The Trials Of Henry Kissinger

Zou voormalig minister van Buitenlandse Zaken, nationaal veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten én winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Henry Kissinger vanwege misdaden tegen de menselijkheid voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten worden gedaagd? Waarom zou de gelauwerde diplomaat, een graag geziene gast in de media (ook door hemzelf), niet hetzelfde lot moeten ondergaan als pak ‘m beet Slobodan Milosevic en Augusto Pinochet?

Voornaamste verschil: Kissinger is een politicus uit de Verenigde Staten, een land dat zweert bij de internationale rechtsorde. Zolang het zich daar zelf niet aan hoeft te houden. In The Trials Of Henry Kissinger (79 min.) uit 2002, gebaseerd op een boek van Christopher Hitchens, zet regisseur Eugene Jarecki de ‘aanklacht’ tegen de machtspoliticus op een rij. Die is gestoeld op ‘s mans betrokkenheid bij conflicten in Vietnam, Cambodja, Chile en Oost-Timor.

Als aanklagers fungeren historici en goed ingevoerde journalisten zoals Seymour Hersh, daar tegenover neemt Kissingers voormalige collega Alexander Haig de rol van getuige à decharge op zich. De man zelf zwijgt in alle toonaarden, maar is via uitgebreid archiefmateriaal toch prominent aanwezig. Vanuit al die bronnen komt een vrij consistent beeld naar voren: van een meester in ‘plausible deniability’, die geen woorden nodig heeft om te communiceren wat hij wil en dus ook verdomd lastig op woorden is te pakken.

Intussen schetst deze scherpe film, waarin acteur Brian Cox als verteller fungeert, met verve de duistere achterkant van de internationale politiek, waarbij individuele mensen niet meer dan pionnen lijken te zijn op een levensgroot schaakbord – waar ze elk ogenblik ook weer vanaf geslagen kunnen worden.

Het Nieuwe Artis

Column Film

Wordt het kalfje van de olifant op tijd geboren? vraagt heel Artis zich af. Op tijd voor de herfstvakantie, welteverstaan. Dat zou volgens de PR-afdeling een mooie publiekstrekker zijn. De verzorgers durven het alleen niet te beloven. En ze vragen zich sowieso af of het weer dan wel goed genoeg is om een piepjong olifantje aan pers en publiek te vertonen.

De lotgevallen van de drachtige olifant en haar nageslacht houden de gemoederen flink bezig in de sterke documentaire Het Nieuwe Artis (84 min.) van Willemiek Kluijfhout (Sergio Herman: Fucking Perfect). De Amsterdamse dierentuin bekommert zich daarnaast om nog een andere bedreigde diersoort. Moet het kinderloze krokodillenpaar misschien een handje worden geholpen bij de voortplanting?

Intussen bezint Artis zich, onder de bezielende leiding van directeur Haig Balian, tevens op zijn bestaansrecht en toekomst. Past het bijvoorbeeld nog wel om wilde dieren op te sluiten, midden in de grote stad? En welke verblijven – hok, mag je niet meer zeggen van de communicatie-afdeling – passen daar het best bij? Het terrein van de stadsdierentuin wordt stevig onder handen genomen en tevens ‘hufterproof’ gemaakt.

Het PR-team neemt zijn taak serieus. Als er nieuws is rond de olifantenfamilie, krijgt dierenverzorger Peter Bleesing heuse talking points mee (die overigens vrijwel letterlijk in dit artikel van Trouw zijn terug te lezen). Artis is ‘een educatief instituut’, leest hij van zijn papier, dat van mening is dat de vermenselijking van dieren, het aan hen ‘toeschrijven van menselijke gevoelens en eigenschappen’, moet worden ingeperkt. Een communicatiemedewerker luistert aandachtig mee.

Artis’ promotionele beslommeringen geven soms een tragikomische feel aan deze gelaagde film, die de binnenkant van een Nederlands instituut blootlegt. In die zin doet Het Nieuwe Artis inderdaad denken aan de veel gelauwerde documentaire Het Nieuwe Rijksmuseum van dezelfde producent, Column Film. De toonzetting is vergelijkbaar, inclusief  vorstelijke muziek en subtiele montage (kondigen die gieren bijvoorbeeld slecht nieuws aan over de olifanten?). En het eindresultaat is bovendien bijna net zo meeslepend.

In de aandoenlijke documentaire Waiting For Giraffes van Marco de Stefanis staat de Palestijnse dierentuin Qalqilya centraal. Directeur Sami Khader wil een internationaal keurmerk voor zijn geesteskind bemachtigen, maar moet daarnaast ook rekening houden met de politieke situatie op de Westelijke Jordaanoever. Want als er een cursus in Israël wordt georganiseerd, mogen niet al zijn medewerkers mee. Sommigen zijn immers ooit betrokken geweest bij de Intifadah.