Collective

De beelden van 30 oktober 2015 gaan door merg en been: ‘Ga naar de hel met je kloterige corruptie’, zingschreeuwt Andrei Galut, de frontman van de Roemeense metalcoreband Goodbye To Gravity. ‘Die is er al sinds we ooit zijn gesticht.’ Niet veel later breekt er een kleine brand uit in de nachtclub Colectiv in Boekarest, waar de groep zijn album Mantras Of War presenteert. Het brandje ontwikkelt zich tot een hels vuur. En deugdelijke nooduitgangen ontbreken…

Van de vijf bandleden is Galut, wiens lichaam bijna voor de helft is verbrand, de enige die de ramp overleeft. Het hongerige vuur wordt in totaal 27 aanwezigen fataal. Daarnaast sterven in de navolgende maanden maar liefst 37 andere concertgangers in Roemeense ziekenhuizen. Uiteindelijk kost de brand dus 64 mensen het leven. ‘Hoe kan iemand die ontsnapte aan het vuur’, vraagt de wanhopige vader van een gestorven concertgangster zich af, ‘alsnog twaalf dagen later sterven in een ziekenhuis?’

Die vraagt staat centraal in de observerende documentaire Collective (109 min.), waarin regisseur Alexander Nanau eerst onderzoeksjournalist Catalin Tolontan en zijn team van de Gazeta Sporturilor-krant volgt. Zij lichten de ene na de andere tegel en leggen zo een enorm corruptieschandaal in de Roemeense gezondheidszorg bloot: politieke benoemingen, omkoping en fraude.

Hun onthullingen zorgen voor massale protesten en brengen uiteindelijk zelfs de sociaal-democratische PSD-regering ten val. In afwachting van nieuwe verkiezingen wordt een zakenkabinet benoemd met louter technocraten, bestuurders die niet verbonden zijn aan een bepaalde politieke partij. In de nieuwe minister van volksgezondheid Vlad Voiculescu vindt Nanau zijn volgende hoofdpersoon voor deze kale, maar zéér doeltreffende direct cinema-film.

Ook deze voormalige voorvechter van patiëntenrechten geeft de filmmaker ongefilterde toegang. Voiculescu begint ferm en optimistisch aan zijn nieuwe job, maar dreigt al snel vast te lopen in precies de grootschalige corruptie die hij zou moeten bestrijden. ‘s Mans uiteindelijke conclusie over zijn eigen ministerie is ontluisterend. Dat is niet alleen verouderd, de rot zit in zijn ogen veel dieper. ‘They don’t give a fuck’, klinkt het ronduit cynisch.

Tolontans drang om de waarheid boven tafel te krijgen en Voiculescu’s onmacht om die vertalen naar bestuurlijke daadkracht – zeker als de PSD volgens de peilingen weer de grootste partij lijkt te worden – worden doorsneden met scènes van Tedy Ursuleanu, een verminkte jonge vrouw die de ramp in Colectiv overleefde en met een fotosessie en hulpmiddelen haar leven weer in de hand probeert te krijgen. Zo werken land en slachtoffers in deze aangrijpende film op geheel eigen wijze aan herstel.

Christo: Walking On Water

Zelfrelativering siert de mens. Het is doorgaans niet de meest in het oog springende eigenschap van vooraanstaande kunstenaars. Op weg naar een potentieel meesterwerk telt elk detail. Uiteindelijk zal iedereen in dat proces dus naar hun pijpen moeten dansen – goedschiks dan wel kwaadschiks. Want het zelfverkozen doel heiligt alle middelen.

The Floating Piers moet in 2016 het werk worden waarmee een lang gekoesterde wens van Christo en zijn vrouw en vaste samenwerkingspartner Jeanne-Claude, die in 2009 overleed, eindelijk in vervulling gaat. Waar eerdere pogingen in Argentinië en Japan vastliepen in het plaatselijke bureaucratische moeras, moet het nu gebeuren bij het Italiaanse Iseomeer: gewone stervelingen krijgen de kans om over water te lopen.

De observerende camera van regisseur Andrei Paounov legt in Christo: Walking On Water (100 min.) vast hoe de temperamentvolle Bulgaars-Amerikaanse kunstenaar en z’n team, waarin zijn neef Vladimir Yavachev waar nodig als bullebak fungeert, de ene na de andere politieke, technische, en logistieke hobbel moeten nemen om het concept dat al in 1970 ontstond uit te werken. Zo nu en dan dreigt het hele project in het… ja, water te vallen en lijkt de documentaire een moderne variant op Lost In La Mancha te worden.

En als Christo’s eerste kunstproject sinds Jeanne-Claudes dood kan worden onthuld – je kunt erover twisten of de wandelaars tussen Sulzano, Monte Isola en het eilandje San Paolo werkelijk over water lopen, of gewoon over een ‘dahliageel’ watertapijt van plastic kubussen en canvas doek – levert dat vanwege de enorme publieke belangstelling weer zijn eigen problemen op, waarvoor Vladimir enkele plaatselijke notabelen en medewerkers moet uitkafferen. Hij dreigt zelfs om het imposante kunstwerk voortijdig te sluiten.

Bij het verwerkelijken van een artistieke visie past het misschien niet om compromissen te sluiten, maar is het natuurlijk ook niet de bedoeling dat willekeurige bezoekers gevaar lopen. Behalve dat ze hun hart eraan verliezen, natuurlijk. Of zich ouderwets door Christo laten –woordgrapwaarschuwing! – inpakken.