Het is alsof je een volledig vreemde wereld betreedt. De verteller, recht in de camera, oogt nog vertrouwd. James Ronald Whitney speelt piano, was onderdeel van een succesvol dansduo en nam geregeld deel aan allerlei televisiequizjes. Een strebertje, dat wel, maar verder volstrekt normaal. Een typische all American guy. Totdat hij in Just, Melvin: Just Evil (74 min.) uit 2000 zijn volledig verknipte familie voorstelt.

Archetypische white trash, uit het bagger van het één of ander achtergebleven Amerikaans hellehol getrokken. Inteeltkoppen. Zuipogen. Ingevallen monden. Met plompe of juist uitgeteerde lijven. De tijd – zo’n twintig jaren, maar het lijken er véél meer! – heeft ook hun kleding geen goed gedaan. Oversized brillen met jampotglazen. Verwaarloosde kapsels. En verwassen spijkerblouses en campingsmokings die zelfs een wespentaille zouden misstaan. Je kunt er de bijbehorende schimmelige trailers, sloopauto’s en vuilnisbelttuinen moeiteloos bij bedenken.

Het is sowieso geen familie waarin je zou willen opgroeien. Vrijwel elk gezinslid heeft zijn eigen issues met verslavingen, crisissituaties en zelfmoordpogingen. En dat is allemaal de schuld van één godvergeten klootzak: hun stiefvader Melvin Just, die zich aan zo’n beetje elk vrouwelijk familielid zou hebben vergrepen. ‘De walgelijkste persoon die God ooit heeft gecreëerd’, volgens Whitneys behoorlijk gesoigneerde moeder, duidelijk ook een buitenbeentje in de familie. ‘Hij leerde mij om te haten.’ In deze morsige egodocu gaat haar zoon op zoek naar wat die walgelijke Melvin heeft aangericht in de familie.

De filmmaker praat met zijn tantes en spreekt zijn broze grootmoeder Fay aan, de vrouw die de bullebak ooit in de familie introduceerde en hem daar blijkbaar gewoon zijn gang liet gaan. En ook Melvin zelf, inmiddels een oude vent mét bierbuik, zónder kunstgebit en ín rolstoel wordt ter verantwoording geroepen. ‘Dat heb ik nooit gedaan, gore klootzak’, werpt hij alle beschuldigingen ver van zich. ‘Als ik in staat was om uit deze rolstoel te komen, dan sloeg ik je nu helemaal de tering.’ Het is geen verheffend tafereel, zowel van de geïnterviewde als van zijn kleinzoon die hem voor de camera voor het blok zet. Maar wellicht heiligt het doel in dit geval de middelen.

Ook de andere familieleden maken van hun hart geen moordkuil en doen hun, door scheldwoorden en verwensingen overwoekerde, relaas. Met de nodige galgenhumor en een rokerslach, waarmee vervolgens elke vorm van ellende op de één of andere manier draaglijk wordt gemaakt. ‘Kijk, ik heb tegenwoordig tieten!’ roept één van Whitneys tantes bijvoorbeeld naar haar neef, terwijl ze met een blik bier op de achterbak van een oud brik zit. Waarna tante demonstratief haar shirt omhoog doet en haar volwassen boezem laat zien. Gevolgd door weer zo’n uitzinnige lach.

Het is in eerste instantie alsof je naar een afzichtelijke freakshow zit te kijken, waarin gewone, kwetsbare mensen volledig verdwaald zijn geraakt. Het zelfportret, omlijst met Bijbelcitaten, van een trailer trash-familie, die volledig is ontwricht door een systeem van misbruik. Dat decennialang, van generatie op generatie, in stand wordt gehouden. En iedereen zit er nu volledig in vast – ook al zouden ze zo graag anders willen. Het is de treurige slotsom van een vieze film.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.