The Last Class

Abramorama / CoffeeKlatch

Het wordt zijn laatste kunstje. Hoewel hij het idee dat ie met pensioen gaat verafschuwt, staat Robert Reich wel degelijk aan de vooravond van zijn laatste semester als docent aan de Universiteit van Berkely in Californië. Nog één keer gaat de vooraanstaande Amerikaanse econoom, ooit minister van arbeid in de Democratische regering van Bill Clinton, zijn reeks colleges over rijkdom en armoede geven.

De oorzaken en gevolgen van de toegenomen inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten zijn sinds jaar en dag Reichs centrale thema. Ongelijkheid ondermijnt naar zijn stellige overtuiging ook de democratie. Dit idee heeft hij al eens uitgewerkt in de documentaires Inequality For All (2011) en Saving Capitalism (2017), die zijn gebaseerd op ’s mans bestsellers. The Last Class (71 min.) is vooral een eerbetoon aan een man die meer dan veertig jaar met alles wat ie had voor de klas heeft gestaan.

Met snippers uit zijn hoorcolleges, die bijna het karakter krijgen van theatervoorstellingen, toont regisseur Elliot Kirschner een meester aan het werk: orerend, ontregelend en zo nu dan ook even een denkpauze inlassend. Een docent die niet alleen wil zenden, maar ook de nieuwsgierigheid en het kritische denkvermogen van een nieuwe generatie Amerikanen wil stimuleren. Als tegengif tegen het ‘dumbing down’-klimaat dat hun land in zijn greep lijkt te hebben gekregen.

Tussendoor reflecteert Robert Reich op zijn leven. De kleine man, die als jongetje werd gepest, is zich een leven lang te weer blijven stellen tegen alle mogelijke pestkoppen en moet nu aanzien dat de ‘poster boy’ daarvan de lakens uitdeelt in de VS. Een echte leider, stelt Reich in dit soms wat brave portret, helpt z’n achterban juist om cynisme te overwinnen en schept ruimte voor diepgaand maatschappelijk debat. Protect the dissident, houdt hij zijn veelal linkse studenten in dat verband voor.

Want zolang het hem gegeven is, blijft hij onderwijzen. Ook nu het einde van zijn loopbaan en leven in zicht komen. Doceren is zijn roeping geweest, constateert Robert Reich geëmotioneerd als zijn laatste officiële college naderbij komt. Dat opgeven voelt als een aanzienlijk verlies. Hij oogt dan even als een gebroken man, die in vrijwel niets lijkt op de docent die z’n gehoor nog altijd uit zijn hand kan laten eten. De man die van z’n laatste kunstje toch maar weer een kunst heeft gemaakt.

The Only Girl In The Orchestra

Netflix

Ze is allang niet meer de enige vrouw, maar ze was wel ooit het eerste meisje dat fulltime bij het New York Philharmonic speelde. Toen Orin O’Brien in 1966 toetrad tot het orkest, was dat bepaald geen vanzelfsprekend. Ze werd onderdeel van een mannenwereld, waar een vrouw met argusogen werd bekeken en soms ook ronduit seksistisch werd benaderd. Zo schreef een krant destijds zonder gêne dat O’Brien net zo ‘curvy als her double bass’ was.

Dan drukte Leonard Bernstein zich respectvoller uit. ‘Ik hou van Orins stralende energie in het orkest’, zei de befaamde dirigent. ‘Ze gaat volledig op in de muziek en telkens als ik haar kant op kijk en steevast haar aandachtige blik vang verbaas ik me over haar concentratie.’ Niet gek: Orin O’Brien voelde zich altijd volledig op haar plek binnen het New York Philharmonic. ‘Als we van het podium komen, kijken we elkaar aan en zeggen we: hier doe ik het voor als muzikant’, vertelt ze in deze korte film van haar nicht Molly O’Brien. ‘Voor deze ervaring.’

Als contrabassist moet je volgens The Only Girl In The Orchestra (35 min.) bovendien tweede viool kunnen spelen. In Orins woorden: je plek kiezen in de buik van de onderzeeër en genieten van de complete machinerie om je heen. En vooral niet de aandacht willen trekken. Dat gevoel heeft ze waarschijnlijk overgehouden aan haar ouders George en Marguerite. Die wilden als acteurs altijd in de belangstelling en konden ’t niet velen dat de schijnwerper gaandeweg op anderen werd gezet. Hun dochter blijft liever op de achtergrond.

Voor haar nicht Molly, een kind van haar jongere broer, blijft Orin niettemin een lichtend voorbeeld, een vrouw en een carrière om tegenop te kijken – en om te eren als ze met pensioen gaat. Want dat is de aanleiding voor dit liefdevolle portret: na 55 jaar neemt Orin O’Brien afscheid. Een professioneel leven, dat in gang werd gezet toen ze op haar dertiende halsoverkop verliefd werd op Beethoven, gaat daarmee richting z’n einde – al blijft ze doceren. Want haar liefde voor muziek – en heel praktisch: haar instrumenten – wil ze doorgeven aan een nieuwe generatie.