70 Up

ITV / in 2027 bij de NPO

In een betere wereld had Michael Apted kunnen doorgaan met filmen totdat de langst levende participant aan zijn legendarische documentaireserie z’n laatste adem had uitgeblazen. In 2021 overleed de Britse filmmaker echter zelf op 79-jarige leeftijd. Apted liet een onvoltooid meesterwerk achter. Het leeuwendeel van z’n vaste hoofdpersonen, die sinds hun zevende elke zeven jaar waren opgezocht voor respectievelijk 7, 14, 21, 28, 35, 42, 49, 56 en 63 Up, was nog in leven. Maar wie zou zich durven te wagen aan het vervolgen van de Up-serie, één van de belangrijkste documentaireprojecten aller tijden?

De eer is uiteindelijk ten deel gevallen aan de Britse Up-adept Asif Kapadia (Senna, Amy en Diego Maradona). Hij zet de reeks niet voort, maar sluit hem, met goedkeuring van Ups vaste producer Claire Lewis, definitief af met het tweeluik 70 Up (14 min.). Het eerste deel daarvan volgt nog trouw Apteds opzet en voelt in eerste instantie ook als een herhaling van zetten, met veel bekende scènes uit de eerdere edities. Als alle hoofdpersonen in het hier en nu zijn geïntroduceerd, zitten die eerste vijf kwartier er alweer op. Kapadia is op de achtergrond gebleven, maar heeft intussen wel degelijk subtiele accenten gezet, met name over de totstandkoming van de klassieke serie.

Het tweede deel van 70 Up heeft aanzienlijk meer scherpte en krijgt ook een extra personage: Michael Apted zelf. Via interviewfragmenten laat hij, buiten beeld, zijn licht schijnen over de serie. En middels B-roll beelden wordt ook zijn werkwijze zichtbaar gemaakt. Zijn hoofdpersonen krijgen tevens de gelegenheid om daarop te reflecteren. Dat doen ze vrijelijk, zonder meel in de mond. Niet iedereen is even enthousiast over Apted: het beeld dat hij van hen had, werkte regelmatig beknellend en streek hen tegen de haren. Hij benaderde vrouwen seksistisch, wreef de volkse taxichauffeur Tony Walker zowat racisme aan en zag anderen vooral als representant van hun stand.

John Brisby, die als zevenjarig joch werd gestrikt op een exclusieve privéschool, voelde zich bijvoorbeeld al van kinds af aan neergezet als de ‘bad guy’, een vertegenwoordiger van een volstrekt verouderd klassensysteem. Hij voelde zich nooit veilig bij Apted, die niet echt in hem als persoon geïnteresseerd leek. Zijn toenmalige klasgenootje Charles Furneaux – die steevast naast Brisby en Andrew Brackfield, een andere jongen van dezelfde ‘prep school’, op een bank werd geposteerd – besloot daarom na 21 Up af te haken. Bijna een halve eeuw later is Charles, die zelf in de televisiewereld is beland, terug met een (beperkte) bijdrage. Hij laat zich, buiten beeld, interviewen.

Kapadia toont zo de achterkant van de serie, zonder dat het disrespectvol wordt naar zijn voorganger, die sinds 14 Up de scepter zwaaide over de Up-serie. Apted zat met z’n hele hebben en houwen in de productie, die net zo goed een portret was van hem als van zijn hoofdpersonen. Daarbij ging hij ook leidende vragen niet uit de weg. Jij verdient beter dan dit, zei hij bovendien tegen Neil Hughes, toen die als onthechte jongeling van de ene naar de andere plek zwierf en in een caravan op de Shetland-eilanden was beland. Op zijn zeventigste wil Neil, inmiddels woonachtig in Frankrijk, dat beeld enigszins bijstellen: hij heeft weliswaar last van depressies, maar is zeker geen kluizenaar.

70 Up wordt aldus een bevredigend slotakkoord voor een baanbrekend project, dat in 1964 begon met de vraag of je de volwassene al kunt zien in het zevenjarige kind. De zevenjarigen van toen zijn inmiddels gepensioneerd en kijken over het algemeen nuchter, zonder valse romantiek, terug op hun leven, dat hoe dan ook gekleurd is door hun deelname aan de Up-serie. Voor Nick Hitchon, een boerenzoon die in de Verenigde Staten carrière maakte als wetenschapper, is die ‘ontzettend belangrijk’ geweest. Hij was tijdens de opnames van 63 Up al ernstig ziek, maar heeft toch weer tijd ingeruimd voor een afscheidsinterview. Slechts enkele dagen voor zijn overlijden, blijkt later.

De Up-serie is volgens hem te vergelijken met een timelapse-foto van een bloem, die binnen enkele minuten tot bloei komt en ook weer afsterft. ‘Iets soortgelijks zien bij een mens is al even wonderbaarlijk’, vat Hitchon de verdienste van Michael Apted en alle Up-participanten kernachtig samen. ‘Want dat zien we doorgaans niet. We zijn zo druk met ons dagelijks leven dat we het grotere verhaal van hoe we met de tijd veranderen helemaal niet zien.’

Deaf President Now!

Tim, Bridgetta, Greg en Jerry (vlnr) / Apple TV+

Harvey Corson en I. King Jordan mogen de Gallaudet University in Washington D.C. niet gaan leiden. Het universiteitsbestuur geeft in de lente van 1988 de voorkeur aan een vrouw: Elisabeth Zinser. Niet veel later slaat de vlam in de pan. De studenten ervaren de keuze als een persoonlijke belediging en bezetten de campus. Niet omdat Zinser een vrouw is, maar omdat zij kan horen. De toonaangevende dovenuniversiteit moet nu eindelijk eens worden geleid door één van hen.

Deaf President Now! (100 min.) eisen zij. Volgens Jane Bassett Spilman, de voorzitter van Gallaudets Raad van Toezicht, is er echter geen enkele kans dat het besluit wordt teruggedraaid. Deze kruising van Nancy Reagan en Margaret Thatcher toont zich sowieso behoorlijk toondoof. Zij bestaat het bijvoorbeeld om te zeggen dat dove mensen er nog niet klaar voor zijn om te functioneren in een horende wereld. ‘Ach, dat mens!’ reageert Gerald ‘Jerry’ Lee Covell, die zich opwerpt als één van de leiders van de protestactie, bijna veertig jaar later nog altijd als door een adder gebeten. De IJzeren Heinige opstelling van Spilman heeft hun verzet alleen maar gesterkt.

Deze documentaire van Davis Guggenheim en Nyle DiMarco beslaat slechts één enkele week in de lente van 1988. Met de vier sleutelfiguren uit het studentenprotest blikken ze terug op de turbulente dagen, waarop zij de horende wereld tot de orde hebben geroepen. Voorbij is de tijd dat doven niet meetellen of worden gezien als mensen die moeten worden gerepareerd. Een nieuw zelfbewustzijn vat post in hen. Als het schoolbestuur bijvoorbeeld stelt dat het pas weer in gesprek wil als de studenten hun bezetting van de campus opgeven, reageert Jerry op een manier waarvoor geen kennis van gebarentaal nodig is: twee ferm opgestoken middelvingers.

De vier activisten communiceren ook in deze film louter in gebarentaal, elk op hun eigen manier. Ze hebben daarnaast ook ieder een stem gekregen. Covell, een ‘little demon from hell’ die zich beslist niet zo gedwee wilde opstellen als zijn eveneens dove vader, oogt en klinkt bijvoorbeeld als een punker, terwijl de gekozen studentenleider Greg Hlibok nog altijd overkomt als een klassieke diplomaat. De voormalige cheerleader Bridgetta Bourne-Firl, die letterlijk ritme in de gebarenprotesten bracht, communiceert met de vastberadenheid van een zelfbewuste en strijdbare vrouw. En ook de expressieve activist Tim Rarus maakt op z’n geheel eigen manier een zeer geestdriftige indruk.

Gezamenlijk hebben zij eind jaren tachtig de voorhoede gevormd van een emancipatiebeweging, die gaandeweg steeds meer aan kracht wint en daarmee een essentiële rol speelt in de (zelf)acceptatie van doven. De slogan ‘Deaf president now!’ staat daarbij voor de eis om nu eindelijk eens gehoord te worden. En daarmee lijkt deze aangrijpende documentaire zowat een zusterfilm van het gelauwerde Crip Camp: A Disability Revolution (2020), waarin een al even essentieel hoofdstuk van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging wordt belicht. Zij effenen voor dove Amerikanen het pad naar volwaardige deelname aan de samenleving.