Vonnis

VPRO / zondag 12 april, om 22.40 uur, op NPO2

Als geestelijk verzorger wil humanist Jacob gedetineerden een veilige ruimte bieden. Om in de penitentiaire inrichting, een verder heel harde, masculiene en gesloten omgeving, even hun ware gezicht te kunnen laten zien – ook aan zichzelf. Dat gezicht kan film- en theatermaakster Zorba Huisman overigens niet laten zien in Vonnis (48 min.), haar documentaire over hoe je in de gevangenis en na een delict mens blijft of (weer) wordt.

Tijdens persoonlijke gesprekken en groepssessies laat ze dus Jacob en zijn islamitische collega, imam Omar, zien. Als spiegel van de ziel van die ander, een geanonimiseerde man met een delict op hun geweten. Die moet dealen met schuld, verantwoordelijkheid, berouw, eenzaamheid en vergeving. Buiten de gevangenismuren hebben Jacob en zijn vakbroeders zich ook tot zulke persoonlijke thema’s te verhouden.

Tussendoor deelt hij zijn eigen worsteling als vader. Net als sommige gedetineerden dreigde hij zijn kind kwijt te raken. Huisman gebruikt dit persoonlijke relaas, sfeervol en van zeer nabij opgetekend, als anker voor een verder best afstandelijk beeldverhaal, dat met een wirwar aan ontboezemingen, die lijken na te echoën in het hoofd van de geestelijk verzorgers, en een uitgesproken soundtrack wordt ingekleurd.

Jacob nodigt z’n gesprekspartners uit tot bezinning: wat betekent het voor mij om in detentie te zijn? ‘Wat ik gedaan heb, vind ik heel erg slecht’, zegt één van de gedetineerden treffend. ‘Ik weet van mezelf dat ik ook een heel goed mens kan zijn. Maar ik voel me nu geen goed mens.’ Jacob en zijn collega Omar helpen hem en zijn lotgenoten met het vinden van een weg door dat doolhof van gevoelens.

Hoe ga je om met wie je zelf denkt te zijn, wat je inmiddels op je kerfstok hebt en hoe de buitenwereld daarnaar en naar jou kijkt? Het zijn grote levensvragen die in Vonnis worden opgeworpen, zonder dat er direct een pasklaar antwoord komt. Als dit überhaupt al bestaat…

Salo: Nee Is Misschien

Witfilm / EO

Zijn naam was vooral verbonden met het grote Ajax van begin jaren zeventig. Salo Muller, de man die Johan Cruijff, Piet Keizer en al die andere sterren van het Nederlandse totaalvoetbal masseerde en verzorgde. Enkele jaren geleden deed hij op een totaal andere manier van zich spreken: Muller dwong de Nederlandse Spoorwegen tot het betalen van vijf miljoen euro schadegeld aan de slachtoffers van de Jodenvervolging.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vervoerden zij Joodse Nederlanders van Westerbork naar vernietigingskampen zoals Sobibor en Auschwitz. De Spoorwegen kregen daarvoor gewoon betaald. En dat werd weer gefinancierd vanuit ingeleverd Joods geld en sieraden. ‘Dat is roofgeld, bloedgeld’, zegt Muller daarover fel in Salo: Nee Is Misschien (60 min.). ‘De mensen hebben hun eigen treinkaartje betaald naar de gaskamers.’

Nu heeft de inmiddels 89-jarige Joodse Nederlander zijn blik verlegd naar Duitsland: ook Deutsche Bahn moet over de brug vormen. Documentairemaker Joris Postema gebruikt deze campagne als rode draad voor zijn portret van Salo Muller, die het leeuwendeel van zijn familie kwijtraakte tijdens de oorlogsjaren. Zelf moest hij zich staande houden op maar liefst negen onderduikadressen. Naderhand sprak hij nooit meer over de oorlog.

Totdat hij zich in 1995 liet overhalen voor een interview met de Shoah Foundation van Steven Spielberg, die zich ten doel heeft gesteld om de ervaringsverhalen van Holocaust-overlevenden op te tekenen. Dertig jaar later maakt Postema gretig gebruik van dit gesprek, waarin Muller zijn levensverhaal doet. Hij was nog maar zes jaar oud toen zijn ouders in 1942 via de beruchte Hollandsche Schouwburg werden afgevoerd.

Dat is een tamelijk klassiek overleversverhaal, dat later nog extra kleur krijgt als Muller verhaalt over zijn periode bij Ajax. Hij claimt bijvoorbeeld een belangrijke bijrol in de klassieke goal van Johan Cruijff tegen ADO Den Haag: als die vanaf de zijlijn, met een rolletje verbandgaas dat de fysiotherapeut hem net heeft overhandigd, naar binnen komt en met een boogbal over de keeper scoort. ‘Door mijn aanwijzingen en mijn bandje.’

Het interessantst wordt deze tv-docu echter als Muller reageert op actuele ontwikkelingen in Israël, de verkiezingswinst van de PVV, het veelbesproken bezoek van de Israëlische president Herzog aan zijn stad Amsterdam en de rellen na de wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv. Hij is strijdbaar en maakt zich zorgen over toenemend antisemitisme. En Joris Postema schroomt niet om ook kritische vragen te stellen.

Dan is Salo: Nee Is Misschien ineens niet meer een film die over het verleden gaat, maar een urgent verhaal over het hier en nu. Waarin Salo Muller uitdrukt wat een deel van de Joodse Nederlanders denkt: ze voelen zich niet meer altijd veilig. Net als toen: in een tijd die nooit mag worden vergeten en toch langzaam van ons lijkt weg te glippen.