Summer de Snoo: Picture Perfect

Videoland

’Als ik naar haar foto’s kijk, dan zie ik geen kind. Zij heeft zo’n volwassen blik dat ik zelf soms gewoon versteld sta: ben jij tien?’ (moeder Jessica)

‘Wie ben ik om haar van haar droom te weerhouden?’ (vader Joeri)

‘Ze weten dat ik hen later ga verwennen met het geld dat ik ga verdienen.’ (Summer)

‘Toen ik vier jaar was stond ik voor het eerst voor de lens’, zegt het jonge fotomodel Summer geroutineerd bij aanvang van Summer de Snoo: Picture Perfect (96 min.). ‘Zes jaar en verschillende shoots later tekende ik een contract bij één van de werelds grootste modellenbureau’s, New York Model Management.’ Dat nieuws maakte destijds nogal wat los. Kinderarbeid, stelde de onvermijdelijke Peter R. de Vries. Foto’s van een vrij bedenkelijk karakter, volgens de al even onvermijdelijke Maarten van Rossem.

In deze driedelige serie brengt Cheeru Mampaey het dagelijks leven van Summer de Snoo en haar ouders in beeld, van de zomer van 2019 tot het begin van dit jaar. Dat leven speelt zich vooralsnog overigens gewoon in Nederland af. De aangekondigde oversteek naar de Verenigde Staten blijft steeds uit, een groeiende bron van frustratie bij Summers ouders die voor spanningen zorgt met haar manager Anthony, die het ook nog heeft gewaagd om zich met de voeding (‘dit is je laatste snoepje’) van hun dochter te bemoeien.

Die verhaallijn met een kartelrandje kan deze soapachtige docu, die duidelijk op een groot publiek mikt, ook wel gebruiken. Mampaey stelt verder geen al te lastige vragen, volgt vooral de bal en komt zo in het kielzog van Summer bijvoorbeeld terecht op de camping, bij de Engelse les en in de Efteling (waar ze tevens een modeshow mag lopen). En bij talloze ‘shoots’ en evenementen natuurlijk, waarbij alles en iedereen de loftrompet laat schallen over Summer (die tussen de bedrijven door ook nog aan school moet werken).

Dat levert vooral heel veel ‘eye candy’ op, die met vlotte, bijdetijdse muziek wordt uitgeserveerd. Gezeten op een rode bank, met daarachter de Amerikaanse vlag, reflecteren Summer en haar ouders vervolgens op wat ze zoal hebben ondernomen en wat dat voor hen betekent. Ze benadrukken dat er vanzelfsprekend niets gebeurt als ‘de nieuwe Doutzen Kroes’ ’t niet wil. Want Summer mag dan een topmodel in de dop zijn – en hoogbegaafd en een getalenteerde voetbalster – ze is ook maar een héél gewoon meisje.

Chasing The Moon

Het was net zo goed een tijd van grote woorden als van grote daden. ‘Na deze dag gaan we wellicht nog verder, naar Mars en Jupiter en zelfs naar de hemelen daar voorbij’, verklaarde een zwarte leider bij de lancering van de Apollo 11-raket op 16 juli 1969, tevens de openingsscène van deze historische docuserie. ‘Maar zolang racisme, armoede, honger en oorlog op aarde blijven heersen hebben wij als beschaafde natie gefaald.’

Een ander zag in de reis naar de maan niets minder dan een uitkomst: ‘Volgens sommigen is de zo populaire ruimtevaart een zoektocht naar een nieuw paradijs’, klonk het bijna religieus. ‘De mens voelt zich schuldig over de wereld waarin hij leeft en die hij misschien heeft leeggeroofd. En nu hij de volwassenheid heeft bereikt, moet hij een nieuwe plek gaan zoeken. Een plek waar de mens naartoe kan gaan met achterlating van de roestige kooi waarin zijn fouten hem gevangen hielden.’

En dan waren er vier dagen later, bij het betreden van het aanbeden hemellichaam, natuurlijk de iconische woorden van de eerste man op de maan zelf. ‘One small step for man’ verhaspelde Neil Armstrong de grootse zin die voor hem was geschreven. ‘For a man’, had hij moeten zeggen. Een man, hijzelf. En daarna, de mensheid: ‘One giant leap for mankind.’ Er sprak een soort onmetelijk geloof uit al die woorden, in een maakbare wereld. Hier op aarde en anders in de één of andere uithoek van het heelal. Zonder grenzen of beperkingen.

In de zesdelige documentaireserie Chasing The Moon (300 min.) wordt de ruimterace die aan de geslaagde maanlanding voorafging minutieus gereconstrueerd. Een wedloop die in eerste aanleg door de Sovjet-Unie leek te worden gewonnen, tot grote consternatie van de Verenigde Staten die zich publiekelijk vernederd voelden. Onder aanvoering van de illustere Duitser Wernher von Braun, die ook al voor Hitler werkte, zetten ze begin jaren zestig de achtervolging in op de Russische spoetnik. Waarbij de NASA ook enorme tegenslagen moest overwinnen. Zoals de dramatische episode rond Apollo 1 en de astronauten Virgil Grissom, Ed White en Roger Chaffee, die door een wrede speling van het lot nooit in de buurt van de maan zouden komen.

Regisseur Robert Stone plaatst de ruimterace met een karrenvracht aan archiefmateriaal binnen de Koude propagandaoorlog – met astronauten als Glenn, Armstrong en Gagarin als boegbeelden van het vrije westen of juist het communistische ideaal – en kadert dit in met off screen quotes van de ruimtevaarders, hun echtgenotes (die het lang niet altijd gemakkelijk hadden met deze haantjes), NASA-medewerkers, historici en journalisten. Sergej Chroestsjov, de zoon van de toenmalige Sovjet-leider, vult aan met het Russische perspectief.

Zo ontstaat een uitputtend, gelaagd en persoonlijk verslag van een stuk moderne geschiedenis met een mythisch karakter, dat eigenlijk geen hedendaagse equivalent heeft. De maan is even ver weg als toen, Mars en Jupiter zijn vooralsnog buiten het bereik van de mens gebleven. De reuzensprong voorwaarts die ‘man’ via ‘a man’, Armstrong dus, destijds voor de gehele mensheid zette, heeft in de navolgende jaren slechts kleine stapjes als vervolg gekregen.

Deze puike serie is een prima bijsluiter voor de uitmuntende documentaire Apollo 11, die op dit moment in de Nederlandse bioscoop draait, en geeft ook extra context bij de speelfilm First Man, over de jarenlange reis van Neil Armstrong en zijn mannen naar de maan, die vorig jaar op het witte doek was te zien.