The Age Of Disclosure

Prime Video

Onder de noemer AATIP (Advanced Aerospace Threat Identification Program) heeft een speciaal team namens de Amerikaanse overheid zo’n tien jaar lang in het diepste geheim onderzoek gedaan naar zogeheten UAP’s (Unidentified Aerial/Anomalous Phenomena). Ofwel: UFO’s. En die vormen, concludeert teamlid Luis Elizondo, een serieuze bedreiging voor de veiligheid van de Verenigde Staten. Het gaat om voertuigen die zich in de lucht, door de ruimte en onder water kunnen bewegen en daarbij alle natuurkundige wetten lijken te breken. ‘Als je in mijn schoenen zou staan en zou kunnen zien wat ik en mijn collega’s hebben gezien’, stelt de voormalige medewerker van het Ministerie van Defensie. ‘Dan zou je geen enkele twijfel hebben dat deze dingen bestaan en dat ze niet zijn gemaakt door mensen.’

‘Voor de duidelijkheid’, benadrukt Elizondo nog maar eens. ‘Niet-menselijke intelligentie heeft actief ISR ondernomen. Intelligence Surveillance & Reconaissance. Van onze meest gevoelige militaire en nucleaire basis.’ Uitroepteken. Ze dreigen bovendien kernwapens te activeren, een constatering die de Amerikaanse overheid koste wat het kost geheim probeert te houden. Uitroeptekens. En dan ontdekken Luis Elizondo en zijn kompaan Jay Stratton nóg een UAP-programma. The Legacy Program is zó geheim dat zelfs de minister van Defensie, het congres en de president zelf er niets van af weten. ‘Dat gaat op z’n minst terug tot 1947, legt Elizondo uit. ‘Daarbij ging het ook om de lichamen van niet-menselijken.’ En daarmee lijkt de cirkel rond: buitenaardse wezens, vermoedelijk aangetroffen in Roswell. Ofwel: de moeder aller complottheorieën.

Vermoedelijk voelt menigeen nu de aanvechting om de documentaire The Age Of Disclosure (110 min.) af te doen als een slechte aflevering van The X-Files of te beschouwen als een mockumentary in de trant van Dark Side Of The Moon (2002) Het lastige daarbij is: Elizondo’s kritische vragen worden ondersteund door prominente functionarissen van Amerikaanse inlichtingendiensten, vooraanstaande wetenschappers en bekende politici, waaronder de huidige minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. Deze insiders doorbreken het zwijgen, zonder overigens dat ze ook daadwerkelijk ultrageheime informatie delen. De implicatie is echter dat er achter hun alarmistische statements daadwerkelijk bewijsmateriaal van bovenmenselijke intelligentie schuilgaat. Dat kan het daglicht alleen écht nog niet verdragen en gaat bovendien ons voorstellingsvermogen te boven.

In deze onheilspellende film van Dan Farah breken 34 knappe koppen zich het hoofd over wat er in vredesnaam aan de hand zou kunnen zijn. Gaat het om buitenaards leven, tijdreizigers, nog onontdekte oeroude beschavingen of toch een supergeheim project van China of Rusland? ‘Wie het ook zijn, ze zijn hier’, zegt kwantumfysicus Hal Putnoff, wetenschappelijk adviseur van de UAP-taskforce. ‘En ze opereren hier op aarde en dat doen ze al heel lang.’ Nog niet zo lang geleden zou Putnoff zijn imago serieuze schade hebben toegebracht met zulke uitspraken, maar in deze lijvige interviewfilm, die is aangekleed met archiefbeelden en mysterieuze filmpjes van verdachte objecten, wordt hij dus in de rug gedekt door functionarissen met een lange wetenschappelijke of overheidscarrière, bronnen die niet zomaar kunnen worden weggezet als ‘wappie’ of ‘complotdenker’.

Ook binnen de Amerikaanse politiek is er inmiddels volop aandacht voor objecten, die véle malen sneller lijken dan elk door de mens ontworpen voertuig en spotten met de zwaartekracht alsof die helemaal niet bestaat. Daarbij past wel terughoudendheid, vinden de ingewijden tegelijkertijd. Want zulke baanbrekende techniek kan ook in verkeerde handen vallen. Luis Elizondo speelt zijn rol in elk geval met verve. Hij doet zijn verhaal met gevaar voor eigen leven, zegt ie met veel drama. ‘Als ik over een maand drijvend in de Potomac-rivier wordt gevonden, weet je wat er is gebeurd.’ Hij laat een stilte vallen, alsof ie hoogstpersoonlijk in zijn eigen Opération Lune uit Dark Side Of The Moon verzeild is geraakt. ‘Dat is de waarheid.’ Maar wat nu te denken van deze science (non)fiction-docu? Ruimtejurist Mike Gold weet het wel: the truth is out there, we just need to be bold enough and brave enough to face it.

Los van alle (gezonde) scepsis die zulke uitspraken oproepen en het ontbreken van feitelijk bewijs is The Age Of Disclosure ook wel erg ruim bemeten voor een film die in feite niet verder komt (en wil gaan) dan: ze bestaan, neem dat maar van ons aan.

The Enfield Poltergeist

Apple TV+

Het is duidelijk wie de hoofdrolspelers zijn, in dat behekste huis in de Londense deelgemeente Enfield: Janet Hodgson, een meisje van elf met heel veel verbeeldingskracht. En haar moeder Margaret ‘Peggy’ Hodgson, een gescheiden Britse vrouw van 47 met vier kinderen. Omdat een klopgeest regelmatig hun huis bezoekt, worden zij vanaf 1977 twee jaar lang intensief geobserveerd door zakenman en uitvinder Maurice Grosse, die paranormale zaken ‘op een wetenschappelijke manier’ wil onderzoeken, en zijn assistent, geestenexpert Guy Playfair. De twee maken uiteindelijk meer dan tweehonderd uur audio-opnamen in ‘the haunted house’ aan 284 Green Street.

En die vormen nu het fundament onder The Enfield Poltergeist (234 Min.). Want op basis van die tapes heeft regisseur Jerry Rothwell, die enkele jaren geleden de immersieve autismefilm The Reason I Jump maakte, belangrijke gebeurtenissen gereconstrueerd. Acteurs spelen in een ingenieus decor lip sync mee met het oorspronkelijke geluid. Deze vierdelige serie bestaat dus voor een belangrijk deel uit gedramatiseerde scènes, het audio daarbij is echter authentiek en rechtstreeks afkomstig van de geluidsbanden van Grosse en Playfair. Dat is even wennen – in de Nederlandse documentaire Moeders deed Nirit Peled ’t overigens ook al – maar werkt wonderwel.

Rothwell spreekt daarnaast met (directe familie van) de Hodgsons, de woordvoerder van de zogenaamde Society For Psychical Research, medewerkers van The Daily Mirror, de BBC-verslaggever die er destijds op af werd gestuurd en diverse psychologen en (neuro)wetenschappers, die een kijkje gingen nemen bij de Hodgsons of met de wijsheid van nu naar de bizarre gebeurtenissen aldaar kijken. Ook Maurice Grosse’s aanvankelijk erg sceptische zoon Richard komt uitgebreid aan het woord. Hij liet zich gaandeweg verleiden om toch een bezoek te brengen aan het huis. Richard sprak daar toen – hij kan zich er nog altijd nauwelijks toe zetten om het te zeggen – met een geest.

Dat is maar één van de vele vreemde zaken in Enfield: er klinken allerlei sinistere geluiden, objecten vallen om of belandden op een andere plek en er wordt, natuurlijk, volop geklopt. En alles speelt zich af in, om of door de tiener Janet, die als medium lijkt te fungeren voor iets wat zich tussen hemel en aarde beweegt, een overledene wellicht die verleden heeft in dat vervloekte huis. Vanzelfsprekend ontmoet Maurice Grosse ook scepsis als hij verhaalt over zijn bevindingen. De psychologe Anita Gregory komt bijvoorbeeld eens kijken in Enfield en zet daarna in het rapport Problems In Investigating Psychokinesis grote vraagtekens bij de authenticiteit van wat zich daar afspeelt.

En die Enfield Poltergeist is, vanaf enige afstand bekeken, natuurlijk ook ‘too bad to be true’. Soms lijkt ie te citeren uit The Exorcist, een horrorfilm die halverwege de jaren zeventig immens populair is. Op andere momenten is het dan weer alsof de dan wereldberoemde ‘lepeltjesbuiger’ Uri Geller als z’n inspiratiebron heeft gefungeerd. De gebeurtenissen in de Londense deelgemeente trekken in elk geval zoveel aandacht dat zelfs de beruchte Amerikaanse spokenjagers Ed en Lorraine Warren, onlangs nog te zien in de documentaire The Devil on Trial, even poolshoogte komen nemen. En er is ook een Nederlandse connectie: het medium Dono Gmelig-Meyling meldt zich. 

Rothwell neemt dit spraakmakende verhaal krachtig bij de hand en blijft zoveel mogelijk uit de buurt van effectbejag, maar speelt alle ontwikkelingen wel bijzonder slim uit, waarbij hij bijvoorbeeld zeer gedoseerd informatie deelt. Zo valt zijn publiek eerst van de ene verrassing in de andere en wordt daarna ook nog geraakt door personages zoals Janet, Margaret en Maurice, die elk hun eigen issues meebrengen naar dat veelbesproken huis in Enfield. Het resultaat is een absolute tour de force, een bijzonder inventieve, enerverende en toch ook heel menselijke serie die het midden houdt tussen een documentaire- en een ‘based on a true story’-productie en die na bijna vier uur speeltijd nog een flinke tijd nazindert.

To End All War: Oppenheimer & The Atomic Bomb

MSNBC

De tragiek van de man en zijn grootste verdienste is al vaak benadrukt. J. Robert Oppenheimer wilde de westerse beschaving redden en ontwierp vervolgens een wapen waarmee elke vorm van beschaving kon worden vernietigd. En de Amerikaanse wetenschapper, over wie regisseur Christopher Nolan onlangs de groots opgezette speelfilm Oppenheimer maakte, besefte dat zelf als geen ander. To End All War: Oppenheimer & The Atomic Bomb (87 min.) vormt het tastbare bewijs. ‘Nu ben ik de Dood geworden’, zegt hij daarin mistroostig. ‘De vernietiger van werelden.’

Door zijn reputatie als outsider en relatie met een overtuigde communiste, ex-vriendin Jean Tatlock, leek de natuurkundige Oppenheimer niet de meest voor de hand liggende kandidaat  om het nucleaire programma van de Verenigde Staten, The Manhattan Project, te gaan leiden en zo het gevaar van nazi-Duitsland te bezweren. ‘Hij had geen grote verdiensten op zijn naam staan’, stelt Gregg Herken, auteur van het boek Brotherhood Of The Bomb. ‘Een wetenschapper die Oppenheimer kende zei zelfs: hij kan niet eens een hotdogkraam runnen.’

En die man moest er dus voor zorgen dat de race tegen het Duitse bomproject, geleid door zijn concullega Werner Heisenberg, werd gewonnen. Vanuit Los Alamos, in de woestijn van New Mexico, zette Oppenheimer met zijn team alles op alles om Hitler voor te blijven. En toen de Duitsers begin 1945 geen bedreiging meer vormden voor de VS – zo betogen enkele historici in deze breed ingestoken, goed gedocumenteerde en subtiel met animaties aangeklede film van Christopher Cassel – werd er een andere vijand gezocht. Want De Bom moest uitgeprobeerd worden!

‘Hoe kon de wereld anders de kracht ervan ontdekken?’ stelt historicus Richard Rhodes (The Making Of The Atomic Bomb). Met dit afschrikwekkende nieuwe wapen hoopten ze bovendien het aantal Amerikaanse slachtoffers in de rest van de oorlog te kunnen beperken. ‘Mijn vader en moeder zijn veteranen uit de Tweede Wereldoorlog’, zegt tv-wetenschapper Bill Nye daarover. ‘Na vier jaar oorlog was er volgens mijn moeder echt niemand die zich afvroeg of het wel ethisch verantwoord was om een nucleair wapen te gebruiken.’ Alles was geoorloofd om de oorlog te verkorten.

‘We hebben meer dan twee miljard dollar geïnvesteerd in de grootste wetenschappelijke gok in de geschiedenis’, declameerde de Amerikaanse president Harry Truman triomfantelijk, nadat een Amerikaans vliegtuig op 6 augustus 1945 een atoombom had gedropt op de Japanse havenstad Hiroshima. ‘En we hebben gewonnen!’ ’t Was een gotspe! ‘Ik herinner me elke seconde,’ vertelt overlevende Hideko Tamura, die zelf de bom overleefde, maar haar halve familie verloor. ‘Ik heb me nog nooit zo hulpeloos gevoeld.’ Drie dagen later zou ook Nagasaki nog worden geslachtofferd.

Robert Oppenheimer werd het gezicht bij die beruchte paddenstoelenwolk. Een wereldwijde bekendheid, die werd gekweld door schuldgevoelens. ‘Hij had geen spijt van zijn rol en werk tijdens de oorlog’, vertelt zijn kleinzoon Charles Oppenheimer. ‘Maar vrijwel direct daarna begon hij al zijn aandacht te richten op het beheersen van de gevolgen ervan.’ En daarmee werd ‘de vader van de atoombom’, in de hoogtijdagen van het McCarthisme, zowaar het slachtoffer van een heksenjacht. De briljante wetenschapper eindigde zijn carrière als een tragische figuur.

Hajo, Een Joodse Vluchteling

Sjakmo

Als veertienjarige wordt hij door zijn ouders naar Nederland gestuurd. Alleen. Op de vlucht voor het gevaar dat hem en de zijnen bedreigt. Veroordeeld tot een soort ‘shadow game’. Hier zitten we – natuurlijk, zou je bijna zeggen – bepaald niet op hem te wachten. Sterker: de grenzen worden zoveel mogelijk gesloten gehouden. En als hij eenmaal toch is toegelaten, nadat er voor 1500 kinderen een uitzondering is gemaakt, maakt Hajo net als veel vluchtelingen op een pijnlijke manier kennis met Nederlands koude schouder.

Hij stamt niet uit een ver land zoals Irak, Syrië of Afghanistan. En de tiener is ook geen gelukszoeker, die wil ‘meeprofiteren’ van de huidige welvaart in het vrije westen. Hij kwam al enkele jaren vóór de Tweede Wereldoorlog naar ons land. Vanuit nazi-Duitsland naar buurland Nederland. Een Joodse jongen uit Bielefeld, de jongste van drie kinderen, die afscheid had moeten nemen van zijn ouders Gustav en Therese. Hij zou hen nooit meer zien en werd, door een wrede speling van het lot, een tragisch symbool: Hajo, Een Joodse Vluchteling (62 min.).

Via natuurkundige en politiek activist Hajo Meyer (1924-2014) vertelt Jacqueline de Bruijn in deze film het verhaal van de 1500 Joodse kinderen die na de verschrikkingen van Kristallnacht alsnog toegang kregen tot Nederland. Daar werd Hajo met frisse tegenzin opgevangen in vluchtelingenhuizen. Hij mocht zich vooral niet thuis gaan voelen. Dus naar school of werken zat er in eerste instantie ook niet in. En later moest Hajo op allerlei onderduikplekken zien te overleven. Totdat hij toch werd opgepakt en afgevoerd naar Auschwitz.

Samen met Meyer en zijn echtgenote Chris Meyer-Tilanus maakt De Bruijn een trip door zijn veelbewogen verleden. Per trein veelal, een vervoersmiddel met een enorme lading. In Amsterdam constateert ze dat Hajo ‘t niet leuk vindt om daar te zijn. ‘Absoluut niet’, reageert die geprikkeld, in een sleutelscène van de documentaire. ‘Waarom zou ik dat leuk vinden? Het was oorlog. De Joden werden gedeporteerd. Ik ben, op een paar haren na, verschillende keren bijna dood geweest. Dus wat moet ik hier? Het verbaast me dat je dat nog vraagt.’

‘Je hebt kennelijk geen idee hoe dat voelt als je opgejaagd wild bent’, voegt hij haar nog verbeten toe. Voor even laat Hajo zich gaan, een man die onherstelbaar is beschadigd. Dat oorlogsverhaal bezorgt hem nog altijd peilloos verdriet – zoals bijvoorbeeld is te zien in een emotionele scène waarin kunstenaar Gunter Demnig zogenaamde ‘Stolpersteine’ voor zijn ouders laat plaatsen in Bielefeld. En dat verhaal maakt hem ook strijdbaar – zoals duidelijk wordt uit zijn activiteiten voor de organisatie Een Ander Joods Geluid, die erg kritisch is op de staat Israël.

Hajo, een man die geen slachtoffer wil zijn, maar ‘t natuurlijk wél is. Een Joodse vluchteling.