
Dit kunnen niet mijn ouders zijn, denkt elk kind op een zeker moment, volgens de vermaarde zenuwarts Sigmund Freud (1856-1939). Véél te gewoon en saai.
Freud schrikt echter van de heftigheid waarmee ie zelf reageert op de dood van zijn vader, een mislukte zakenman met wie hij weinig op had. In zijn leven en deze documentaire van Yair Qedar daarover, Freud: Der Aussenseiter (52 min.), vormt dit sterfgeval een ommekeer. In de woorden van de Britse psychoanalyticus en essayist Adam Phillips: Freud wordt Freud, de Freud die we allemaal kennen.
De droomduider, de therapeut die het onbewuste ontsluit en de vader van de psychoanalyse. Een Joodse man ook, die tijdens zijn jeugd in Wenen regelmatig met antisemitisme wordt geconfronteerd en aan het einde van zijn leven moet vluchten voor het opkomende nationaalsocialisme. Qedar schetst het leven daartussen in vier handzame hoofdstukken: Der Jude, Freud wird Freud, Liebe/Tod en Exil.
Hij laat deze man, die een wereldwijd begrip is geworden, zelf aan het woord via ingelezen brieffragmenten en vraagt vooraanstaande psychoanalytici om vanuit het hier en nu zijn leven en werk in te kaderen. Dit geheel wordt omlijst met droombeelden en animaties van een Freudiaanse figuur in een trein die rijdt door een wel zeer bloemrijk landschap, dat alleen uit de spelonken van de menselijke geest kan komen.
Zo worden deze grote denker en het gedachtegoed waarmee hij de wereld heeft veranderd in perspectief geplaatst. De Freud van toen zou nu nog altijd stof doen opwaaien. Zijn boek over seksualiteit, waarin hij betoogt dat ook kinderen seksuele gevoelens en frustraties hebben, zou hem volgens de psychiater en historicus George Makari bijvoorbeeld ernstig in de problemen brengen in het hedendaagse Amerika.
Als geen ander wist Freud toen al ‘what’s on a man’s mind’ – al zou hij aan het eind van zijn leven de (aantrekkings)kracht van de nazi’s toch echt schromelijk onderschatten.