Majority Rules

Abramorama

Kiezen tussen twee kwaden. Voor veel Amerikanen komt ‘t daarop neer tijdens de komende presidentsverkiezingen. Zoals ‘t eigenlijk al heel lang is. Al te veel nuance biedt het tweepartijenstelsel nu eenmaal niet. Menigeen brengt z’n stem dus uit met dichtgeknepen neus – als er al wordt gestemd – omdat die andere kandidaat nog véél erger is.

Dat kan anders, betoogt AJ Schnack in Majority Rules (92 min.). Het móet waarschijnlijk ook anders als de Verenigde Staten een vitale democratie willen blijven. Aan het begin van zijn, jawel, optimistische film laat hij overtuigend zien dat het huidige systeem alleen de scherpslijpers beloont. Slechts acht procent (!) van het Amerikaanse electoraat, de schreeuwerige partijtijgers, bepalen voor een belangrijk deel uit welke twee kandidaten de rest van hun landgenoten kunnen kiezen. De filmmaker vergelijkt ‘t met een uitgebreide menukaart die uiteindelijk wordt gereduceerd tot pizza Hawaï of Liver & Onions. Smakelijk! Om dat te veranderen moet het failliete primary-systeem, waarbij de twee politieke partijen hun eigen voorverkiezingen organiseren, helemaal op z’n kop.

AJ Snack gebruikt de staat Alaska als voorbeeld van hoe ’t ook kan. Daar hebben ze ’t in 2022 op een andere manier aangepakt. In plaats van aparte voorverkiezingen voor Democraten en Republikeinen, al dan niet opengesteld voor onafhankelijke kiezers, wordt daar één grote primary georganiseerd. Iedereen kan zich ervoor inschrijven. De vier kandidaten met de meeste stemmen stromen daarna door naar een systeem met ‘ranked choice voting’. Daarbij stemmen kiezers niet alleen op hun favoriete kandidaat, maar geven ze ook hun tweede, derde en vierde voorkeur aan. Zo wordt uiteindelijk, is de gedachte, degene gekozen met daadwerkelijk de meeste steun onder kiezers. Klinkt ingewikkeld, is het eigenlijk niet. Met zijn menukaart-analogie legt Snack ’t heel eenvoudig uit.

En dan zoomt hij in op de verkiezingsstrijd die losbarst in Alaska als Don Young, bijna een halve eeuw de enige vertegenwoordiger voor ‘The Last Frontier’ in het Amerikaanse congres, plotseling overlijdt. Uit de voorverkiezing komen vier kandidaten naar voren: de Democrate Mary Peltola, onafhankelijk kandidaat Al Gross, Republikein Nick Begich en – niemand minder/meer dan – de conservatieve oud-gouverneur en vicepresidentskandidaat Sarah Palin. Zij gaan campagnevoeren binnen een nieuwe politieke realiteit, waarin een coöperatieve houding naar je opponent misschien wel meer waard is dan het uitvechten van cultuuroorlogen. Intussen probeert ook Lisa Murkowski, een gematigde Republikeinse senator van Alaska, haar door Trump gesteunde partijgenote Kelly Tshibaka te verslaan.

Hoe houden zulke politieke tegenpolen zich staande in dit getrapte verkiezingssysteem? En, veel belangrijk nog: zorgt die nieuwe systematiek ervoor dat er een kandidaat wordt gekozen die daadwerkelijkheid door een meerderheid van het electoraat wordt gesteund? AJ Snack belicht in Majority Rules daarnaast ook initiatieven in andere staten om verkiezingen op een andere manier te organiseren en, dat ook, het onvermijdelijke verzet daartegen. Want, zoals hij in de kantlijn opmerkt, de Democraten en Republikeinen zijn ’t doorgaans over helemaal niets eens, maar blijken ineens wel te kunnen samenwerken als ‘t om verzet tegen het huidige primary-systeem gaat. Dat loslaten zou hun eigen bestaan wel eens in gevaar kunnen brengen. Geen pizza Hawaï of Liver & Onions meer.

Zulk cynisme krijgt echter nooit de overhand in deze – origineel waar! – hoopvolle film over de Amerikaanse politiek die doorgaans – en niet zonder reden, natuurlijk – toch zoveel onbegrip, woede en wanhoop oproept.

Young Plato

Soilsiu Films

‘The Troubles’ mogen dan al enige tijd tot het verleden behoren. In de grauwe straten van Ardoyne, een arbeidersbuurt in de Noord-Ierse hoofdstad Belfast, zijn de tegenstellingen tussen loyalisten en republikeinen nog altijd overal zichtbaar. ‘End British internment of Irish republicans’, eist één van de vele kenmerkende muurschilderingen. En elders wordt een ode gebracht aan de gevallen strijders van de ‘Marrowbone Belfast Brigade’.

Het hier en nu kent dan weer zijn eigen problemen. ‘Parasite drug dealers leave our kids alone!’ schreeuwt een poster, met daarop een wel erg plastische injectiespuit. Binnen die harde omgeving probeert directeur (en Elvis-fan) Kevin McArevey van de Holy Cross Boys’ Primary School, zo’n man waarvan je stante pede gaat houden, zijn jongens met filosofielessen voor te bereiden op het leven. Hij laat hen denken. Over de wereld, de ander en zichzelf.

In Young Plato (99 min.) kijken Declan McGrath en Neasa Ní Chianáin, die eerder samen met David Rane het hartverwarmende School Life regisseerde) mee hoe hij de kinderen (en ook hun ouders) op een heel eenvoudige manier, met een filosofiebord, ideeënverzamelaar en socratische kring bijvoorbeeld, laat kennismaken met Aristoteles, Plato, en Seneca en zo aanzet tot (zelf)reflectie. Mag je ooit je woede koelen op een ander? vraagt hij bijvoorbeeld aan de jongens in schooluniform. Waarna er een genuanceerd groepsgesprek ontstaat.

McArevey confronteert hen tegelijkertijd ook met beelden van twintig jaar eerder, van heftige onlusten tussen katholieken en protestanten bij de Holly Cross Girls School. Geweld als ultieme consequentie van je niet willen of kunnen verplaatsen in de ander. Speels, met humor en recht voor zijn raap geeft McAvey zijn leerlingen, die natuurlijk af ten toe flink hun hoofd stoten, zo een plek om samen betere mensen te creëren en daarmee ook een betere wereld.

Young Plato wordt uiteindelijk een heel optimistische film, over de kracht van onderwijs. Een goede leraar kan daadwerkelijk het verschil maken. Óók – of júist – op beschadigde plekken zoals Belfast. Het zit allemaal vervat in een nieuwe muurschildering, op de plek waar ouders en kinderen elkaar voor en na school ontmoeten. Conor, één van McArevey’s jongens, is daarop afgebeeld als De Denker van Auguste Rodin, in schoolkostuum te midden van grote denkers.

‘To find yourself, think for yourself.’

The Camera That Changed The World

BBC

De mobiele camera maakte eind jaren vijftig de revolutie mogelijk, die zich allang in het hoofd van de filmmakers had voltrokken. Ineens hoefde het ding niet meer op een statief te worden geplaatst en kon de cameraman gaan ‘schouderen’. Een geheel nieuw filmgenre kon zich zo ontwikkelen: de direct cinema (of zijn Franse pendant, cinema vérité).

Waar documentaire tot dat moment een statisch en geënsceneerd gebeuren was gebleven, kon ineens het echte leven in beeld worden gebracht. De camera ging zich in de actie mengen, bewoog (mee) en kon stiekem gebeurtenissen vangen. Het was een ontwikkeling die aansloot bij de tijdgeest: de stijve jaren vijftig maakten plaats voor de swingin’ sixties. Als kijker was je daar waar het gebeurde.

De revolutie voltrok zich zo ongeveer simultaan in de Verenigde Staten en Frankrijk en resulteerde direct in twee klassieke films: Primary, de documentaire die van een onbekende Amerikaanse politicus, ene John Kennedy, tegelijkertijd een mens van vlees en bloed en een onweerstaanbare publiekslieveling zou maken. En z’n Franse tegenhanger Chronique D’Un Été, over het dagelijks leven van gewone Parijzenaars.

De documentaire The Camera That Changed The World (59 min.) van Mandy Chang uit 2011 – netjes met statief opgenomen overigens en voorzien van interviews en archiefmateriaal – brengt dit scharnierpunt in de documentairehistorie in beeld met de pioniers van het genre in Amerika (Robert Drew, Albert Maysles, Richard Leacock en D.A. Pennebaker, die begin augustus op 94-jarige leeftijd overleed) en Frankrijk (Jean Rouch, Michel Brault en Jean-Pierre Beauviala).

Zonder hen zou de observerende film zoals we die nu kennen, nog altijd één van de dominantste documentairegenres, er totaal anders uit hebben gezien. Zonder hun camera’s zouden fly on the wall-klassiekers als Dont Look Back, Titicut Follies en The War Room bovendien nooit het licht hebben gezien. En zonder die films zouden de popmuziek, psychiatrie en politiek een ander karakter hebben gehad.

Primary

Elke campagnedocu is eigenlijk schatplichtig aan één film: Primary (53 min.) van Robert Drew, een documentaire uit 1960 die ook wel wordt beschouwd als de allereerste representant van een nieuwe stroming, direct cinema. Deze tintelfrisse benadering van documentaire, waarbij het echte leven als het ware kon worden geobserveerd en geregistreerd, werd mogelijk gemaakt door de ontwikkeling van mobiele camera- en geluidsapparatuur en zou ook zijn eigen helden opleveren.

In Primary werkten drie toekomstige iconen van de observerende documentaire samen. Regisseur Robert Drew zelf natuurlijk, die in de jaren zestig nog enkele andere belangrijke politieke films zou afleveren. En cameraman Albert Maysles. Met zijn broer David maakte hij in de navolgende decennia klassieke films als SalesmanGimme Shelter en Grey Gardens. En ook editor D.A. Pennebaker leverde nog een gestage stroom aan belangwekkende films af, waaronder klassiekers als Don’t Look Back, The War Room en Kings Of Pastry. Stuk voor stuk zouden ze bovendien tot op zeer hoge leeftijd actief blijven. Sterker: Pennebaker, 93 inmiddels, maakte samen met zijn vrouw en samenwerkingspartner Chris Hegedus in 2016 nog een film: Unlocking The Cage.

Primary leverde nóg een held op. Nee, niet de Democratische presidentskandidaat Hubert Humphrey (aan wie hier het liedje Vote For Hubert is gewijd). Maar zijn tegenstrever in de voorverkiezing van de Amerikaanse staat Wisconsin. Die van de Frank Sinatra-kraker High Hopes. Een relatief onbekende senator uit Massachusetts die, samen met zijn lieftallige echtgenote, zal uitgroeien tot een icoon van zijn tijd. Dat is in deze documentaire al zichtbaar: zodra de man zich op straat begeeft, wordt hij belaagd door (vrouwelijke) handtekeningenjagers. Voor hem zullen drie letters uiteindelijk genoeg zijn: JFK. Hij moet er wel jong voor sterven, op gruwelijke wijze bovendien.

Deze film slaagt er als nooit tevoren in om dicht bij zijn subjecten te komen en hún perspectief te laten zien. De politieke kandidaten zijn in die tijd nog opvallend benaderbaar. Iets wat in de navolgende decennia, mede als gevolg van de toenemende druk vanuit de media, flink onder druk komt te staan. Al zal het, ook in Amerika, mogelijk blijven om politieke kandidaten in de nek te blijven hijgen, getuige recente campagnefilms als Running With Beto en Knock Down The House. En altijd resulteert dat weer in de clichématige verkiezingstaferelen, die ook in Primary al zijn te zien: ‘spontane’ praatjes op straat met gewone burgers, eindeloze reizen door alle uithoeken van het land en gelikte verkiezingsspeeches, die zelfs toen al soms op matige cabaretvoorstellingen leken.

En die overbekende mixture van vaste rituelen mondt dan steevast, ook in Primary, uit in een enerverende verkiezingsdag, waarbij winst en verlies dicht bij elkaar liggen – en uiteindelijk toch iedereen zegt te hebben gewonnen.