Liberation Day


Deze week moet de met veel bombarie aangekondigde top tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un plaatsvinden. Een mooie gelegenheid om deze vermakelijke documentaire over het bezoek van Laibach, een belangrijke inspiratiebron voor de spraakmakende tanzmetalband Rammmstein, als eerste westerse rockband aan Noord-Korea te vertonen, dacht de VPRO. Ook al kan die top alsnog met veel bombarie worden afgeblazen – zoals al eerder gebeurde. Met King Don en King Kim weet je het nooit.

De tournee van de doorgewinterde provocateurs uit Slovenië door de verknipte communistische heilstaat kon enkele jaren geleden in elk geval gewoon doorgaan. Blijkbaar hadden beide partijen daarbij genoeg te winnen. De keuze van Kim Jong-un om juist Laibach, een band die veelvuldig gebruik maakt van militaristische symboliek en nooit vies is van controverse, toegang te verlenen is opmerkelijk. Wilde Kim zichzelf nog eens ongegeneerd bewonderen in de spiegel? Of hield de band hem (ongemerkt) gewoon een lachspiegel voor?

‘All art is subject to political manipulation except that which speaks the language of the same manipulation’, stelt Laibach zelf in het leidmotief voor Liberation Day (58 min.). Regisseur Morten Traavik organiseerde al eerder culturele projecten in Noord-Korea, had tijdens de toer de leiding over de Laibach-delegatie en speelt nu de hoofdrol in zijn eigen film. Met straffe hand probeert hij de afstand tussen band en land te overbruggen; de culturele misverstanden, continu opspelende technische perikelen en op de achtergrond altijd aanwezige censuur.

Bij Laibachs met veel bravoure geëtaleerde wansmaak (of is het gewoon kunst?) krijgt ook een op de vrijheid van meningsuiting gestelde Nederlander soms de neiging om de culturele politie te laten uitrukken, maar als het dan daadwerkelijk gebeurt is het toch even schrikken. De band zelf lijkt zich er van tevoren al mee te hebben verzoend dat er water bij de wijn moet worden gedaan. Dit proces, waarbij de film zowel bij land als band achter de facade komt, is alleraardigst om te zien. Het levert Laibach, net als in Noord-Korea, beschaafd applaus op.

Metallica: Some Kind Of Monster


Samen met zijn inmiddels overleden samenwerkingspartner Bruce Sinofsky heeft Joe Berlinger op zijn minst drie onvervalste documentaireklassiekers op zijn naam staan: het tragische relaas van enkele wereldvreemde broers in Brother’s Keeper, de hartverscheurende true crime-trilogie Paradise Lost en deze nietsontziende blik in het zwarte hart van ’s werelds grootste metalband.

Metallica: Some Kind Of Monster (141 min.) werd door Berlinger en Sinofsky gefilmd in de jaren 2001-2003 en was oorspronkelijk gewoon bedoeld als een verslag van de opnames van album nummer zoveel, St. Anger. Niemand kon voorzien dat de pleuris zou uitbreken bij de Amerikaanse methalheads.

Eerst ruimt bassist Jason Newsted het veld, daarna raakt zanger James Hetfield helemaal verstrikt in zichzelf en laat hij zich opnemen in een ontwenningskliniek. Na zijn terugkeer barst de echte crisis los: de frontman komt lijnrecht tegenover drummer en voormalige boezemvriend Lars Ulrich te staan. Er moet zelfs een therapeut aan te pas komen, die de boel, ondanks talloze groepssessies, maar niet gelijmd krijgt.

Terwijl de twee haantjes elkaar naar de keel vliegen blijft de camera genadeloos draaien. Intussen is er ook nog altijd geen nieuwe bassist gevonden. Het voortbestaan van de band Metallica, die eigenlijk te groot is geworden voor z’n individuele leden, hangt in deze zinnenprikkelende documentaire voortdurend aan een zijden draadje.

Anvil: The Story Of Anvil


De vergelijking met de hilarische mockumentary This Is Spinal Tap, over een omhoog gevallen hardrockband met exploderende drummers, is tot in den treure gemaakt. De metalband Anvil zou een soort ‘real life’-variant zijn op het legendarische Spinal Tap. Ik zou het willen omdraaien: Spinal Tap is een gescript bandje dat nooit zo innemend, ontroerend en grappig wordt als het volledig spontaan opererende Anvil.

De openingsscène van de kostelijke documentaire Anvil! The Story Of Anvil (80 min.) van filmmaker/fan Sacha Gervasi zet direct de toon. We gaan terug naar 1984, naar het Super Rock Festival in Japan. Alle bands die tijdens dat festival op het podium stonden (The Scorpions, Whitesnake en Bon Jovi) werden wereldberoemd. Behalve eentje… Juist.

Steve ‘Lips’ Kudlow en zijn boezemvriend Robb Reiner, de kern van de invloedrijke metalband, proberen 25 jaar later het hoofd boven water te houden als respectievelijk maaltijdbezorger en sloopwerker. En intussen is er nog altijd dat bandje en de droom die van geen wijken wil weten.

Terwijl Lips en Robb tegen beter weten in nog altijd hun band in de vaart der volkeren proberen op te stuwen, en intussen het ene na het andere obstakel moeten nemen, ga je ook als non-metalhead vol-le-dig overstag voor Anvil en deze dolkomische, meeslepende én tranentrekkende documentaire, die wereldwijd diverse prijzen in de wacht sleepte.