Jay-Z In 8

vanaf zaterdag 19 september op MUBI

Twee mannen van middelbare leeftijd aan een tafel. Tegenover elkaar, in een immense zaal. In zwartwit ook, volledig gericht op elkaar. Een zwarte man, met dreads en een flinke muts op. En een witte, met een kalend hoofd en een volle grijswitte baard. Hiphop-superster Jay-Z en sterproducer Rick Rubin, in wat een Amerikaanse aflevering van Zomergasten of een portretterende podcast zou kunnen zijn. Van bijna zes uur, in acht bedrijven: Jay-Z In 8 (354 min.).

Gastheer Rubin, een cruciale figuur in de ontwikkeling van de Amerikaanse rock en rap, was enkele jaren geleden zelf hoofdpersoon van een docuserie, Shangri-La (2019), en ontving eerder ook al ex-Beatle Paul McCartney voor een diepgaand gesprek in McCartney 3, 2, 1 (2021). Rubin is zen. Geen man voor kritische vragen. Hij heeft zich volledig ondergedompeld in z’n gesprekspartner, neemt (blootsvoets en zo nu en dan ook in kenmerkende kleermakerszit) plaats op zijn stoel en vraagt vervolgens raak, met oprechte interesse, bijna kinderlijk enthousiasme en soms een filosofische inslag.

De geanimeerde conversatie met rapper en producer Shawn Carter, alias Jay-Z, is doorsneden met sleutelsongs uit diens lange loopbaan. De teksten daarvan, waarin hij zijn ziel binnenstebuiten keert, worden zonder poespas in beeld gebracht. Geen blingbling uit de videoclips dus, maar de pure straatpoëzie. De twee mannen luisteren aandachtig, wisselen blikken van herkenning uit en knikken en fluisterrappen zo nu en dan ook enthousiast mee. Twee mannen, jongetjes bijna, in verbinding. Knuffelend zelfs. Bloedsbroeders die voor het oog van de wereld diezelfde wereld even lijken te vergeten.

Tegen die opzet en Rubins werkwijze valt best wat in te brengen – wanneer mondt invoelen bijvoorbeeld uit in stroop om de mond smeren? hoe is bepaald wat er aan de orde komt? – maar hij creëert een veilige omgeving voor Jay-Z om diepgaand te reflecteren op zijn achtergrond, familie, imago, carrière en relatie (met Beyoncé; haar naam valt niet eenmaal). Deze omvangrijke gespreksfilm voelt echt als een samenwerking, waarbij Rubin op de aftiteling staat vermeld als regisseur en Jay-Z als executive producer, en wordt een ongegeneerde viering van Jay-Z’s taal, verhaal en muziek.

Faderen, Sønnerne Og Helligånden

Christian Sønderby Jepsen

Een stevig fundament ontbreekt. En dus leiden de Deense broers Henrik en Christian Ernst een zeer wankel bestaan. Hun moeder Elisabeth had een serieus alcoholprobleem en overleed op jonge leeftijd. Vader Preben startte daarna een nieuw gezin met een Thaise vrouw en heeft elke vorm van contact met hen verbroken. En dan is er nog de nalatenschap van hun vermogende opa Hans Peter Ernst. Die overleed in 2010, maar daarvan hebben de broers nooit een cent gezien. Ze zijn ervan overtuigd dat de handtekening onder zijn testament is vervalst.

De Deense documentairemaker Christian Sønderby Jepsen volgt de gebroeders Ernst in Faderen, Sønnerne Og Helligånden (Engelse titel: The Father, The Sons And The Holy Trinity, 97 min.) gedurende een langere periode, waarin ze hun leven op orde proberen te krijgen. Henrik heeft in de voorgaande jaren weinig uitgevreten. Behalve gamen en blowen. En samen met zijn vrouw Ceci z’n gezin een beetje bij elkaar gehouden. Hij kan zich goed voorstellen dat mensen in hem, die kerel met dat lange haar en die cowboyhoed op, niet meer dan een luie loser zien.

Henriks broer Christian, met wie hij een tijd nauwelijks contact had, heeft een veelbewogen bestaan achter de rug. Als hij aan hun vader Preben denkt, kan Christian nog altijd zomaar in woede ontsteken. Hij oogt als een eeuwige jongen. Van het versleten soort, dat wel. En als een ruige kerel, dat ook, met z’n getatoeëerde handen en die tattoo op z’n linkeroor. Christian raakte op jonge leeftijd verslaafd aan heroïne, zat enkele jaren in de gevangenis en was ook een flinke tijd dakloos. Net als hij zijn leven enigszins op de rit lijkt te hebben, dient er zich een nieuwe ontwikkeling aan.

Christian sluit zich aan bij een orthodox-christelijke militie. Binnen de kortste keren heeft hij een leren clubjack met de tekst ‘Hellige Danmark’ aangetrokken, verklaart hij ferm dat Denemarken toch echt van en voor de Denen is en begint hij rond te hangen met lieden die heel fier op hun land zijn – waarbij het de vraag is of dat wederzijds is. In Servië zoekt Christian zielsverwanten van de Holy Europe-beweging op, kerels met gemillimeterd haar en een bomberjack. Bovendien plaatst hij ‘von’ voor zijn achternaam – vermoedelijk omdat het Germaanser klinkt. Christian Peter von Ernst.

Henrik ziet deze ontwikkeling met lede ogen aan. ‘Ik ga niet graag om met een Führer-achtig types en alle bijbehorende symbolen’, zegt hij ongemakkelijk lachend. ‘Ik weet niet waar hij mee bezig is.’ Hij richt zich naar de camera: ‘Weet ie dat zelf eigenlijk wel?’ Henrik besluit intussen te stoppen met blowen en zijn oude beroep van elektricien weer op te pakken. En hij houdt goed in de gaten hoe ’t gaat met zijn oudste zoon Alexander. Zou deze langharige tiener, een rasechte metalhead, in staat zijn om het familiesysteem te doorbreken en zowaar zijn school af te maken?

Via de getormenteerde broers Ernst en hun gezinnen laat Christian Sønderby Jepsen zien hoeveel moeite het kost om een leven dat al op jonge leeftijd is ontspoord weer op de rit te krijgen – áls dat al lukt. Zijn film- en montagestijl is al even ruw als de levens die zich voor zijn cameralens ontvouwen. Los van wat toegevoegde muziek permitteert hij zich geen enkele opsmuk. Ook geen spannende ontknoping overigens. Het spoor naar dat vervalste testament loopt al snel dood. Het leven gaat ondertussen gewoon door. Twee stappen vooruit en één weer terug, lijkt het parool.

En familie blijft familie – hoe verknipt die misschien ook is.