Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor

DR

Inmiddels zijn ze met vijftien. En de lijst met halfbroers en -zussen blijft gestaag groeien. Ze stammen allemaal af van één en dezelfde man. Dat is hen overigens pas later, véél later, duidelijk geworden. Toen hij allang dood was.

Thomas Rasmussen maakt zich aan het begin van de straffe driedelige documentaireserie Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor (internationale titel: The Nazi Donor Mystery, 90 min.) van Søren Klovborg op om drie van zijn halfbroers en -zussen voor het eerst te ontmoeten in zijn huis op het Deense schiereiland Sjællands Odde. Ze delen een donorvader met een uiterst dubieus verleden: Walther Frisch (1917-1992) zat tijdens de Tweede Wereldoorlog drie jaar bij de Waffen-SS.

In de loop van de jaren zestig heeft de Deense SS’er Frisch in zeker vier landen – Zweden, Finland, Denemarken en Duitsland – kinderen op de wereld gezet. Heeft hun vader daarmee het credo van zijn voormalige baas Heinrich Himmler in de praktijk gebracht? Volgens hem zou elke SS-officier minimaal vier kinderen moeten hebben. ‘Zijn wij het resultaat van die ideologie?’ vraagt zijn zoon Mats Rydberg, een Zweedse halfbroer van Thomas, zich nu af. ‘Of zijn we gewoon verwekt omdat hij dat kon?’

Samen met hun halfbroer Matthias Kötter en halfzus Charlotte Kudsk proberen Mats en Thomas ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Over het oorlogsverleden van hun vader, natuurlijk. Welke rol speelde Walther Frisch bijvoorbeeld bij een massa-executie in april 1944 in Graz, waarbij meer dan tweehonderd mensen werden vermoord? Na de oorlog beweerde hun vader in de rechtbank dat hij op dat moment elders was, maar volgens deskundige Dennis Larsen loog hij dat het gedrukt stond.

En over wat er na er na de Tweede Wereldoorlog gebeurde: hoe kon het dat hun vader, ondanks zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, door het Zweedse Karolinska Sjukhuset werd ingezet als zaaddonor? Gebeurde dat gewoon tijdens werktijd of stiekem, in de donkere uurtjes, door specialisten van het ziekenhuis met nazisympathieën? En welke motieven had de man die werd omschreven als een leuke, grappige en genereuze persoon – ‘op dat ene ding na’ – daarvoor zelf?

Daarmee voegt Klovborgs miniserie een navrant element toe aan de stroom scandaleuze verhalen die in de afgelopen jaren al zijn losgekomen vanuit de ‘fertiliteitsindustrie’. Van de ene na de andere vruchtbaarheidsarts is inmiddels gebleken dat hij, in een tijd waarin ze zich onbespied waanden, onzorgvuldig is omgegaan met de selectie van spermadonoren en/of de bevruchting van patiënten met een kinderwens – of dat hij daarvoor, zoals de Nederlandse arts Jan Karbaat, zelfs zijn eigen zaad heeft gebruikt.

Die pijnlijke geschiedenissen zouden nooit boven tafel zijn gekomen zonder de introductie van DNA. En daar zijn ook de zoektochten van enkele Frisch-nazaten begonnen. Bij een onbezonnen DNA-test, soms zelfs als gevolg van een verjaardagscadeau. Met verstrekkende gevolgen. Terwijl zij de implicaties van die keuze proberen te bevatten, krijgen de vier zestigers met een onverwacht en ongewild oorlogsverleden vooralsnog nul op het rekest bij het Karolinska-ziekenhuis.

Zijn zij de belichaming van een doelbewust plan om nazi-genen veilig te stellen? Of simpelweg de nazaten van één enkele man die een geheel eigen en uiterst twijfelachtig levenspad heeft gekozen?

Zwarte Soldaten

Zuidenwind

Kun je zeggen dat ze nauwelijks wisten waaraan ze begonnen? Zeker is dat de zes Nederlandse mannen met geen mogelijkheid konden vermoeden wat de navolgende jaren allemaal zouden brengen. Ze waren nog tieners toen de Tweede Wereldoorlog begon. In die jaren zouden ze een keuze maken die we nu collectief als ‘fout’ bestempelen: de Nederlanders meldden zich bij de Waffen-SS. En daarover zouden ze hun leven lang rekenschap moeten afleggen – of zorgvuldig zwijgen.

In de documentaire Zwarte Soldaten (48 min.), die in 2011 voor de nodige ophef zorgde en werd bekroond met een Gouden Kalf, laat Joost Seelen de zes los van elkaar hun relaas doen. Hij omkleedt hun herinneringen, recht in de camera uitgesproken, met stemmige en unheimische muziek en archiefmateriaal in al even stemmig en unheimisch zwart-wit. Van een groep ferm marcherende SS’ers bijvoorbeeld. ‘Wij zijn de zwarte soldaten’, zingen die fier, terwijl ze door toegesnelde landgenoten enthousiast met de Hitlergroet worden begroet. ‘Eens met Anton Mussert zijn we in ‘t gevecht. Daarom zijn wij de zwarte soldaten. Want wij strijden voor vrijheid en voor recht.’

Daarvan hadden zij blijkbaar een heel ander idee dan wij nu. Seelen heeft intussen weinig beelden nodig om die donkere periode weer op te roepen. Verder zijn ‘t de verhalen die het moeten doen in deze schurende interviewfilm. Van Jan bijvoorbeeld, die zichzelf kenschetst als een naïeve tiener. Hij zag ooit wel een Germaanse jongen in zichzelf. Géén overtuigde nationaalsocialist, zegt hij er overigens meteen bij. Een heel contrast met de rabiate antisemiet Klaas, die nog altijd trots is op dat ontzagwekkende SS-uniform en enthousiast kan verhalen over die keer feit dat hij een hand kreeg van Hitler. ‘Dat was een geweldige kerel. Die heeft Duitsland helemaal opgebouwd.’

Cornelis kreeg vanwege zijn verrichtingen bij de Waffen-SS een IJzeren kruis. Hij voelt zich echter bepaald geen held. Trek je niks aan van die blikken dingen, zegt hij ferm. ‘Ze verdoezelen dat je angst gehad hebt.’ Hij vindt verder dat hij had moeten weten dat de Joden het slecht hadden. Dat verwijt hij zichzelf. Zo heeft iedereen zijn eigen bagage overgehouden aan die tijd. ‘Ik heb volop Joden daar in Polen zien hangen’, vertelt Willem bijvoorbeeld, een zwarte soldaat met een onmiskenbaar Brabantse tongval. ‘Ausradieren!’ Wat ie dan zag? wil Seelen weten. ‘Niks. Want je moet aan jezelf denken. Niks! Je moet niet zeggen: O, wat is het erg. Want dan ga je naar de godverdomme.’

Dat ‘niks’ speelt Willem duidelijk nog parten. Zoals ze alle zes, overmand door wroeging of juist niet, moeten leven met dat aardedonkere verleden. Ook als de voormalige zwarte soldaten daarover dus ‘helemaal geen berouw’ hebben of nog altijd zweren bij de eensgezindheid, de ‘fantastische kameraadschap’ in de Waffen-SS. En dat kan ook nu, ruim driekwart eeuw later, nog altijd een storm van verontwaardiging veroorzaken.