Ai Weiwei’s Turandot

Incipit Film / La Monte Productions

Hij is bepaald geen voor de hand liggende keuze als regisseur voor Turandot. En ook voor Ai Weiwei is ‘t in het voorjaar van 2020 een flinke stap om zich over een opera van Giacomo Puccini te ontfermen. Hij heeft er eigenlijk niets mee. En dat is waarschijnlijk precies de reden dat de tegendraadse Chinese kunstenaar de klus toch heeft aanvaard. Los daarvan had hij ruim dertig jaar geleden al eens een rolletje als figurant in de opera. En toen kreeg hij ook te maken met Chiang Ching, die nu als choreografe fungeert voor zijn uitvoering van Puccini’s laatste opera voor het Teatro Dell’Opera in Rome.

Ai Weiwei’s Turandot (77 min.) wordt dus een héél andere opera. Politiek geladen, dat staat vast. Want voor Ai Weiwei is kunst altijd politiek. Turandot gaat in zijn optiek over vluchtelingen. Zoals hij zelf is, als dappere en onvermoeibare strijder tegen de Chinese dictatuur die tegenwoordig noodgedwongen vanuit het westen opereert. Turandot representeert de autocratie waartegen hij zelf te hoop – en bijna stuk – is gelopen en is zo bezien dus ook een persoonlijk project. ‘Het is geen simpele opera. Het gaat om ons begrip en onze individuele interpretatie van hoe onze wereld zou moeten zijn.’

Het is een bijzondere tijd voor kunstenaars zoals wij, houdt hij de cast en crew voor. Met deze opera kunnen ze een rol spelen in het verdedigen van de vrede en menselijkheid. De Chinese kunstenaar, die tijdens z’n leven regelmatig als vleesgeworden opgestoken middelvinger heeft geacteerd, lardeert zijn versie van Turandot dus met paraplu’s als schild tegen de oproerpolitie, Michael Jackson-achtige moonwalks en geladen nieuwsbeelden uit de wereld van nu. Documentairemaker Maxim Derevianko registreert dit maakproces en doorsnijdt ‘t met impressies van zijn roerige kunstenaarsbestaan.

En dan – het is tenslotte 2020, het jaar van de pandemie – gooit het Coronavirus, halverwege de film, roet in het eten en bevriest de ontwikkeling van Weiweis interpretatie van Turandot. En wanneer de productie in 2022 wordt hervat, valt Rusland, tot grote ontzetting van een aantal medewerkers aan de groots opgezette productie, buurland Oekraïne binnen.

Mother

EO

Geen overwintering op de Costa Brava voor de bejaarde vrouw Elisabeth Röhner. ‘Mammie’ is permanent op vakantie in Thailand. Althans, dat vertelt de verzorgende Pomm haar. Elisabeth is één van de veertien Europese Alzheimer-patiënten, die 24-uurszorg ontvangen in het zorgcentrum Baan Kamlangchai te Chiang Mai. Drie lokale vrouwen staan permanent tot hun beschikking. Dat betekent voor de alleenstaande moeder Pomm bijvoorbeeld dat ze haar eigen kinderen nauwelijks ziet. Het verdriet daarover kan ze delen met ‘Mammie’. Die is het immers toch weer snel vergeten.

In die eenvoudige anekdote zit de dubbelheid van deze fijne documentaire verpakt. Liefdevol legt de Thaise verzorgende de oudere vrouw in de watten, met een rust, aandacht en oprechte betrokkenheid die haar veel te drukke westerse collega’s nauwelijks meer is vergund. Tegelijkertijd zorgt diezelfde baan ervoor dat Pomms kinderen grotendeels zonder haar opgroeien, ettelijke uren reizen verderop bij haar eigen moeder. Een Mother (82 min.) van professie, die in haar eigen leven dus niet in de gelegenheid is om diezelfde ouderrol naar behoren in te vullen.

Intussen maken de echtgenoot en kinderen van de Zwitserse vrouw Maya Gloor, die al op jonge leeftijd is gaan dementeren, zich op om met hun moeder naar Thailand te vertrekken. Regisseur Kristof Bilsen observeert hoe het gezin Maya begeleidt naar een plek waar er uitstekend voor haar zal worden gezorgd. Een plek aan de andere kant van de wereld, dat wel. Als het afscheid nadert, tijdens het kerstfeest van Baan Kamlangchai, heeft Maya geen idee wat er staat te gebeuren. Ze blijft ogenschijnlijk onaangedaan achter.

Bilsen slaat dat pijnlijke proces van dichtbij gade, zonder er nadrukkelijk over te oordelen. Zijn film zet wel aan tot denken. Over de verhoudingen tussen mensen, tussen arm en rijk. ‘Elke dag, wanneer ik patiënten met deze aandoening zie, denk ik bij mezelf: ze hebben toch geluk’, zegt Pomme bijvoorbeeld, als ze even aan het shoppen is met Maya. Haar patiënten hebben geld genoeg om voor deze persoonlijke zorgverlening te betalen. ‘En dan denk ik: wat ga ik doen als ik ooit zo word?’