Billy Idol Should Be Dead

Live Nation

Zijn arrogante grijns wordt inmiddels omlijst door een oude mannengezicht. Het haar is, een kleine halve eeuw nadat hij met zijn band Generation X onderdeel werd van de eerste punkgolf, in elk geval nog altijd peroxideblond. En, ogenschijnlijk zonder al te veel moeite, krijgt hij ook die gebalde vuist nog wel stoer in de lucht.

In zijn jonge jaren was Billy Idol even onuitstaanbaar als onweerstaanbaar. Een wandelend – nee: continu poserend – rock & roll-cliché, zeker toen hij eenmaal solo en naar New York was gegaan. Samen met MTV werd Idol groot en scoorde hij in de eighties hits als White Wedding, Rebel Yell en Eyes Without A Face. Rockend, snuivend en neukend in de allerhoogste versnelling – op weg naar het totale niets.

Want uiteindelijk wordt de act Billy Idol zelfs William Broad, kind van een net middenklassegezin uit Bromley in Greater London, te veel. Halverwege de jaren tachtig begint dat ongenaakbare imago, en het bijbehorende destructieve gedrag, hem steeds meer op te breken. Hij is voortdurend ‘coked up’, neemt nogal eens een overdosis en heeft een motorongeluk. Wel met een Harley-Davidson, gelukkig.

Vandaar ongetwijfeld ook de titel van deze typische rockdoc: Billy Idol Should Be Dead (135 min.), waarin regisseur Jonas Åkerlund behalve Billy zelf ook zijn moeder Joan, zus Jane, ex Perri en kinderen Willem, Bonnie en Brant, allerlei profi’s uit de muziekbusiness en bekende collega’s zoals Miley Cyrus, Nile Rodgers, Billie Joe Armstrong, Steve Jones en Pete Townshend aan het woord laat.

Zijn lotgevallen hebben vaak een karikaturaal randje. Als hij probeert te stoppen met heroïne, vertelt Billy Idol bijvoorbeeld over zijn bijzonder hardnekkige drugsverslaving, stapt ie over naar crack. Zulke sterke verhalen zijn door Åkerlund vervat in comic-achtige animaties, die ‘s mans cartooneske karakter nog eens bevestigen en laten zien dat hij, zonder dat motorongeluk, ook carrière had kunnen maken als actieheld.

Totdat het zelfs voor hem, de Britse bloedsbroeder van onze eigen Herman Brood, te zwaar wordt om ‘Mr. Rock & Roll 24/7’ te zijn. De schuinsmarcheerder van weleer lijkt tegenwoordig zelfs eerst en vooral een echt familiemens, dat bovendien zeker niet onsympathiek overkomt. Maar of dit betekent dat hij ook een brave burgerman is geworden?

Muriel Leferle

La Sept Cinema / Double D Copyright Films

Meer dan de helft van deze film bestaat uit één enkel shot. Twee vrouwen, tegenover elkaar zittend. Van opzij gefilmd, aan een tafel met verder alleen een lamp en een telefoontoestel erop. In gesprek. De één, links, vertelt. De ander, rechts, vraagt. Het lijkt bijna een spel – vraag, antwoord, vraag… – maar zou bittere ernst moeten zijn. De jonge vrouw links, Muriel Leferle (76 min.), is aangehouden vanwege autodiefstal en probeert het achterste van haar tong niet te laten zien bij de mevrouw rechts, een psychologe die niet eens zoveel ouder lijkt, maar veel degelijker oogt.

Het gesprek is afkomstig uit Délits Flagrants, de klassieke direct cinema-film die Raymond Depardon in 1994 maakte over het Franse rechtssysteem. Daar zat dit verbale steekspel ook al in, terug gesneden tot enkele minuutjes. Nu is vrijwel het volledige gesprek van drie kwartier te zien. Plots dreigt Muriel daarin op te stappen. ‘Ik heb je dit alleen verteld omdat ik dacht dat dit onder ons zou blijven’, zegt ze tegen haar gesprekspartner – en voor Depardons geduldig registrerende camera. Of de psychologe haar aantekeningen niet kan verscheuren? ‘Ik ontken toch alles.’

Daarna volgen nog twee, veel kortere ontmoetingen. ‘Wat zal ik zeggen?’ zegt Muriel, als de assistent-aanklager haar confronteert met getuigen die verklaren dat ze op heterdaad is betrapt terwijl zij een gestolen auto probeerde te starten. ‘De waarheid, graag’, antwoordt de vrouw tegenover haar glimlachend. Muriel is wel wijzer. Ze houdt het bij: ‘Ik heb daarop niets te zeggen.’ Even later confronteert de aanklaagster Muriel met haar aanzienlijke strafblad, het gevolg van een hardnekkige drugsverslaving. Ze zal ditmaal, zoveel is duidelijk, niet ontkomen aan rechtsvervolging.

Tot slot ontmoet Muriel de advocaat, die haar is toegewezen voor de gang naar de rechter. Ze is bang dat ze nu niet aan een gevangenisstraf ontkomt. ‘Je gaat zeker naar de gevangenis als je de rechter onzin probeert te verkopen’, spreekt hij haar vermanend toe als ze hem een totaal ongeloofwaardig verhaal vertelt over haar aanwezigheid in die auto. In de rechtszaal zal Muriel toch echt met een betere verklaring moeten komen. Depardon kijkt intussen nog altijd mee. Als een, inderdaad, Franse Frederick Wiseman. Zonder in te grijpen, bijna dan, of de boel te verfraaien.

Net als Délits Flagrants (1994) en 12 Jours (2017), Depardons film over Fransen die gedwongen zijn opgenomen in een psychiatrische inrichting en in dat kader voor de rechter moeten verschijnen, toont Muriel Leferle (1999) de gewone feilbare mens tegenover het systeem, dat dan afwisselend z’n formele, bureaucratische en – hopelijk – menselijke gezicht toont. Er gebeurt helemaal niets en tegelijk van alles.

KIJK HIER: Muriel Leferle

Larry Flynt For President

WW Entertainment

De felste kritiek op de Republikeinse president Ronald Reagan komt in 1983 niet van zijn Democratische tegenstanders, maar van de flamboyante uitgever van het seksblad Hustler, Larry Flynt. Hij stelt zich zelfs kandidaat voor het presidentschap. Flynts campagne wordt zowel een satire op als rebellie tegen Reagans conservatieve visie op Amerika en doet heel wat stof opwaaien. Totdat de boel ook weer publiekelijk implodeert. Het beeldmateriaal dat in deze periode is gemaakt bleef jaren op de plank liggen, maar vormt nu de basis voor Larry Flynt For President (89 min.).

Flynt heeft bij de start van de campagne enkele jaren van complete inertie achter de rug. In 1978 is de vuil gebekte pleitbezorger van het vrije woord, die al menige controverse heeft veroorzaakt in puriteins Amerika, verlamd geraakt bij een moordaanslag. In de navolgende jaren lijdt hij onder helse pijnen, die alleen met zware medicatie zijn te onderdrukken en die hem volledig lam slaan. Terwijl zijn vrouw Althea Leasure wegzinkt in een ernstige drugsverslaving, weet Flynt de pijn echter langzamerhand de baas te worden. Daardoor kan hij zich weer gaan richten op wat hij het allerliefste lijkt te doen: het ontregelen van alles en iedereen, Brave Hendriken in het bijzonder.

‘Het leven moet één groot orgasme zijn’, declameert hij dus als presidentskandidaat, die zegt ‘onwetendheid en geslachtsziekten’ te willen uitbannen. En daarvoor moeten ze volgens hem ook de ‘massieve en repressieve hand van de regering weghalen uit het kruis van de Amerikaanse bevolking’. Flynts T-shirts vormen intussen een verhaal op zich. ‘Fuck The Olympics’, schreeuwt er eentje over de Olympische Spelen die een jaar later in Los Angeles moeten worden gehouden. Of, als de rechters hem niet goed gezind blijken: ‘Fuck this court’. En, erg gewaagd: ‘Give Hinckley a second chance’, een onverhulde verwijzing naar John Hinckley, de man die in 1981 een aanslag op Ronald Reagan pleegde.

Regisseur Nadia Szold gebruikt Flynts campagne, die wordt ingekaderd door allerlei lieden die er toentertijd op de één of andere manier bij betrokken waren of raakten, om zijn complete leven en missie over het voetlicht te brengen. Met de wijsheid van nu lijkt Larry Flynt een soort Donald Trump avant la lettre. Hij veroorzaakte net zo vaak en gemakkelijk ophef en liet zich eveneens in met dubieuze figuren en complottheorieën. Waar Trump echter de rechterkant van het politieke spectrum opzoekt en een kongsi is aangegaan met christelijk Amerika, zette de ongelovige Larry zich daar juist met zichtbaar plezier tegen af. Virtuoos en lomp, zoals alles waarmee hij zich bezighield.

Deze smakelijke film is een prima introductie in het tumultueuze leven van de geboren provocateur, over wie ook eerder ook al de heerlijke speelfilm The People Vs. Larry Flynt (1996) is gemaakt. Als geen ander slaagde Flynt erin om steeds weer, met veel lef en humor, de grenzen van de goede/slechte smaak op te rekken en zo The Right To Be Left Alone, tevens de titel van een andere documentaire over hem, op de kaart te zetten. Want voor Larry Flynt was vrijheid uiteindelijk het allerbelangrijkste. Om altijd en overal te kunnen zijn wie je wilde. Ook al was dat een eenvoudige pornoboer.