De Kunst Van Het Spelen

Dutch Mountain Film

Voor elke zichzelf respecterende topsporter is deelnemen aan de Olympische Spelen de kroon op zijn of haar carrière. Niet voor skateboarders: die Spelen zijn hen min of meer in de schoot geworpen – of, afhankelijk van je gezichtspunt, in de maag gesplitst. Moeten ze er eigenlijk wel blij mee zijn dat hun levenslange passie een Olympische sport is geworden?

Het is ook nogal een omschakeling: skateboarden wordt van oudsher geassocieerd met alto’s en outsiders: (oudere) jongeren met petjes, oversized kleding en afgetrapte gympies die samen, begeleid door ferme poppunk of hiphop en soms zelfs met een jointje in hand, de wildste capriolen uithalen. Lekker uitgesproken jeugdcultuur, zou je zeggen, in plaats van bikkelharde topsport.

‘Het zal niks uitmaken voor mij als ik een gouden medaille heb van de Olympische Spelen’, verwoordt de professionele skateboarder Nassim Guammaz dit sentiment. ‘Dat staat symbool voor…’. Hij denkt even na: ‘niks’. Skateboarden is voor hem meer kunst dan sport. ‘Plus: ik weet wat je ervoor moet doen en hoe je jezelf moet verkopen. En dat is niet wat mij interesseert.’

In De Kunst Van Het Spelen (25 min ) volgt Sven Prince verder Douwe Macaré die met het Nederlands team traint voor de wereldkampioenschappen in Rome. Met hulp van bondscoach Sjoerd Vlemmings, die met zijn lange haar zelf ook oogt als een willekeurige alto en door Prince al werd geportretteerd in Coach Cartier, hoopt hij zich daar te kwalificeren voor de Olympische Spelen in Tokyo.

Vooralsnog is op tijd komen voor de training echter al een behoorlijke uitdaging. ‘Skateboarden geeft je een gevoel van vrijheid’, stelt Macaré, die zijn trucs ook vooral niet wil ‘overtrainen’. Hij laat zich echt niet zomaar in het keurslijf van topsporter stoppen. Het passen van een officieel teamkostuum, net en bepaald niet oversized, wordt daardoor al snel een principiële kwestie.

Met fijne observerende scènes en openhartige gesprekken vangt Prince in deze korte docu de cultuurclash tussen tijdverdrijf en topsport, die zich in dit geval ook in één enkele persoon afspeelt. Waarbij een keuze onvermijdelijk wordt: met het Nederlands team de mondiale top proberen te bereiken? Of toch liever gewoon pret maken op de oneindige skatebaan die de wereld ook kan zijn?

De Stand Van Het Gras

SNG Film

Aan de andere kant van de schutting is het gras altijd groener. Op weg naar een perfect gazon zet menige Nederlander zijn beste beentje voor: knippen, harken, bemesten, sproeien, verticuteren en maaien natuurlijk. Handmatig, elektrisch of – als ie het doet – met een robot. En als het gewenste resultaat uitblijft, wordt er gewoon een compleet nieuwe grasmat gelegd.

De korte documentaire De Stand Van Het Gras (23 min.) toont allerlei gewone burgers – vanuit het perspectief van pieren, egels, mollen, eksters en slakken – terwijl ze dat eigen kleine stukje natuur onbekommerd hun wil opleggen. Regisseur Rashel van der Schaaf plaatst de camera regelmatig bijna op grondhoogte of juist in de lucht en vangt van daaruit de werkzaamheden in het groen en flarden van de gesprekjes die intussen worden gevoerd.

Het is Nederland in een notendop. Terwijl ze er voor waken dat het gras twee kontjes hoog wordt, harken al die tuiniers tevens hun eigen levens aan. Waarbij liefst niets aan het toeval wordt overgelaten. Dat is best een aardig gezicht. Herkenbaar. Lekker kneuterig ook. Al is het na dik twintig minuten – zonder duidelijke hoofdpersonen, helder narratief of heel bijzondere scènes – ook echt wel klaar.

De Zorgkoningin

KRO-NCRV

‘Ziekenhuis te koop’, staat er in de krant. Ondernemer Aysel Erbudak en haar financier Jan Schram besluiten toe te happen. Op 31 augustus 2006 komt het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis, dat in acute geldnood verkeert, in particuliere handen. 320 bedden, 100 medisch specialisten en 1300 personeelsleden worden gered door – in de woorden van voice-over Marlijn Weerdenburg – ‘een mensenschuwe grondhandelaar met geld en een goedgebekte zakenvrouw met ambitie’.

Erbudak, die even daarvoor nog parkeerwacht is bij de zwarte markt in Beverwijk (al lijkt dat toch eerder een mooi verhaal dan een adequate beschrijving van haar positie), wordt directeur van het ziekenhuis. Ofwel: De Zorgkoningin (52 min.). En vaste patiënten zoals Stella Huygens en Inge Roele, die in deze journalistieke documentaire van Steven Schoppert als ervaringsdeskundige aan het woord komen, worden voortaan beschouwd als klant.

Zo moet de positie van het Slotervaartziekenhuis, dat al enige tijd dienst lijkt te doen als afvoerputje van de stad en financieel nauwelijks het hoofd boven water kan houden, worden gestabiliseerd. De zakenvrouw gaat inderdaad als een wervelwind van start, krijgt het ziekenhuis al snel winstgevend en werkt als een magneet voor de vaderlandse pers. Alleen: Erbudak blijkt ook een strafblad te hebben en maakt bovendien wel erg gemakkelijk vijanden.

Met de Turks-Nederlandse directeur zelf, voormalige medewerkers van het ziekenhuis, journalist Bas Soetenhorst (die samen met Jeroen Wester het boek De Kraak Van Het Slotervaartziekenhuis schreef), SP-kamerlid Renske Leijten en de toenmalige minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst (een groot voorstander van marktwerking in de zorg) blikt Schoppert terug op de zes turbulente jaren dat Erbudak de scepter zwaaide in het ziekenhuis.

Hij begeleidt hun herinneringen met nogal dik aangezette vamp-beelden van zijn hoofdpersoon en visualiseert de slangenkuil die het Slotervaart voor haar zou zijn geweest letterlijk met slangen die door het ziekenhuis glibberen, op zoek naar een prooi. Het ligt voor de hand wie daarvan uiteindelijk het slachtoffer zal zijn – al is Aysel Erbudak, zo blijkt ook weer uit deze boeiende vertelling, natuurlijk bepaald geen willoos slachtoffer.