde.

The Hold Down

EO

Zijn surfplank voerde hem al naar Marokko, Indonesië, Hawaii, Namibië én Portugal. Want daar, in het woelige water bij het kustplaatsje Nazaré, kun je wedijveren met de hoogste – en gevaarlijkste – golven. En daar wil de Nederlandse big wave-surfer Sacha Bongaertz dus zijn eigen grenzen opzoeken – en zich meten met alle andere surfals van de wereld.

De documentaire The Hold Down (54 min.) van Jan Paul van der Velden oogt als een Nederlandse variant op 100 Foot Wave, de ultieme surfserie over de Amerikaanse crack Garrett McNamara en zijn entourage. Hij zette het slaperige Portugese kustdorp ooit op de kaart als dé plek om epische golven van ruim twintig meter te bedwingen. Sindsdien geldt Nazaré als een soort bedevaartsoord voor big wave-surfers.

Bongaertz lijkt op het eerste gezicht een typische ‘beach boy’ uit de badplaats Scheveningen. De man die nu imposante golven trotseert was ooit echter een jongetje met een ernstige vorm van reuma, dat helemaal vast dreigde te lopen. Totdat hij ontdekte dat water hielp tegen zijn klachten. Al snel was Bongaertz verknocht aan surfen en vond hij in Hans van den Broek van de plaatselijke surfwinkel een mentor.

In deze film paart Van der Velden het kwetsbare persoonlijke verhaal van zijn hoofdpersoon – verteld door hemzelf, zijn (gescheiden) ouders Mark en Katharina en z’n grootouders – aan spectaculaire beelden van zijn duizelingwekkende toeren op de surfplank, die met behulp van drones en point of view-shots zijn vereeuwigd. Sacha Bongaertz is in Nazaré, inmiddels ook zijn eigen surfplek gestart: Ghetto Palace.

In Portugal liggen ook wortels van de Nederlandse surfer. Zijn grootvader José groeide er op en speelde voor de topvoetbalclub Benfica en het nationale elftal, maar koos ineens halsoverkop het ruime sop en verkaste naar het buitenland. Die impulsiviteit ziet Sacha Bongaertz terug bij zijn vader Mark, die is gediagnosticeerd als manisch-depressief. En hij herkent ‘t ook bij zichzelf. Sacha vaart eveneens op de golven van zijn eigen gemoed.

Met een camper en zijn beste vriendin Suus gaat hij in dit geslaagde portret op zoek naar Portugese familieleden die hij nog nooit heeft ontmoet, bezoekt de reumatoloog die hem als jongetje behandelde en fantaseert over surfles voor kinderen met een broze gezondheid. Zodat hij zijn eigen levenservaring, op en naast die plank, kan doorgeven aan jongens en meisjes die dat goed kunnen gebruiken.

When Eagles Dare: Crystal Palace F.C.

Amazon Prime

Over enkele jaren heeft elke zichzelf respecterende voetbalclub zijn eigen documentaireserie, waarbij beelden uit de kleedkamer, het supportershome en de bestuurskamer ongelimiteerde toegang tot het hart van de club suggereren. In de praktijk gaat het vaak toch om een opgeschoonde werkelijkheid, die vooral is bedoeld om de clubbeleving te optimaliseren.

Als er maar genoeg wordt verloren, krijgt de marketingafdeling dat echter niet meer helemaal weggepoetst, zo toonde het tweede seizoen van All Or Nothing over het Tottenham Hotspur van coach José Mourinho aan. Dat geeft goede hoop voor de voetbalseries over de moeizame laatste seizoenen van FC Utrecht en Feyenoord, die binnenkort worden uitgebracht. Al zullen die series waarschijnlijk niet kunnen tippen aan de productie die de afgelopen jaren de standaard zette: Sunderland ‘Til I Die.

De setting van When Eagles Dare: Crystal Palace F.C. (255 min.) doet in eerste instantie denken aan deze serie: een roemruchte club, die na jaren van wanbeleid is afgegleden naar een lager niveau en elk moment definitief kopje kan gaan. In het geval van Crystal Palace dreigt degradatie uit het Championship naar de kelder van het Britse betaald voetbal en een faillissement. Enkele gefortuneerde fans moeten eraan te pas komen om ‘The Eagles’ overeind te houden en schoon schip te maken, voordat er sprake kan zijn van een glorieuze comeback.

Dat keerpunt bereikte Crystal Palace overigens al in het seizoen 2012-2013. Deze vijfdelige serie van Sean Webb keert terug naar die tijd, met beeldmateriaal dat al die jaren op de plank is blijven liggen en actuele interviews met de hoofdpersonen uit deze periode. Dat is meteen een belangrijk verschil met de Sunderland-serie, die zich vrijwel volledig in het hier en nu afspeelt. When Eagles Dare bestaat voor het leeuwendeel uit interviews met mensen die zijn belast met de wijsheid van nu: ze weten waartoe al die gebeurtenissen gaan leiden. En dat kleurt ongetwijfeld hun herinneringen.

En waar het drama Sunderland ‘Til I Die zich, nu al twee seizoenen, blijft opstapelen, is ‘t vanaf het begin helder dat Crystal Palace de weg omhoog gaat vinden. Dat er op dat pad serieuze hobbels moeten worden genomen kan niet verhullen dat deze gelikte serie in wezen een tamelijk clichématig heldenverhaal is, opgeleukt met enkele (on)smakelijke anekdotes, waarvan op voorhand al vaststaat dat alle puzzelstukjes in elkaar gaan vallen.