The Welcome Table

HBO Max

Aan een welkomsttafel op een dijk bij New Orleans, genaamd Bywater Levee, ontvangt documentairemaker Josh Fox (Gasland) de hoofdpersonen van zijn nieuwe film The Welcome Table (131 min.). Ze komen van heinde en verre, op de vlucht geslagen voor de gevolgen van klimaatverandering. ‘Hoe zijn we hier beland?’ vraagt hij zich halverwege af, in zijn deel van een duo voice-over met de Amerikaanse jazzzanger John Boutté, waarmee deze alarmistische documentaire wordt aangestuurd. ‘Kunnen we hier nog weg? En hoeveel erger gaat het nog worden?’

Fox verwelkomt zijn gasten aan die tafel met muziek, toepasselijke liederen gespeeld door een keur aan muzikanten, en dompelt zich vervolgens onder in de verhalen van deze klimaatvluchtelingen. Hij begint in eigen land bij Ali en haar jonge gezin. Zij woonden in Paradise, California, en zijn in 2018 gevlucht voor een verwoestende natuurbrand. De beelden staan op haar netvlies gebrand: terwijl er een propaantank ontploft, klinkt op de radio een bekende hit van The Bee Gees: stayin’ alive, stayin’ alive ah, ha, ha, ha, stayin’ alive. Terwijl ze hun auto vervolgens door het vuur sturen, kan Ali maar aan één ding denken: ‘Zo wil ik niet doodgaan.’

Daarna begeeft Fox zich naar Brazilië, waar hoosbuien in 2023 een modderstroom op gang hebben gebracht die een hele favela met de grond gelijk maakte en de bewoners, als ze al overleefden, dakloos achterliet. In de Mexicaanse stad Juárez treft Fox een jonge Colombiaanse vrouw, die op de vlucht is voor overstromingen in haar land. Ze is twee jongere zussen kwijtgeraakt bij de grens. Die zijn weggevoerd door de Amerikaanse autoriteiten. En in Italië ontmoet hij de Nigeriaanse bootvluchteling Chris Obehi, die de barre tocht over de Middellandse Zee heeft overleefd en nu carrière maakt als zanger. Non Siamo Pesce, zingt hij. We zijn geen vissen.

Josh Fox reist de halve wereld over. Naar de Maagdeneilanden, om de schade van orkanen op te nemen. Naar het kurkdroge Kenia, waar een heel dorp inmiddels afhankelijk is van één enkele waterput. Naar Peru, om te zien hoe oliewinning het Amazonegebied ernstig verontreinigt. En naar Australië, waar Aboriginals het slachtoffer worden van ‘klimaatgentrificatie’. Heel herkenbaar: in New Orleans, bij die dijk, gebeurde in 2015, na de Orkaan Katrina, precies hetzelfde. Die conclusie trekt de filmmaker steeds weer in deze erg ruim uitgevallen film: de mensen die het minst kunnen doen aan de klimaatverandering, worden er het hardst door geraakt.

Niet in het minst doordat de machthebbers steeds weer nieuwe blokkades voor hen opwerpen. Letterlijk. Met als duidelijkste voorbeeld de spreekwoordelijke muur van de Amerikaanse president Trump en de manier waarop hij ICE loslaat op migranten. Josh Fox schroomt daarbij niet om de vergelijking te trekken met Hitler en Mussolini. Hij probeert sowieso dwarsverbanden te leggen, met grote thema’s zoals migratie, kolonialisme en mensenrechten. En aan het eind dropt Fox nog een klein bommetje: al zijn hoofdpersonen zijn weliswaar uitgenodigd aan zijn tafel op die dijk, maar lang niet iedereen heeft daadwerkelijk een visum voor de Verenigde Staten gekregen.

The Bee Gees: How Can You Mend A Broken Heart

Barry Gibb, 75 jaar inmiddels, is de laatste der Bee Gees. De andere twee broers, de tweeling Robin en Maurice, zijn al enige tijd overleden. Met de soundtrack voor de film Saturday Night Fever maakten ze in 1977 het best verkochte album aller tijden. Totdat Michael Jackson hen met Thriller van de troon stootte. Hun muziek leeft echter voort, zoals dat dan zo mooi heet.

Frank Marshall stoft de roerige geschiedenis van de drie gebroeders vakkundig af in The Bee Gees: How Can You Mend A Broken Heart (111 min.). Via interviews met Barry, oude vraaggesprekken met zijn broers, herinneringen van intimi en de verplichte loftuitingen van collega’s (zoals Eric Clapton, Noel Gallagher, Chris Martin en Justin Timberlake; hun bijdragen passen overigens zo in dit hilarische Twitterdraadje) tekent hij hun opkomst, ondergang én wederopstanding op.

Het verhaal moge bekend zijn: hoe de Gibb-broers in de sixties, als een soort Australische surrogaat-Beatles, eerst uiterst succesvol werden, vervolgens ernstig gebrouilleerd raakten en daarna, via het ontdekken van hun eigen falsetstem, de weg omhoog terugvonden in de hoogtijdagen van disco. Met kneiterhits als Stayin’ Alive, How Deep Is Your Love en Night Fever als gevolg – en een positie als pispaal voor alle discohaters.

Intussen raakte hun jongere broer Andy Gibb, die op eigen kracht een tieneridool was geworden, steeds verder in de problemen en begonnen de Bee Gees zich toe te leggen op het produceren van collega’s als Barbra Streisand, Diana Ross en Celine Dion. Totdat de tijd hen definitief inhaalde. Het is een tamelijk stereotiep popverhaal, dat nochtans met veel plezier wordt verteld en natuurlijk helemaal is volgestort met hits.