There’s Something In The Water

Netflix

De term is helemaal van deze tijd, maar moet nog doordringen tot het dagelijkse discours: milieuracisme. ‘De onevenredige blootstelling van inheemse, zwarte of andere gekleurde gemeenschappen aan milieulasten en vervuilende stoffen’, aldus professor Ingrid Waldron, auteur van het boek waarop de documentaire There’s Something In The Water (71 min.) is gebaseerd.

De maakster daarvan, actrice Ellen Page (Hard Candy, Juno en Inception), raakte helemaal in de ban van Waldrons bevindingen en wilde die beslist naar een groter publiek brengen. In deze activistische documentaire gaat ze terug naar haar geboortegrond in Nova Scotia, waar minderheidsgemeenschappen stelselmatig zijn (en worden) vergiftigd. Want ook in Canada bepaalt je postcode volgens Waldron nog altijd je welzijn.

Deze film levert het tastbare bewijs: de roet van de afvalverbranding in het kustplaatsje Shelburne daalde als grauwe sneeuw neer op de bevolking van een zwarte buitenwijk, vertelt de plaatselijke schrijfster Louise Delisle. Het drinkwater verwerd intussen tot een dumpplek voor gevaarlijke stoffen. De gevolgen laten zich raden: agressieve vormen van kanker, die ongenadig huishouden in de gemeenschap.

‘Niet best’, concludeert Delisle met gevoel voor understatement, nadat ze tijdens een rit naar de gevreesde stortplaats talloze malen naar een huis heeft gewezen, met de boodschap: ‘… stierf aan kanker.’ De namen rijgen zich aaneen. Hele families zijn gedecimeerd. En dan te bedenken dat ze even verderop, in het ‘witte’ stadshart van Shelburne waar plaatselijke politici geen oor hebben voor hun grieven, natuurlijk wél schoon water hebben.

Zulk onrecht drijft dit verfilmde politieke pamflet, waarin de gedreven Ellen Page verschillende plekken in Nova Scotia bezoekt en ter plaatse de milieu- en menselijke schade opneemt met lokale activisten. Zonder overigens de beslissers, vervuilers of – zo je wilt – milieuracisten daarmee te confronteren of een kans op weerwoord te geven.

Ghost Fleet

BNNVARA

Ze konden een baantje krijgen. Op een kippenboerderij, fabriek of varkenshouderij. En toen ging de deur op slot, kregen ze een nepnaam toebedeeld en belandden ze op een heus slavenschip. Voor zeven jaar, elf jaar of tot de dood erop volgde. Als de gezichtsloze arbeidskrachten van de Thaise visserij. Hun families in Cambodja, Burma of Myanmar dachten intussen dat ze dood waren. Zijzelf soms ook.

Activiste Patima Tungpuchayakul van het Labour Protection Network, in 2017 genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, bekommert zich om deze moderne slaven. In de gestileerde documentaire Ghost Fleet (90 min.) van Shannon Service en Jeffrey Waldron vaart de gedreven Thaise de 4000 mijl naar Indonesië. Daar hoopt Tungpuchakaykul mannen te vinden, die uit hun gevangenschap zijn ontsnapt en zich nu, soms al jarenlang, verschansen voor de mensenhandelaars.

In hun getuigenissen beschrijven deze voormalige slaven talloze schendingen van basale mensenrechten. Tungpuchayakul wil hen herenigen met hun thuisfront, maar de mannen hebben in den vreemde soms een ander leven opgebouwd, zijn angstig geworden of kampen met schaamte. De ervaring heeft van hen andere mensen gemaakt, die bovendien volledig losgerukt zijn geraakt van hun natuurlijke leefomgeving. En dat allemaal voor een luizig baantje – waarvoor ook wij, zo maakt de fraaie slotscène helder, verantwoordelijkheid dragen.