36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime

Disclosure Films / Prime Video

Als familieleden van de student tandheelkunde Deah Barakat (23), zijn vrouw en studiegenote Yusor Abu-Salha (21) en haar jongere zus Razan (19) op 10 februari 2015 door de politie  van Durham County in North Carolina op de hoogte worden gebracht van de moord op hun dierbaren, twijfelen ze geen seconde over wie de dader is: die ene boze buurman, Hicks.

‘Mijn naam is Craig Hicks’, zegt die even later inderdaad, zonder omhaal van woorden, tijdens zijn eerste politieverhoor. ‘Ik heb net drie mensen neergeschoten in Chapel Hill.’ Dodelijk kalm vertelt hij vervolgens hoe ie de drie Amerikaanse moslims koelbloedig heeft geëxecuteerd in hun eigen huis. Volgens Craigs vrouw Karen hadden ze ruzie over parkeerplekken. Geen haatmisdrijf dus.

Mohammad Abu-Salha laat zich daardoor niet van de wijs brengen. De vader van Yusor en Razan, als geneeskundestudent naar de VS gekomen vanuit Jordanië, houdt tijdens de uitvaart weliswaar een verzoenende toespraak – ‘Het gaat erom dit land, dat ze liefhebben en waar ze leefden en stierven, vreedzaam te maken voor iedereen.’ – maar is ervan overtuigd dat het wel degelijk om een ‘hate crime’ gaat.

Dat is in de rechtbank alleen verdomd lastig aan te tonen. Tarek Albaba toont in 36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime (94 min.) hoe het jaren duurt voordat Craig Hicks, een man die houdt van ‘shooter games’ en Falling Down als favoriete film heeft, wordt berecht. Intussen worden Amerikaanse moslims, ook doordat presidentskandidaat Donald Trump steeds olie op het vuur gooit, alsmaar vijandiger benaderd.

Tegelijk hangt dus ook boven de markt of het eigenlijk wel gaat om een haatmisdrijf. De video die Deah zelf heeft gemaakt van de drievoudige moord – en waarvan zijn moeder Amira wil dat die wordt getoond in de rechtbank – maakt binnen 36 seconden een einde aan elke twijfel. Eenmaal in de woning van Deah en Yusor lijkt die boze buurman bovendien met voorbedachten rade te handelen.

Deze film laat tevens zien welke ravage Hicks heeft aangericht binnen een gemeenschap, die sowieso al machteloos moet toezien hoe het aantal haatmisdrijven in de Verenigde Staten alleen maar toeneemt en ondertussen worstelt met die ene, nauwelijks te verteren vraag: zou een aanval van moslims op witte Amerikanen ook zo gemakkelijk zijn afgedaan als een uit de hand gelopen parkeerconflict?

Kunstroof

Periscoop Film

Als er op 16 oktober 2012 wordt ingebroken bij de Kunsthal in Rotterdam, is de Nederlandse kunstwereld in rep en roer. De dieven hebben zeven schilderijen en tekeningen gestolen van de Triton Collectie van de Rotterdamse havenbaron Willem Cordia (1940-2011), die onder de noemer ‘Avant-gardes’ werden geëxposeerd. Er zijn werken van onder anderen Picasso, Matisse, Gauguin en Monet gestolen. Waar moeten de inbrekers worden gezocht? In de Balkan? Of toch in Ierland?

Uiteindelijk komt een groep jonge Roemeense kruimeldieven uit het dorpje Carcaliu in beeld. Zij lijken aan het einde van de zomer van 2012 tamelijk willekeurig op rooftocht te zijn gegaan in Nederland. Zoveel belang als de conservatoren en kunstkenners aan de gestolen werken hechten, zo weinig betekenis hebben die voor de dieven. Zij zijn vooral afgegaan op de bekendheid van de desbetreffende kunstenaar en hoeveel geld het schilderij dan kan opleveren.

‘Een beroemde crimineel die ik redelijk goed ken heeft ’t nog steeds over Andy Warholt’, legt kunstdetective Arthur Brand uit in Kunstroof (102 min.). ‘Anderen hebben ’t over Picasso. En dan zie ik gewoon dat het geen Picasso is, maar een Dali.’ Wat hij maar wil zeggen: de dieven hebben geen idee wat ze stelen, alleen dat het veel waard is. ‘Als jij naar een museum gaat en je ziet zo’n werk hangen, dan zie je een mooi portret of wat dan ook. Zij zien een tien miljoen dollar-biljet.’

Octave ‘Okkie’ Durham is misschien wel Neerlands bekendste kunstdief. Hij wilde in 2002 Van Goghs De Aardappeleters – die hij volgens Brand consequent ‘de Aardappeltelers’ noemt – gaan stelen. Dat schilderij bleek echter te groot om mee te nemen. Daarom nam hij maar twee andere Van Goghs mee. Okkie heeft geen hoge pet op van de beveiliging van veel Nederlandse musea, zegt hij in deze film van Jorien van Nes. ‘Een kledingwinkel in de stad’ is volgens hem nog beter beveiligd.

Met direct betrokkenen zoals conservator Peter van Beveren, hoofdinspecteur Raymond Kolsteren en de Roemeense officier van justitie Raluca Bottea duikt Van Nes in de roof en het belang van de gestolen werken. Parallel daaraan reconstrueert ze met acteurs de handel en wandel van de dieven uit Carcaliu en hun politieverhoren. Deze hybride werkt ten dele. De twee verhaalvormen komen eerst niet helemaal samen. De gedramatiseerde scènes blijven veelal voelen als, ja, drama.

Later nemen de gebeurtenissen bijna kluchtige vormen aan – als de dieven de gestolen waar maar niet van de hand kunnen doen en vervolgens op allerlei plekken verbergen – en werken die reconstructiescènes beter en versmelten ze ook gemakkelijker met de interviews, die eveneens een steeds onwerkelijker karakter krijgen. Kunstroof slalomt dan comfortabel tussen ‘based on a true story’ en ‘truth is stranger than fiction’ door.